Dankzij migranten is Limburg zijn krimpprobleem kwijt

Uithoek Limburg – daar wilde niemand meer wonen, zo leek het. Maar de bevolkingsdaling blijkt gestopt. Dankzij buitenlandse migranten.

Politiek en bestuur in Limburg waren zelfs een beetje bang voor het woord ‘krimp’. Dat riekte naar stilstand, achteruitgang, verloedering. Ging het over afnemende inwoneraantallen, dan spraken ze liever over „van meer naar beter” en „demografische voorsprong”.

Nu kunnen ze zich gelukkig prijzen met verrassende CBS-cijfers. Het inwonertal blijft de laatste jaren vrijwel stabiel, iets boven de 1.120.000. In 2007, 2008, 2009, 2010 en 2012 was sprake van slechts een minieme afname. In 2011 groeide de bevolking zelfs.

Nog altijd gaan er meer Limburgers dood dan er geboren worden. Ook het aantal Limburgers dat de provincie verlaat neemt toe. Maar die afname wordt vrijwel geheel gecompenseerd door een buitenlands migratieoverschot: mensen uit Duitsland, Midden- en Oost-Europa stromen toe. Ook emigreerden minder Limburgers naar Duitsland en België. Mogelijk ligt dat aan de vastgelopen woningmarkt.

Limburg, Groningen en Zeeland waren de eerste provincies die met krimp te maken kregen. De komende decennia volgt de rest van Nederland. Volgens prognoses speelt het verschijnsel in 2025 in de helft van de gemeenten. Vanaf 2035 daalt het inwoneraantal van Nederland als geheel.

De onzekerheidsmarge van dit soort voorspellingen is groot. In de jaren zestig gingen beleidsmakers nog uit van twintig miljoen Nederlanders in het jaar 2000. Ook in Limburg week het demografisch beeld al eerder af van de aannames. Zo bleek in Zuid-Limburg naast vergrijzing sprake van vergroening. De groep jong-volwassenen groeide, onder meer door studenten, in zes jaar bijna 16 procent.

Het beeld in de verschillende regio’s in Limburg verschilt toch al sterk. Parkstad (Heerlen en omgeving) krimpt het sterkst, maar kan op termijn profiteren van de groei in Aken, waar wonen veel duurder is. Maastricht heeft voordeel van buitenlandse studenten aan de universiteit daar. Met name Duitsers gaan er massaal naartoe. In Noord- en Midden-Limburg treedt de krimp wat later in. Bovendien is hier door werkgelegenheid in land- en tuinbouw en logistiek de toevloed van Midden- en Oost-Europeanen het grootst. Gemeenten willen een deel van hen vasthouden om het voorzieningenniveau op peil te houden.