Ingrijpen Syrië komt dichterbij: vier vragen over een mogelijke interventie

“Ja, er is gifgas gebruikt in Damascus vorige week en ja, president Assad zit daarachter.” Dat zegt nu ook grootmacht VS stellig. De berichten over militair ingrijpen in Syrië worden steeds sterker. Gaat interventie nu ook echt plaatsvinden en wat zou het precieze doel ervan zijn? Vier vragen over de situatie.

Archiefbeelden uit 2008 van Amerikaanse oorlogsschepen in het Suez-kanaal
Archiefbeelden uit 2008 van Amerikaanse oorlogsschepen in het Suez-kanaal Foto AP-US Navy/ Chad R. Erdmann

“Ja, er is gifgas gebruikt in Damascus vorige week en ja, president Assad zit daarachter.” Enkele landen zeiden dit al redelijk kort na de dodelijke aanvallen in Syrië, maar nu heeft ook grootmacht de Verenigde Staten zich stellig achter dit oordeel geschaard. De berichten over militair ingrijpen in Syrië worden steeds sterker. Maar hoe groot is de kans daarop en wat zou het precieze doel van interventie zijn? Vier vragen over de situatie.

Allereerst een korte samenvatting van de aanloop hiernaartoe. Dit jaar hebben verschillende landen zich al uitgesproken over het vermeende gebruik van chemische wapens tijdens de burgeroorlog in Syrië. De beschuldigingen gaan over en weer: het Westen wijst naar Assad, bondgenoten van de regering (Rusland, China, Iran) naar de rebellen. En ook Assad en de rebellen wijzen onderling naar elkaar.

De Verenigde Naties wilden al een tijd onderzoeken of er daadwerkelijk gifgas is gebruikt bij aanvallen in het land. Eind vorige maand kreeg een konvooi onder leiding van de Zweed Ake Sellström toestemming om op drie plaatsen van vermeend gebruik van chemische wapens onderzoek uit te voeren.

VN-inspecteurs bezoeken een ziekenhuis in Mouadamiya, een buitenwijk van Damascus.

VN-inspecteurs bezoeken een ziekenhuis in Mouadamiya, een buitenwijk van Damascus. Foto Reuters/ Abo Alnour Alhaji

Het konvooi was amper in het land of er vond een grootschalige aanval plaats in buitenwijken van Damascus, vorige week woensdag. Volgens onafhankelijke cijfers zijn daar 355 doden bij gevallen. De rebellen spreken over 500 tot 1500 doden. De slachtoffers zouden gestikt zijn, de toestand van de lichamen zouden wijzen op gebruik van gifgas. Westerse landen, waaronder Frankrijk en Engeland, spraken zich al stellig uit over de aanval: alles wijst erop dat er gifgas werd gebruikt en Assad is de verantwoordelijke.

De internationale gemeenschap reageerde woedend en eiste onderzoek naar de aanval en de schuldigen. Syrië gaf de VN zondag uiteindelijk toestemming om ook op de plekken van de recente aanval te gaan kijken. Gisteren bezochten de inspecteurs een eerste plek in Damascus. Later op de dag sprak een eerder terughoudende VS zich ook in niet mis te verstane woorden uit over de aanval. “Onmiskenbare” gifgasaanval, zei minister van Buitenlandse Zaken John Kerry. Assad was de schuldige, volgens hem.

En Syrië intussen? Dat gelooft niets van de bewijzen die de VS zegt te hebben: vind eerst maar iets.

Wat is de kans dat er echt zal worden ingegrepen?

Obama sprak eind 2012 al over ingrijpen. Mocht een van beide partijen in Syrië chemische wapens inzetten in de strijd, dan zou het land daarmee een ‘rode lijn’ overschrijden en zouden er consequenties volgen. Die bleven na eerdere, kleinere soortgelijke aanvallen uit, maar zijn de laatste dagen steeds reëler geworden. Obama heeft het Pentagon verzocht de opties voor ingrijpen op een rij te zetten. Het Pentagon zegt op zijn beurt klaar te zijn om dat te doen, wanneer Obama daartoe verzoekt. De VS heeft intussen de militaire aanwezigheid in de Middellandse Zee opgevoerd.

Maar er is officieel nogal wat voor nodig om daadwerkelijk militair te interveniëren. Het belangrijkste is dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties daartoe een mandaat moet verlenen. Daarnaast moet er brede internationale steun zijn. Legitimatie bij de Veiligheidsraad lijkt een onbegonnen weg, zo schreef onze Midden-Oostenredacteur Toon Beemsterboer gisteren in NRC Handelsblad:

“Rusland zal hoogstwaarschijnlijk zijn veto uitspreken tegen elke resolutie van de VN-Veiligheidsraad die militair ingrijpen mogelijk maakt. Obama zal willen voorkomen dat hij het voorbeeld van zijn voorganger George W. Bush volgt, die zonder bewijs van massavernietigingswapens, zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad en zonder brede internationale coalitie Irak binnenviel in 2003 – en daar veel krediet mee verspeelde.”

Dus moet Obama het wellicht bij de NAVO zoeken, zoals zijn democratische voorganger Bill Clinton deed ten tijde van de Kosovo-oorlog. Clinton besloot destijds snel over te gaan tot actie, om te voorkomen dat het Servische leger de etnische Albanezen in de autonome provincie zou vermoorden.

John Kerry tijdens zijn verklaring.

John Kerry tijdens zijn verklaring. Foto AFP-Getty/ Chip Somodevilla

 

De kans bestaat echter ook dat er niet wordt gewacht op een mandaat van de Veiligheidsraad. Obama wil alleen niet ingrijpen zonder internationale steun en juridische legitimering. Verschillende landen hebben zich al uitgesproken over of het mandaat in een dergelijk geval per se nodig is. Daarin vormen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samen een sterk blok. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague sprak gisteren van actie zónder toestemming van de Veiligheidsraad in geval van “grote humanitaire nood”. Hague beschuldigt de Veiligheidsraad ervan “niet zijn verantwoordelijkheid te nemen”.

Zijn Turkse collega, Ahmet Davutoglu, zei gisterochtend in de Turkse krant Milliyet dat “36 of 37″ landen mogelijke reacties bespreken zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad. In feite een nieuwe ‘coalition of the willing‘, zoals die er voor Irak was.

Kerry doorbrak met zijn verklaring gisteren het terughoudende dat Obama al tijden, ook na de aanval van vorige week, tot nu toe heeft getoond. Onze Amerikacorrespondent Guus Valk schrijft vandaag in NRC dat de adviseurs die de president nu om zich heen heeft weleens een rol kunnen gaan spelen in het besluit te interveniëren:

“Om de president heen zit een ring van adviseurs die bereid zijn tot actie over te gaan. De drie sleutelposten worden bezet door mensen die geloven in interventies als noodzakelijk kwaad: Samantha Power, Susan Rice en John Kerry.”

Susan Rice, schrijft hij, die als VN-ambassadeur groot voorstander was van militair ingrijpen in Libië. Ze was “getekend door de passiviteit tijdens de genocide in Rwanda”. Of Samantha Power, die als journalist oorlogen in de Balkan meemaakte. “Zij kwam tot de overtuiging dat Amerika soms moet ingrijpen om erger leed te voorkomen.”

Wat zijn de verschillende (militaire) opties?

Mocht het tot ingrijpen komen, wat zijn dan de meest waarschijnlijke opties? Defensie-redacteur Menno Steketee zette in NRC gisteren verschillende interventiemanieren uiteen. Steketee schreef dat deze opties in juli al door Amerika’s hoogste militair, generaal Martin Dempsey werden uitgespeld. Die werden toen allemaal onaantrekkelijk bevonden, zowel financieel als qua effect op mogelijke koersverandering in Syrië. Maanden later is er aan de opties én aan de aantrekkelijkheid ervan weinig veranderd.

  • No-flyzone

Reële optie? “Niet logisch.”

“Het effect van een vliegverbod op het verloop van de strijd moet niet worden overdreven. De gevechten tussen regering en oppositie spelen zich vooral af in stedelijk gebied, waarbij luchtaanvallen niet doorslaggevend zijn.”

  • Vernietigen chemische wapens

Reële optie? “Complex.”

“Dat vergt permanente luchtdekking, maar daarvoor zijn in de regio nog te weinig luchteenheden aanwezig. De kans dat alle chemische voorraden op een doellijst terecht komen is klein. Bovendien is de kans op burgerslachtoffers groot.

  • Instellen veilige bufferzones voor vluchtelingen en rebellen

Reële optie? “Ligt ook niet voor de hand.”

“(…)dit betekent dat ook hiervoor een no-flyzone moet worden ingesteld, wat dezelfde logistieke en militaire problemen met zich mee brengt als een ‘gewone’ no-flyzone.”

  • Precisiebombardementen

Reële optie? “De minst onaantrekkelijke”.

“Daarvoor zijn immers geen grondtroepen nodig. De officieel wereldkundig gemaakte aanwezigheid van vier Arleigh Burke-klasse destroyers (torpedobootjagers) die zijn uitgerust met Tomahawk-kruisraketten lijkt daarop ook te wijzen. Ook in het verleden was de kruisraket hét instrument bij militair optreden waarbij het doel beperkt was.”

Precisiebombardementen zijn de meest voor de hand liggende optie, alleen is het effect ervan bij eerdere conflicten nog niet gebleken, schrijft Steketee, doelend op Irak en Afghanistan. Burgerslachtoffers zijn bovendien nooit uit te sluiten.

De Tomahawk-raket

De Tomahawk-raket. Foto/Infographic ANP

Wat zou het precieze doel zijn van interventie?

De vraag is of het eventuele interventie de korte of lange termijn moeten beslaan. Gaat het slechts om vergelding voor het gebruik van chemische wapens, een poging om daaraan een einde te maken. Of gaat het om een “Kosovo-achtige” operatie die weken, al dan niet maanden in beslag gaat nemen om de regering van Assad omver te werpen.

Britse krant The Telegraph zet deze twee opties tegenover elkaar en schrijft dat de “minder ambitieuze” keuze de meest logische is.

“Het feit dat Groot-Brittannië suggerereert dat er actie volgt binnen een week, suggereert dat het doel sanctie zal zijn, niet een verandering van het regime.”

Welke van deze twee opties het doel is, maakt volgens de krant ook het verschil in hoe dit zal worden bereikt. Als het doel sanctie is, dan zullen de raketaanvallen van lange afstand plaatsvinden. Geen vliegtuig zal over Syrië vliegen. De doelwitten: belangrijke militaire installaties, zoals communicatiecentra, wapenopslagen en vliegbases. Als Amerika voor de Kosovo-optie kiest en Assad omver wil werpen en de balans in de burgeroorlog wil doen veranderen, dan is er een breder scala doelwitten nodig: luchtafweersystemen, militaire bases en plaatsen die nauw verband hebben met de regering, zoals belangrijke ministeries.

Volgens The Washington Post denkt Obama aan een korte campagne, van een à twee dagen. Het moet een straf en afschrikmiddel zijn.

Wat als doel ook meespeelt, maar meer achter de schermen, is het feit dat de druk om in te grijpen steeds groter wordt. Die druk heeft Obama bijvoorbeeld zichzelf opgelegd door meerdere keren te refereren aan de ‘rode lijn’ wat betreft chemische wapens. Die zijn een grove schending van het internationaal recht.

Midden-Oostenredacteur Toon Beemsterboer gisteren in NRC:

“Als hij aan deze waarschuwing geen gevolg geeft, zal dit de Amerikaanse geloofwaardigheid ernstig aantasten. Niet ingrijpen zou de Syrische president Assad en andere landen met een gifgasarsenaal, het signaal geven dat ze hier ongestraft mee weg kunnen komen.”

Foreign Policy maakte een kaart van de 23 plekken in Syrië die de VS zou kunnen bombarderen in het geval van een no-flyzone:


Syrian air force bases weergeven op een grotere kaart

Wat zou een interventie voor gevolgen hebben en wat zijn de risico’s voor het land zelf?

Allereerst hebben Assad en bondgenoten de internationale gemeenschap gewaarschuwd voor interventie in het land. Assad waarschuwde dat deze zal gaan falen. “Als iemand ervan droomt van Syrië een marionet van het Westen te maken, dan zal dit niet gebeuren,” zei hij in een Russische krant. Syrië zei vandaag zichzelf “op alle mogelijke manier” te zullen verdedigen. Bondgenoten van de regering Rusland en China vragen met klem om terughoudendheid. Rusland voorziet een “tragische fout” en wijst op het verleden: Amerika ging tot aanvallen in Irak over op basis van verkeerde informatie over massavernietigingswapens. Militaire analisten wijzen erop dat het conflict kan escaleren.

The Telegraph schrijft dat er in eerste instantie weinig risico kleeft aan het afvuren van langeafstandsraketten. Het eerste grote risico is burgerdoden in het land. Het tweede is de mogelijkheid dat Assad terugslaat:

“Syria has one of the largest arsenals of ballistic missiles in the Middle East. Its Scuds could carry chemical warheads and have a range of several hundred miles. Turkey, Jordan, Cyprus and Israel would all be possible targets.”

Syrië laat zelf vandaag weten dat het wat betreft haar verdedigingstactiek de wereld kan “verrassen”.

Fors ingrijpen kan grote risico’s met zich meebrengen in heel het Midden-Oosten, schreef Beemsterboer gisteren:

“Syrië ligt op een breukvlak van etnische en religieuze scheidslijnen. Naarmate de oorlog sektarischer werd, zijn de spanningen in de regio tussen shi’ieten en sunnieten opgelopen. Landen met een shi’itische regering (Iran, Irak, de Libanese beweging Hezbollah) steunen het (shi’itisch) alawitische bewind van Assad, terwijl Saoedi-Arabië, Turkije, Jordanië en de Golfstaten de voornamelijk sunnitische oppositie steunen. Als Obama besluit tot militaire actie tegen Syrië, dan neemt hij een enorm risico.”

Die vrees heeft Amerika zelf ook. Iran en Rusland speelden daar afgelopen weekend al op in door te waarschuwen dat het conflict zou kunnen overslaan naar buurlanden, waar de situatie “toch al explosief” is.