Kamp wil stapje voor stapje de geesten rijp maken

Minister Kamp wil proefboringen naar schaliegas Maar niets te overhaast Hij moet wel rustig aan doen, want de weerstand lijkt aanzienlijk

Verslaggevers

Boren naar schaliegas moet je voorzichtig brengen. Eigenlijk niets nieuws onder de zon, is de onderliggende boodschap van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) in zijn brief aan de Tweede Kamer over de mogelijke winning van schaliegas. Schaliegas is nu eenmaal weinig anders dan aardgas dat in minder doorlatende gesteentes zit. En „aardgas speelt een belangrijke rol in de Nederlandse energievoorziening”.

Dit lijkt de opmaat voor snel groen licht voor proefboringen naar het aanlokkelijke schaliegas. Sterker nog: de winning van schaliegas leidt niet tot het inzakken van de grond, en dus niet tot bodemdaling, zoals dat wel gebeurt bij ‘gewoon’ aardgas, wat weer leidt tot aardbevingen.

Toch waakt Kamp ervoor snel groen licht te geven. De minister gaat het onderzoek van adviesbureau Witteveen+Bos, dat de aanleiding is voor zijn Kamerbrief, nu voorleggen aan een commissie van deskundigen die voor een zogeheten milieueffectrapportage moeten zorgen.

Op basis van dat rapport besluit Kamp volgende maand of hij vergunningsaanvragen voor proefboringen in behandeling gaat nemen. Vervolgens neemt de daadwerkelijke vergunningverlening nog zoveel tijd in beslag dat Kamp voor medio volgend jaar geen besluit zal nemen.

Levert het ingenieursrapport dan munitie om tot uitstel te besluiten? Niet echt.

Het rapport onderscheidt een aantal veiligheidsrisico’s. Een van de belangrijkste daarvan is de kans op vervuiling van het grondwater door lekkage van methaan en vloeistof die wordt gebruikt bij het boren naar schalie. Die kan ontstaan doordat er een probleem is met het boorgat. Omdat er bij de winning van schaliegas meer boorputten moeten worden geslagen dan bij de conventionele gaswinning is dit risico groter. Het rapport schrijft: ‘Het bewaken en in stand houden van de boorgatintegriteit is dus een van de belangrijkste zaken om dit risico te mitigeren.’ Maar dat hoeft volgens het rapport geen probleem te zijn omdat de schalieformaties op grote diepte liggen, er hoge eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de boorput en de wetgever daar toezicht op houdt.

Het risico dat in de put zelf een lekkage ontstaat is volgens de opstellers te verwaarlozen „vanwege de grote diepte” waarop het schaliegas wordt gewonnen. Bovendien zou een goed verlaten put op zich geen risico hoeven te vormen.

Dan rest nog het gevaar dat er door morsen op de boorlocatie een vervuiling van de bodem of het oppervlaktewater ontstaat. Dat zou in Nederland, in tegenstelling tot de ervaringen in de Verenigde Staten, tot een minimum beperkt blijven. Dat komt doordat het water dat wordt gebruikt voor het boren en met eventuele vervuiling door chemicaliën weer naar boven komt, opgeslagen wordt in tanks die op afgesloten vloeren staan.

Blijft de vraag of het uitstel van Kamp politieke redenen heeft. Coalitiepartner PvdA heeft grote moeite met de winning van schaliegas en wil, alvorens een definitief standpunt in te nemen, een hoorzitting over de gevaren organiseren. Lokale bestuurders van Boxtel, Haaren en de gemeente Noordoostpolder, waar mogelijk proefboringen verricht zullen worden, zijn ook huiverig. Tegelijkertijd is Kamps eigen VVD een warm voorstander van proefboringen.

Toch maakt hij een pas op de plaats. Een echte beslissing valt pas medio 2014 en in de brief belooft Kamp expliciet om burgers, bedrijven en lokale bestuurders te informeren – en gerust te stellen.

Een emotioneel debat over schaliegas is het laatste dat de coalitie kan gebruiken. Die staat al genoeg onder druk door de aanhoudende recessie. Momenteel worden knopen doorgehakt over nieuwe bezuinigingen. Kamp is er veel aan gelegen om uiterst behoedzaam met het schaliedossier om te gaan.