Simone van der Vlugt

Heet was hot, en even zag het ernaar uit dat de erotische thriller de plek van de literaire thriller zou innemen. Maar nee, de bestsellerslijsten ogen weer als vertrouwd en in de CPNB-top 5 staan Dan Brown, Khaled Hosseini en Simone van der Vlugt bovenin. Het lijkt wel 2004, toen Browns De Da Vinci Code, Hosseini’s De Vliegeraar en Van der Vlugts De Reünie vergelijkbare posities bezetten.

Over het succes van Hosseini en Brown is genoeg gezegd. Maar waarin schuilt dat van Van der Vlugt? Haar nieuwe boek Morgen ben ik weer thuis pakt je bij de strot: een elfjarig kind komt na een turnles niet thuis. Wie een kind die leeftijd heeft, gaat zich als ouder inderdaad afvragen of het een goed idee is dat het zelf naar huis fietst. Bij Van der Vlugt is het geen goed idee. Aan Lois, de betrokken rechercheur die we al kennen uit Aan niemand vertellen, om dat op te lossen.

Een degelijk boek dus, maar dat verklaart op zichzelf niet zoveel. Als je haar met haar directe collega’s vergelijkt, springt Van der Vlugt er niet uit. De thriller is niet haar enige genre – ze schrijft ook kinderboeken en historische romans. Haar werk is minder sexy dan dat van Saskia Noort, minder duister dan bijvoorbeeld Close Up van Esther Verhoef, en psychologisch niet zo geraffineerd als de boeken van René Appel. En dat zou wel eens precies de aantrekkingskracht kunnen zijn. Het is niet glad, niet geraffineerd, niet briljant; ze schrijft verhalen vol herkenbare angsten, in een taal die heel dichtbij blijft en die ons stap voor stap naar de oplossing leidt.

En dat is een sympathieke formulering voor: een beetje knullig. Opgeschreven spreektaal met onhandige verwijzingen, maar waarbij je precies begrijpt wat ze bedoelt (‘Er hangen inderdaad overal foto’s van kinderen aan de muren, en al zijn die jongens en meisjes wel aangekleed, het geeft Lois een kriebelig gevoel’). Onopgesmukte spreektaal: ‘Ze hadden ze bijna’. Simplistisch, aanraakbaar.

Je wordt niet zomaar vijf keer genomineerd voor de NS Publieksprijs. Naast de vakmatige lof van de Gouden Strop of Crimezone, moet je als Publieksprijskandidaat ook aardig gevonden worden. En dat zit hem in details, zoals de opsomming van publieksprijzen in plaats van literaire lof. Het feit dat gerept wordt van meer dan ‘1.900.000 verkochte boeken’: niemand had raar opgekeken wanneer er gewoon ‘2 miljoen’ had gestaan. Maar ‘1.900.000’ is wél eerlijker. Net als de auteursfoto, vrij van glamour, en genomen door manlief Wim van der Vlugt. Alle details dragen behendig bij aan het beeld van een gezellige thriller voor ons allemaal.

Toef Jaeger