Opgefriste songs van Bob Dylan uit 1970

Dylan tijdens het Isle of Wight-concert, in 1969.
Dylan tijdens het Isle of Wight-concert, in 1969. Foto Hollandse Hoogte

Another Self Portrait. Verscheen vrijdag als dubbelalbum (zonder Isle Of Wight-opname), als 4cd-box met fotoboek en als doos met 5 vinylelpees.

Door een gelukkig toeval kwamen 35 onuitgebrachte tracks van Bob Dylan aan het licht uit de periode 1969-1971. De cd-box Another Self Portrait documenteert de sessies die Dylan in die jaren in New York en Nashville deed voor de albums Self Portrait en New Morning. Volgens sommigen was het Dylans artistiek armste periode, maar het verloren gewaande materiaal vraagt om herziening.

„Wat is this shit?” Met die woorden begon criticus Greil Marcus in juli 1970 zijn recensie in Rolling Stone van de dubbelelpee Self Portrait. Marcus vond de collectie van coverversies, concertopnamen en kliekjes uit Dylans songarchief routinematig en levenloos, hoewel hij in het vier pagina’s lange artikel ook goede woorden voor het album over had. Het verhaal deed de ronde dat de bijna dertigjarige, teruggetrokken levende Dylan de ongewilde rol als woordvoerder van zijn generatie van zich af wilde schudden met een plaat vol stoffige folksongs. In zijn autobiografie Chronicles (2004) beaamt Dylan dat: hij was moe van alle obsessieve aandacht en hoopte dat fanatici ophielden zijn platen te kopen.

Gitarist David Bromberg kreeg begin maart 1970 een telefoontje van Dylan. Of hij hem wilde helpen bij het uitproberen van een opnamestudio. Daar trof Bromberg naast organist Al Kooper een stapel tijdschriften: Sing Out! met teksten en tablatuur van oude folksongs. Het werden volwaardige opnamesessies, waarbij een ontspannen Dylan met een voor zijn doen zoet stemgeluid alle oude liedjes zong die hem te binnen schoten.

Naast de traditionals Days of ’49 en Blue moon, waagde hij zich aan The Everly Brothers’ Let it be me en, verrassend, Simon & Garfunkels The boxer. Dylan maakte er een draak van een nummer van, vond Greil Marcus, net als trouwens van zijn eigen Like a rolling stone dat in een slome liveversie op het dubbelalbum terechtkwam.

In Nashville werden de opnamen door producer Bob Johnston verder opgepoetst, met orkest en damesstemmen die de muziek gladder maakte dan alles wat Dylan eerder had gedaan. Self Portrait werd desondanks een bestseller, net als het evenwichtiger album New Morning enkele maanden later. „We hebben de oude Dylan terug!”, jubelde Rolling Stone, hoewel zoete liedjes als If not for you en Time passes slowly weinig gemeen hadden met de felle protestsongs van weleer.

42 jaar later vond producer Steve Berkowitz als coördinator van Sony’s officiële Bootleg Series een aanleiding om er met andere oren naar te luisteren. Bij research voor een remaster van Self Portrait stuitte hij op de verloren gewaande tapes uit New York, zonder overdubs en zo puur als de nummers door Dylan, Bromberg en Kooper gespeeld waren. Deze kale opnamen maken een groot deel uit van het vandaag verschenen Another Self Portrait.

Daarop is overtuigend te horen hoe het niemendalletje Wigwam (een nummer-3-hit in Nederland) nooit anders bedoeld was dan als een informele demo voor een lied waar nog geen tekst bij zat, en zingt Dylan prachtige nummers als Wallflower en Railroad Bill die nooit op een regulier album verschenen. Een alternatieve versie van If not for you met flamencoviool was een minder goed idee, en twee versies van Went to see the gypsy geven inzicht in het ontstaansproces van een van zijn beste nummers uit deze periode. George Harrison levert een bijdrage aan Working on a guru, een Beatlesk nummer waarin Dylan de draak steekt met zijn leiderschap van een generatie.

Het Isle Of Wight-concert dat de facto Dylans comeback was na zijn motorongeluk uit 1966, is integraal gerestaureerd tot een concertopname met hoogtepunten en missers. Rommelige nummers van de op dat moment nog niet uitgebrachte Basement Tapes mengen met favorieten als Highway 61 Revisited, bevlogen gespeeld door Bob Dylan & the Band.

Een grappig detail is dat de live-cd het beeldmerk draagt van Swingin’ Pig („Trade Mark Of Quality”), het witte platenlabel dat begin jaren zeventig schuldig was aan de illegale uitgave van Dylans bootleg aller bootlegs Little White Wonder. Het waren jaren waarin naar hem werd gekeken als een lichtend voorbeeld, terwijl hij zelf liever thuisbleef om zijn kinderen groot te brengen. Bob Dylan (72) schilderde een nieuw zelfportret voor de hoes, dat zo mogelijk nog minder lijkt dan het origineel uit 1970.