Dichter

Op een van die warme middagen in augustus nam een Amerikaanse vrouw van in de vijftig de trein van Amsterdam naar Utrecht. Samen met twee jonge Nederlanders, een man en een vrouw, kwam ze druk pratend mijn compartiment binnen. Eerst veronderstelde ik dat ze elkaar goed kenden, maar ik merkte dat ze nog maar net kennis hadden gemaakt.

Toen ze tegenover elkaar hadden plaatsgenomen, begon de vrouw de Nederlanders met allerlei persoonlijke vragen te bestoken, zoals Amerikanen vaker doen als ze je in de publieke ruimte voor het eerst tegenkomen. Europeanen, als ik even mag generaliseren, kijken liever zwijgend uit het raam.

Deze Amerikaanse sprak op die enigszins temerige toon die je meer bij Amerikaanse vrouwen hoort (ik ben nu toch aan het generaliseren) en die mij altijd licht op de zenuwen werkt. Ik vroeg me af of haar belangstelling oprecht was of diende om het gesprek gaande te houden.

Ze vroeg uitvoerig naar de studie en het werk van de Nederlanders. De vrouw had journalistiek gestudeerd en was nu actief op een of andere website, de man verdiende als gitarist zijn brood. Ze spraken goed Engels, zodat ze de nieuwsgierigheid van de Amerikaanse voldoende konden bevredigen.

Ze waren ook zo handig om de rollen op zeker moment om te draaien en de Amerikaanse uit te horen. Die bleek op weg naar Eindhoven om daar, via Frankrijk, de vlucht naar huis – Portland, Oregon – te nemen. Ze was schilder, vertelde ze, en noemde haar galerie. Toen vroeg ze de Nederlanders of ze van poëzie hielden. Nee, zeiden ze eerlijk. (Nederlanders houden zelden van poëzie, net als Amerikanen trouwens.)

Ik vond het een opvallende vraag. Ik kon me niet herinneren dat een onbekende mij dat ooit gevraagd had. Het bleek dan ook geen belangeloze vraag. Haar overleden vader, ‘a wonderful man’, was een bekende dichter geweest. Als liefhebber van de Amerikaanse literatuur spitste ik mijn oren, maar ze noemde op dat moment zijn naam niet. Pas later zei ze dat ze Barbara Wilson heette en dat haar ‘maidenname’ Stafford was.

In Utrecht scheidden zich onze wegen. De Nederlanders stapten met mij uit, de vrouw reisde door naar Eindhoven. Intussen dacht ik koortsachtig: de dichter Stafford? Ik kende alleen de schrijfster Jean Stafford.

Internet bracht ’s avonds de oplossing. Barbara Wilson bleek de dochter van de dichter William Stafford (1914-1993). Hij was als pacifist dienstweigeraar tijdens de Tweede Wereldoorlog, werkte tot zijn pensioen als docent in Oregon en maakte intussen naam als dichter: in 1963 won hij de National Book Award. Hij publiceerde tientallen dichtbundels en werd Poet Laureate bij de Library of Congress in Washington, de nationale bibliotheek. Inmiddels heb ik een aantal van zijn beste gedichten gelezen. Deze, Just Thinking, behoort tot zijn mooiste.

Got up on a cool morning. Leaned out a window./ No cloud, no wind. Air that flowers held/ for awhile. Some dove somewhere.

Been on probation most of my life. And/ the rest of my life been condemned. So these moments/ count for a lot– peace, you know.

Let the bucket of memory down into the well,/ bring it up. Cool, cool minutes. No one/ stirring, no plans. Just being there.

This is what the whole thing is about.

FRITS ABRAHAMS