Levensgeluk voor beginners

De vrouw tegenover mij in de tram leest een boek dat Levensgeluk voor Beginners heet. Ondertussen eet ze een pizzabroodje. Het broodje ruikt niet naar pizza maar naar aangebrande ui. Correctie; het ruikt naar aangebrand uipoeder. Op haar schoot wacht een een plastic bakje met salade. Het bakje heeft vier euro gekost. De vrouw zucht.

Misschien moet ik deze naar levensgeluk smachtende vrouw aanmoedigen om haar pizzasnack te laten voor wat het is, naar huis te gaan en een crumble te gaan maken. Want weinig gerechten verschaffen zoveel instant-tevredenheid als zo’n schoteltje fruit met een krokant laagje deeg. Zeker als ’ie ook nog eens gemaakt is van zelf geoogst fruit. Ik was dit jaar de wespen te snel af en had een mooie oogst; een flinke bak vol prachtige paarse pruimen met zo’n parelmoeren glans erover. Ik voerde er een paar aan mijn dochter - kijken naar kinderen die zoet slapen of iets gezonds aan het eten zijn is ook zeer levensgeluk-verhogend - en bracht een kom naar mijn buurvrouw die me er een paar vijgen uit haar tuin voor teruggaf. Toen kon ik aan de slag.

Snij de pruimen doormidden en haal de pitten eruit. Snij de vijgen in acht stukken. Smelt een klontje roomboter in een koekenpan en bak daarin, op niet te hoog vuur, het fruit samen met een kaneelstokje, wat citroenzeste, de basterdsuiker, de fijngesneden gember en een scheutje gembersiroop.

Plet de kardemompeulen, haal de zaadjes eruit, kneus die even in de vijzel en doe ze ook bij de pruimen. Zet na vijf minuten het vuur uit en laat het fruit nog even staan met een deksel op de pan.

Ik heb een keer een Britse kok gezien die het crumble-laagje apart bakte en op een Amerikaanse site las ik ooit de tip om gesmolten boter te gebruiken. Beide trucs zouden zorgen voor een nog krokanter resultaat. Ik probeerde ze allebei uit en en kreeg daar geen spijt van.

Meng in een bakje de bloem, het amandelmeel (ook een uitprobeersel, erg lekker) een snufje zout en de kristalsuiker. Smelt 60 gr boter en giet dit eroverheen. Meng alles met een vork tot een klonterige massa. Leg bakpapier op een bakplaat, spreid het deegmengsel daarover uit en bak het in vijf à tien minuten goudbruin in de oven (190 graden).

Doe het fruit in een ovenschaaltje, strooi de deegkruimels erover en zet de schaal nog een paar minuten terug in de oven. Serveer lauw, eventueel met wat ijs of room.