Oerplatje

Schaamluis en gorillaluis, afkomstig van inwoners van Congo.
Schaamluis en gorillaluis, afkomstig van inwoners van Congo. Foto Kees Moeliker

Afgelopen winter verliet ik teleurgesteld het American Museum of Natural History in New York. In de immense insectencollectie was geen enkele schaamluis (Pthirus pubis) te vinden. Vorige week zette ik mijn queeste voort in het (Smithsonian) National Museum of Natural History in Washington DC.

De luizencollectie bleek ‘gedeactiveerd’, maar insectenconservator David Furth bracht mij naar een enorm depot, ver buiten de stad. Na 11 september 2001 is daar de collectie op alcohol geconserveerd gedierte opslagen, wegens angst voor explosies in het museumgebouw. Ook verweesde verzamelingen worden daar bewaard. Tussen honderden dozen met op objectglaasjes gemonteerde luizen, vond ik in de kast met ‘zuigende dierluizen’ drie doosjes met schaamluispreparaten. De exact 200 monsters werden verzameld in de periode 1893 tot 1975, voornamelijk in de Verenigde Staten maar ook in meer exotische oorden.

De monsters uit Afrika zijn een waar hoogtepunt. Ze werden bijeengebracht door de legendarische luizenkenner Kary Cadmus Emerson (1918-1993) die een deel van zijn enorme verzameling naliet aan het Smithsonian. Uit Congo, 1962-1965, vond ik behalve een schaamluis ook een glaasje met een luis afkomstig van een gorilla. Het is Pthirus gorillae, de iets grotere soort die alleen in het (schaam)haar van de gorilla leeft. Het is het oerplatje dat ruim drie miljoen jaar geleden letterlijk overliep naar de mens en tot schaamluis evolueerde. Niet via seksueel contact, maar vermoedelijk omdat oermensen gorilla’s aten en/of in hun nesten sliepen.

De auteur is bioloog en conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.