Elitesmart

Ik voel me niet langer een hoofdpersoon”, zei de vrouw. In haar eigen leven bedoelde ze. Alsof ze geleidelijk aan een bijrol was gaan spelen, bij het leven van haar zoon bijvoorbeeld.

De vrouw die het zei was een personage in een boek (A Home at the End of the World, van Michael Cunningham) en nog maar pas 35, wat rijkelijk jong is voor zo’n gevoel. Maar gevoelens houden zich niet altijd aan de leeftijden die we voor hen geschikt achten.

Het is nogal mismoedig wat deze vrouw hier verwoordde. Dus je roept zo’n personage toe: je bent nog jong, maak er wat van! Maar tegelijkertijd vraag je je af, als kenner van deze mismoedigheid, wat dat is: ‘er iets van maken’. Wat er überhaupt van te maken valt.

Wie zich laat meevoeren naar de glijbaan van de zinloosheid ziet binnen de kortste keren nergens meer het belang van in en houdt op iets anders te voelen dan dofheid in het algemeen. Het geloof dat er dingen zijn die ertoe doen sijpelt weg. Je wordt lammenadig. Redeneren helpt daar niet tegen.

Tegengif is wel de schitterende scène die Johan Simons laatst in zijn Zomergasten-programma liet zien: de opvoering van Nabucco van Verdi, in de opera in Rome. Zojuist is het beroemde ‘slavenkoor’ gezongen en nu wendt dirigent Riccardo Muti zich tot de barstensvolle zaal, gevuld met de machtigen van het land en na een korte toespraak waarin hij duidelijk maakt dat het met Italië en de Italiaanse cultuur niet goed gaat, nodigt hij ze uit mee te zingen. En al die mensen staan op en ze zingen „O mijn land, zo liefelijk en verloren!/ O herinnering zo zoet maar triest!”

Waarom is dat zo ongemeen aangrijpend? De zangers van het koor waren in tranen en wij voor de televisie al evenzeer, ik las dat tenminste ook van anderen. Het is misschien dat vertoon van eenheid, een eenheid in liefde, zorg en rouw om wat verloren is gegaan. Even denk je dan dat mensen goed zijn en alles kunnen omdat ze hetzelfde willen.

Het was ook aangrijpend omdat ze de kunst beweenden die ze op hetzelfde moment voortbrachten en beluisterden. En die sommigen in het meezingende publiek misschien ook nog wel zelf om zeep hielpen, Berlusconi zat immers ook in die zaal.

Maar behalve ontroering voelde ik nog iets anders, iets waar bijna geen woord voor is: elitesmart zal ik het maar noemen. Dat er geen elite meer is die de echt belangrijke zaken hoog houdt. En met de echt belangrijke dingen bedoel ik dan toch eigenlijk in eerste instantie de kunst, die ons leven, onze blik daarop, onze beschaving, vormt en spiegelt en bevraagt. Ook al ziet kunst er steeds anders uit en herken je de uitingen soms niet. Daarzonder wordt alles angstaanjagend plat. Er moeten mensen zijn die dat inzicht belichamen. En die zijn er ook wel, maar die worden niet meer als een elite gezien maar als mensen die vasthouden aan iets dat voorbij is. Die elite heeft beslist niet meer de uitstraling die maakt dat politici, bijvoorbeeld, voelen dat ze zichzelf bespottelijk maken door af te geven op de kunsten. Dat het armoedig is als je daar niets van snapt en weet, een tekort waar je liever niet mee te koop loopt.

Maar zo wordt dat niet gevoeld. Met ‘elite’ wordt zoiets bedoeld als rijke en/of machtige mensen.

Ik heb elitesmart om een geestelijke, artistieke elite. Maar smart is niet goed. Dan ben je die vrouw die geen hoofdpersoon meer is, of het operapubliek dat huilend iets bezingt dat verloren is. Geloven moeten we. Zingend, dat wel.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.