Reportage Zuidas Op 30ste verdieping brandt ’s avonds laat licht

Wie op een doordeweekse avond naar de Zuidas gaat, verwacht bedrijvigheid te zien. Hier werkt de top van het Nederlandse bedrijfsleven, hier zitten de grote internationale namen, dit is hét zakencentrum.

Dit verwacht je dan: ronkende taxi’s, cafés vol met bankiers die even pauze houden, zakenmannen- en vrouwen die in en uit de kantoren lopen – want de financiële zakenwereld stopt immers nooit. Toch?

Er brandt in ieder geval nog licht in de kantoortorens om half elf ’s avonds, veel licht. Het ritme gaat ongeveer zo. Begane grond, eerste en tweede verdieping: verlicht. Dan een heleboel rijen donkere ramen. Af en toe een verdwaald, verlicht raam. En dan bovenin, bij de twintigste of dertigste verdieping: weer licht.

Verder is er in het zakencentrum van Amsterdam niet zoveel te zien. Het is deze late maandagavond rustig. Gewoon, zoals in de rest van de stad, op een maandagavond.

Er staat één taxi. Er fietsen wat studenten voorbij. In een café tegenover het hoofdkantoor van ABN Amro drinkt een jonge trainee van diezelfde bank een biertje met een vriend. Hij is net klaar met werken op de afdeling private banking en wil liever niet met zijn naam in de krant.

Hij wijst naar de overkant, vertelt lachend dat het licht in het restaurant óók nog brandt. „Ze zijn gewoon wijn aan het drinken.” Hij werkt hard, vertelt hij. Vaak ook lange dagen, maar een té hoge werkdruk? Dat valt best mee. „De werkdruk is hier niet zo extreem als in Londen of in de Verenigde Staten. Nederland is een lui land. We hebben één van de kortste werkweken van Europa.”

Dat wil overigens niet zeggen dat hij het nooit laat maakt. Laatst sloten hij en zijn collega’s nog een internationale deal. Toen was hij tot twee uur ’s nachts op kantoor. „Maar dat had vooral te maken met het tijdsverschil. Daar was het pas het begin van de avond.”

Het geeft een kick, vindt de trainee, zo’n deal sluiten. Dát is wat het vak spannend maakt. „Onwerkelijk, sta je daar ’s nachts champagne te drinken.”

Naast het tijdsverschil is er nog een andere praktische reden die maakt dat er tot laat doorgewerkt moet worden, zegt hij: de seniors. Die zijn overdag bij klanten en kunnen daarna pas doorgeven wat er moet gebeuren.

Hij heeft nog een leuke anekdote, over dat late werken, vertelt de werknemer. „Eens verstuurde iemand intern een memo. Of het licht niet uit kon, ’s avonds. Het was zo zonde van de energie. Die had dus niet helemaal begrepen dat er ook echt nog mensen werkten. Maar het is een klein percentage, vaak mensen van corporate finance. De meesten gaan gewoon op tijd naar huis.”

Hij besluit: „Uiteindelijk zijn het hier allemaal jongens en meisjes die met cijfers werken. Daarom hangen ze grote verhalen op. Over extreme werktijden, nachten doorwerken. Ze maken het spannender dan het is.”