Verenigde StatenOpgepakt door de VS en in geheime gevangenissen vastgehouden

Vandaag is de Internationale Dag tegen Verdwijningen, bedoeld om de aandacht te vestigen op mensen die door de autoriteiten worden opgepakt waarna er jaren en soms nooit meer iets van ze vernomen wordt. De Verenigde Naties hebben 53.788 gevallen van ‘forced disappearance’, een mensenrechtenschending, gedocumenteerd. Om hoeveel ongedocumenteerden het gaat, weet niemand.

Mohammed al-Shoroeiya en Khalid al-Sharif zijn twee Libiërs die lid waren van het LIFG. dat is de strijdersgroep die uiteindelijk een belangrijke rol zou spelen bij het afzetten van de Libische leider kolonel Gaddafi. Ze vluchtten uit Libië in 1991 and 1988. In 2003 werden ze opgepakt in Pakistan waarna ze verdwenen. In 2012 vertelden ze hun verhaal aan leden van Human Rights Watch.

Volgens de twee werden ze, eerst in Pakistan en vervolgens in een geheime gevangenis in Afghanistan, langdurig ondervraagd en mishandeld door Pakistanen en Amerikanen. In Afghanistan zaten ze naakt en in het donker opgesloten, Shoroeiya een jaar, en Sharif twee jaar, soms maanden aan een stuk. Ze werden geslagen en tegen de muur gegooid, uitgehongerd en van slaap beroofd. Shoroeiya onderging waterboarding.

Uiteindelijk werden ze aan Libië uitgeleverd. Daar kwamen ze vrij door de politieke omwenteling. Sharif na vijf jaar in 2010 door een gevangenenruil, Shoroeiya in 2011 toen de opstand tegen Gaddafi begon.

Shoroeiya en Sharif zijn twee van de 136 mensen van wie min of meer vaststaat dat ze, meestal op bevel van de CIA, in de oorlog tegen terreur die de VS na 11 september 2001 begonnen, werden opgepakt en vastgehouden in geheime gevangenissen. 136 is geen groot aantal verdwijningen. Afgezet tegen de 26.000 mensen die in Mexico verdwenen zijn, is het bijna verwaarloosbaar. Maar als die 136 op de kerfstok staan van het land dat zich wereldwijd opwerpt als hoeder van de mensenrechten, wekt dat internationaal verontwaardiging en schaadt het de reputatie van zo’n land.

Begin dit jaar bracht de Open Society Foundation van miljardair en filantroop George Soros een rapport uit over de 136 gedocumenteerde gevallen van deze praktijk van extraordinary rendition. Toch is nog steeds onduidelijk om hoeveel mensen het werkelijk ging en op welke manier precies de overheid er de hand in had.

Wel constateerde het rapport dat in totaal 54 landen de Amerikanen bij de omstreden praktijken bijstonden. Soms, zoals wat België en Denemarken betreft, door het openstellen van het luchtruim en luchthavens voor CIA-vluchten met verdachten die naar derde landen werden vervoerd. Andere landen, zoals Duitsland, hielpen met de ondervraging van één terreurverdachte. In Roemenië mocht de CIA een geheime gevangenis (een black site) opzetten. Marokko, Jordanië en Libië sloten door de CIA aangewezen gevangen op en martelden hen. „De verantwoordelijkheid hiervoor blijft niet beperkt tot de VS”, aldus het rapport. „Het had niet uitgevoerd kunnen worden zonder actieve betrokkenheid van buitenlandse regeringen.”