‘Ik wil ook een lage a’

Remy van Kesteren (24) won als harpist bijna alle prijzen die te winnen zijn. Aan concoursen wil hij nu niet meer meedoen. Concerten moeten spannender. Zijn instrument wil hij ook veranderen.

Remy van Kesteren: „In een orkest heb je als harpist heel weinig te spelen”
Remy van Kesteren: „In een orkest heb je als harpist heel weinig te spelen” Foto Marco Borggreve

De Gouden Harp die Remy van Kesteren deze zomer won bij de USA International Harp Competition, is nog met een containerschip onderweg. „Ik heb hem alleen nog maar gezien, ik ben erg benieuwd hoe hij klinkt. Dat goud past niet erg bij mij, maar als hij echt mooi klinkt ga ik erop spelen”, zegt de gelauwerde harpist. Het even koninklijke als klassieke instrument van de firma Lyon & Healy (ontwerp 1890) heeft een zuil die met 23 karaat bladgoud is verguld en heeft een waarde van 55.000 dollar. Van Kesteren, die in Bloomington 42 andere harpisten uit alle delen van de wereld versloeg, kreeg verder een geldprijs voor de beste interpretatie van een nieuw stuk (1.500 dollar). Hij won ook nog een serie concerten, een cd-opname en 5.000 dollar.

Het was de zoveelste keer dat Remy van Kesteren (24) een harpconcours won of andere prijzen kreeg toegekend. Het begon in 2004, toen hij als veertienjarige het Prinses Christina Concours en het Nederlands Harpconcours won. Daarop volgden twee prijzen voor uitzonderlijk jong talent. Hij behaalde aan het Amsterdams Conservatorium zijn masterdiploma met de aantekening ‘summa cum laude’ (met de hoogste lof). Een week geleden won hij in Amsterdam nog de Grachtenfestival Prijs, waarvoor ook vier andere solisten en ensembles waren genomineerd. Hij krijgt als winnaar twee concerten in Sint-Petersburg en neemt bariton Martijn Cornet mee. Als Cornet had gewonnen, had hij Van Kesteren meegenomen, hadden ze tevoren afgesproken. Zo hadden ze ieder meer kans op een prestigieus optreden in de Hermitage.

Van Kesteren is een ervaren en handige winnaar. Hij heeft een flink ego, zegt hij ook zelf op een zonnig terras aan de Utrechtse Oudegracht. Hij wilde élk concours ook écht winnen. Maar het Amerikaanse concours is zijn laatste geweest, heeft hij besloten. Dat voelt als een bevrijding: nooit meer voldoen aan de clichés van de gevestigde harpwereld, aan de terechte of onterechte opvattingen van juryleden, die vooral zijn gespitst op foutjes. „Een concours winnen is ongelooflijk zwaar. Het is vooral een mentale kwestie, je moet beter kunnen omgaan met stress dan je concurrenten.”

Troubadourtje

Al op zijn vijfde raakte Van Kesteren gefascineerd door Keltische harpmuziek en speelde hij op een ‘troubadourtje’. Hij kreeg in Utrecht les van Erika Waardenburg en in Parijs van Isabellle Moretti. Met het winnen van het ‘Open Amerikaanse Harp Kampioenschap’ heeft Van Kesteren zich nu genoeg bewezen. Lang werd hij gezien als een ‘talent van wereldklasse’, nu is hij inderdaad een professionele harpist van wereldformaat met 120 concerten per jaar, ook in Hongkong, Australië, China, Indonesië, Amerika. Hij is een echte solist „want in een orkest heb je als harpist heel weinig te spelen en word je nauwelijks gehoord. In veel stukken komt de harp niet eens voor.”

Voortaan wil Remy van Kesteren vrijelijk zijn eigen weg gaan en hij heeft daarover tal van uitdagende ideeën. Sommige liggen in het verlengde van zijn eerdere activiteiten. Zo functioneerde hij bij optredens op tv en de populaire ‘Night of the Proms’ als een enthousiaste harpambassadeur, als propagandist voor het wat miskende instrument. Sinds zijn twintigste heeft hij om het andere jaar zijn eigen harpfestival met concours, volgend jaar in Utrecht alweer het derde. Van Kesteren wil dat de harp verandert en drie snaren meer krijgt dan de huidige 47: „Ik wil ook een lage a.” Ook het geluid moet prominenter. Hij is daarover in gesprek met Lyon & Healy en met de Italiaanse bouwer Salvi, waarvan hij nu een harp bespeelt met fraai houtsnijwerk en decoraties in goud en blauw.

Van Kesteren wil ook gaan componeren. Hij heeft les van componist Willem Jeths. Maar het allerbelangrijkste is zijn streven om te komen tot een ander soort concerten met meer jeugdige bezoekers. Hij wil af van de conventies en de rituelen. „Dat ga ik echt nooit meer doen, al zou het spelen van een paar stukken op een avond zómaar kunnen gebeuren”, zegt hij met een brede grijns. Hij wil verhalen vertellen, als harpist én misschien als acteur. De harp en de lier waren immers ook de instrumenten van troubadours, barden en minstrelen, die langs steden en kastelen trokken.

Hans van Manen

Van Kesteren werkt ook met een regisseur. Hij wil contact met andere kunstdisciplines, zoals hij al eens samenwerkte met Kees van Kooten en sopraan Claron McFadden in een voorstelling over taal. Nu werkt hij met choreograaf Hans van Manen aan een ballet in het Amsterdamse Muziektheater, volgend jaar april, waarbij hij de muziek speelt en wordt omcirkeld door dansparen.

Een voorbeeld van hoe spontaan en ontspannen het kan zijn, was zijn concert in het Grachtenfestival met mezzosopraan Francine Vis, met wie hij voor het eerst optrad. Er klonk een staalkaart van tijdperken en stijlen, van Dowland tot en met Stravinsky. Francine Vis zit op één lijn met de animerend en gevat optredende Remy van Kesteren: ze is vrij, ze overspant de eeuwen moeiteloos, tussendoor gemakkelijk pratend in korte toelichtingen.

Aan het eind van het gesprek blijkt dat we het gelukkig niet hebben gehad over het muzikale seksisme, dat de harp altijd koppelt aan vrouwen. „Het gaat er altijd over, al gaat het nergens over. De harp is gewoon een instrument, maar hier wordt die sinds Rosa Spier en Phia Berghout altijd geassocieerd met vrouwen met lange elegante armen. Elders is dat anders: je had de zeer mannelijke Spanjaard Nicanor Zabaleta, in het harpland Ierland hoor je veel Keltische kerels, in Zuid-Amerika zijn het alleen mannen die harp spelen, echte machomannen. Daar is de harp hartstikke stoer.”