Het 100-jarig bestaan van het Vredespaleis

Het Vredespaleis in 1913, net na de opening.
Het Vredespaleis in 1913, net na de opening. Foto Carnegie Stichting

Het Vredespaleis in Den Haag bestaat vandaag 100 jaar. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon en premier Rutte houden toespraken. Ook is er een conferentie over de toekomst van het internationaal recht. Macht en aanzien van het Internationaal Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage, de belangrijkste bewoners van het Vredespaleis, zijn beperkt.

Wie nam het initiatief voor de bouw van het Vredespaleis en waarom?

De Russische tsaar Nicolaas II organiseerde in 1899 in Den Haag een vredesconferentie voor regeringsleiders. Daar werd afgesproken een instituut op te richten waar internationale conflicten via vrijwillige arbitrage zouden kunnen worden beslecht, het Permanent Hof van Arbitrage. Niet lang na de vredesconferentie ontstond het idee het hof een passend gebouw te schenken.

In 1903 stelde Andrew Carnegie anderhalf miljoen dollar beschikbaar voor de bouw. De Schots-Amerikaanse zakenman en filantroop beschouwde oorlog als de ergste smet op de beschaving. Hij was ervan overtuigd dat oorlog viel te vermijden via een internationaal arbitragesysteem.

De eerste steen voor het Vredespaleis werd in 1907 gelegd, tijdens de tweede internationale vredesconferentie van Den Haag. Overigens zijn twee torens uit het oorspronkelijke ontwerp geschrapt om de kosten te beperken.

Wat doen het Internationaal Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage?

Het Internationaal Gerechtshof behandelt conflicten tussen staten. Bij het IGH, dat werd opgericht in 1946, werken vijftien rechters, allemaal afkomstig uit een ander land. Sinds 1946 heeft het IGH 153 zaken behandeld, in 113 gevallen werd een vonnis uitgesproken.

Het Permanent Hof van Arbitrage (1899) behandelde tussen de jaren 30 en begin jaren 90 slechts een paar zaken. De laatste twee decennia is dat veranderd. Op dit moment lopen er 78 procedures, waarvan acht tussen landen. Het gros van de zaken gaat tussen staten en bedrijven, bijvoorbeeld over investeringen in landen.

100 jaar scheidsrechter dus, maar wie luistert?

Hisashi Owada, tot en met vorig jaar president van het Internationaal Gerechtshof, zegt in het gedenkboek Bouwen aan Vrede: „Als we in New York hadden gezeten, zouden we zichtbaarder zijn geweest. Dan waren we wellicht meegenomen in de drukte van de ‘echte wereld’ rond de VN, rond de Veiligheidsraad. Maar dat heeft ook zijn nadelen. Een hof heeft een serene omgeving nodig waar in rust kan worden nagedacht.”

Macht en aanzien van het Internationaal Gerechtshof en het Hof van Arbitrage zijn beperkt. Te beperkt, vindt Nederland. De internationale conferentie van vandaag moet hun positie versterken. Minder vrijblijvende uitspraken die nageleefd worden – daar komt de Nederlandse wens op neer. Tijdens de jaarvergadering van de VN in New York, vorig jaar september, werd de lobby hiervoor gestart.

Nu erkennen 70 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties de rechtsmacht van het Internationaal Gerechtshof. Eén van de bekendste vonnissen uit de recente geschiedenis dateert uit 2004. Toen bepaalde het IGH dat de veiligheidsafscheiding die Israël langs en op Palestijns gebied bouwde, in strijd was met het internationaal recht. De VN maande Israël om de muur te slopen, voor zover deze op de bezette Westelijke Jordaanoever stond. Israël gaf geen gehoor aan de resolutie.

Bij het Permanent Hof van Arbitrage zijn 115 VN-landen aangesloten. Onder de afwezigen bevindt zich een groot land als Indonesië. Ook de helft van de leden van de Afrikaanse Unie is geen lid.