Minder koopkracht, minder banen

Een kortstondige economische dip valt de huidige crisis niet meer te noemen. In 2014 kijken we terug op zeven magere jaren: alleen in 2009 ging de koopkracht van de gemiddelde Nederlander omhoog. De andere jaren was het inleveren geblazen.

Niet alleen de dalende koopkracht geeft aan hoe slecht we er voor staan. De werkloosheid loopt schrikbarend op en het is de vraag of de economie komend jaar niet voor de derde achtereenvolgende maal krimpt. Nu voorziet het Centraal Planbureau nog een groei van 0,75 procent, maar met de komende bezuinigingen zal daar weinig van over blijven.

Het sociaal chagrijn zal nog verder oplopen nu de snijplannen van het kabinet ook echt doorgevoerd moeten gaan worden. En chagrijn is ook weer slecht voor de economie. We moeten uitgeven, niet kniezen. Het chagrijn slaat op de politiek neer, hoe optimistisch en vrolijk de premier ook is. Elk economisch cijfer dat tegenvalt, vergroot de druk om te handelen. Om te snijden. Of juist niet.

En weerstand is er al voldoende. Kritiek kan zomaar losbarsten. Deze week nog toen het erop leek dat hulpbehoevenden het recht op een schone luier verloren. Staatssecretaris Van Rijn was niet bereid hierover een aparte wet in te dienen. Kritiek alom. Toen bleek dat dit recht al wordt vastgelegd in een bredere wet over zorg in instellingen, was het al te laat. De ‘luierkwestie’ paste naadloos in het imago van het overal maar schrapende en schrappende kabinet. Ook dat is een horde voor het kabinet het komende politieke seizoen. Overal schuilen tastbare problemen van alledag die in de publieke opinie veel harder kunnen aankomen dan de grote lijnen die voor het kabinet het meeste tellen. Niet de decentralisatie van de AWBZ is het thema, maar de onzekerheid over de dagbesteding van ouderen. Niet alleen in het parlement krijgt Rutte het zwaar.