Vrees nieuw ‘Irak’ hangt boven Syrië

Angst voor herhaling inval Irak, Westen zoekt juridische basis.

VN-inspecteurs vertrekken zaterdag uit Damascus.

Geen snelle aanval verwacht.

De pijnlijke herinneringen aan de invasie in Irak in 2003 werpen een schaduw over een mogelijke militaire interventie in Syrië. Terwijl de Amerikaanse en Britse regering haast maken met de voorbereidingen, rijzen er steeds meer vragen over het gebrek aan bewijs dat er vorige week gifgas is ingezet in Damascus en dat het Syrische regime schuldig is. Net als in 2003 leken president Obama en premier Cameron, tot gisteren, een Arabisch regime te willen aanvallen zonder de bevindingen van wapeninspecteurs af te wachten en zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad.

Hans Blix, die in 2003 een inspectieteam leidde dat onderzoek deed naar massavernietigingswapens in Irak, keert zich tegen een aanval voordat de inspecteurs hun rapport hebben ingeleverd bij de Veiligheidsraad. Hij schrijft vandaag in The Guardian: „Een snelle strafactie tegen Syrië zou wederom een precedent zijn, suggererend dat grote machten militair tussenbeide kunnen komen als ze daartoe de politieke neiging voelen.”

Ook Alexander Coker, hoofd chemische wapens van Blix’ team, waarschuwt vandaag in deze krant tegen overhaast optreden. Het inspectieteam moet de tijd krijgen, zegt hij. „Het niveau van zekerheid was in 2003 vooral bij de Amerikanen heel hoog. Het stond als een paal boven water dat Saddam massavernietigingswapens had. Colin Powell vertelde erover, hij had de bewijzen. En na de inval bleek er niets te vinden. Ik denk dat de inspecteurs in Damascus nu wél bewijzen kunnen vinden, maar ze moeten de tijd nemen en krijgen.”

Inmiddels hebben de Britten hun standpunt gewijzigd. Ze vroegen gisteren de Veiligheidsraad om een mandaat voor gewapend ingrijpen, maar de Russen lagen opnieuw dwars. De Britten willen nu eerst de bevindingen van het inspectieteam afwachten.

Ook in het debat in het Britse parlement vandaag over Syrië zal de oorlog in Irak worden aangehaald, aangezien veel parlementariërs zich nog goed herinneren hoe ze in 2003 werden misleid. Premier Cameron beloofde gisteren nog een tweede stemming over de aanval, als de conclusies van het inspectieteam duidelijk zijn.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon zei vanochtend dat het inspectieteam tot zaterdag onderzoek doet.

Ook president Obama lijkt zich bewust van de bezwaren. In een interview met de zender PBS zei hij „zeker” te zijn dat het Syrische regime achter de aanval zat en dat een „schot voor de boeg” een positief effect kan hebben op het conflict. Maar hij formuleerde behoedzaam en zei nog geen besluit te hebben genomen, duidelijk bezorgd dat hij het Congres en de Amerikaanse bevolking moet overtuigen.

Amerikaanse functionarissen zijn intussen nog op zoek naar aanvullend bewijs dat Assad achter de aanval zat. Ze hebben wel communicatie tussen Syrische officieren over een gifgasaanval onderschept, meldt persbureau AP, maar die zijn niet hoog genoeg in rang om de aanval aan Assad te linken. Dit vertraagt de publicatie van het inlichtingenrapport. Zo lijkt de aanval nog even op zich te laten wachten.