Liefde van Diana en neuroses van rijke Amerikanen

Een jaar geleden verdween de Nederlandse glossy PARK na vijf nummers van de markt. De buitenlandse collega Vanity Fair was een belangrijke inspiratiebron.

Dat ‘de Nederlandse Vanity Fair’ niet van de grond kwam blijft zonde, want wat is dat blad goed gemaakt. De Britse editie van Vanity Fair covert deze maand met Prinses Diana’s ware liefde, de Pakistaanse hartchirurg Hasnat Kahn. Aanleiding is de verwachte film Diana. Kahn zelf praat nooit met de pers. Toch is het een stevig artikel, waarvoor de auteur niet alleen biografen en bekenden van het stel sprak, maar ook politierapporten en transcripties van de lijkschouwing raadpleegde. Roddels zijn het, maar goed gedocumenteerde roddels.

Vanity Fair heeft altijd veel interesse in (het oude) Hollywood aan de dag gelegd, en doet dat ook nu, met de 25 allerbeste liefdesfilms aller tijden – van Roman Holiday tot Brokeback Mountain. Zelfs van zo’n clichématig thema maken ze iets moois.

Maar het meest blinkt het blad uit in de maandelijkse rubrieken. Die weten uiterst terloops de vinger te leggen op de ziel van de geportretteerde, met al diens neuroses en liefhebberijen.

Zo is er In detail, waarin een bekend persoon wordt samengevat in korte, feitelijke mededelingen. Deze maand Shonda Rhimes, schrijfster van series als Grey’s Anatomy. Over haar komen we te weten dat ze ‘very beverage-oriented’ is; ze stuurt haar assistenten er dagelijks op uit voor een boerenkool-appel-spinazie-komkommer-selderij-peterselie-sap. Dat zegt veel over een mens.

Oude bekende is de rubriek Lunchen met, ditmaal met schoenontwerper Manolo Blahnik. Hij bestelt risotto met geconfijte eend, en praat over zijn 30.000 schoenen alsof het mensen zijn. „Ik ben er 300 verloren door een overstroming in Londen. Maar ik heb enkele van hen kunnen redden.” Als toetje bestelt Blahnik twee bolletjes vanille-ijs. Ook veelzeggend.