Opinie

Pure Markt

Een Bretons flensje met schilfers gruyèrekaas en ambachtelijk gerookt spek. Ik had het al een tijd niet gegeten, maar ik had honger en ik liep over de Pure Markt in Park Frankendael in de Amsterdamse Watergraafsmeer en ik zwichtte voor een meisje met een strooien hoedje op het hoofd – typisch Frans – dat het product onder de aandacht bracht. Het pannenkoekje van zeven euro vijftig kwam met houten bestek, want plastic was taboe.

De Pure Markt, ‘Het buitenevenement voor het hele gezin’, was in bladen als Jan en de bijlage van Het Parool aangeprezen met trefwoorden als ‘lekker eten en drinken’, ‘regionaal- en seizoensgebonden’, ambachtelijkheid, creativiteit, duurzaamheid en gezelligheid. ‘Bij ons kunt u een lekker taartje eten, lunchen, een borrel drinken met een oester, terwijl de kinderen met elkaar spelen.’

Dan weet je van tevoren wat je krijgt: een park vol tweeverdieners met kinderwagens, flessen witte wijn op picknicktafels en een sfeertje waar om de haverklap het woord ‘gezellig’ valt. Aangeschoten moeders ook, die half struikelend over hun zomerjurk naar ‘Menno en zijn bijzondere draaimolen’ renden om hun kind wat papiergeld in de uitgestoken klauw te drukken zodat het nog even in de rondte kon zwieren.

Ik zag een vrouw met één hand een luier verwisselen en met de andere een oester eten. Ik sprak met een ambachtelijke hobbyslager die maar één koe per jaar verwerkte. Hij had het complete beest met liefde uitgebeend. Voor hem lagen, keurig geseald, de restanten. De nog behaarde staart was lekker voor in de bouillon. Kon je zo in de pan hangen.

Een man met een hoed en een baard, een echte boer dus, verkocht gerookte paling uit de Veluwe. Ik kom uit dat gebied, er zit daar geen paling. Het ging dus om gekweekte paling. Daar leek me niets puurs aan, maar je kon de nadruk ook leggen op ‘ambachtelijke gerookt’ en dan was het weer wel ‘puur’.

Ik luisterde naar muziek. Drie volwassenen met een instrument en een kind van tien met een beugel dat liedjes van The Beatles zong. De meeste toeschouwers vonden dat geslis ontroerend. Ik niet. Ik haat zangeresjes van tien, waarschijnlijk omdat ze de Engelse taal beter beheersen dan ik.

Tussen de vrolijke kraampjes liepen straatartiesten. In andere delen van Amsterdam spugen ze op accordeonisten en vioolspelers, bij de Pure Markt werden ze naar picknicktafels geroepen met het verzoek ‘nog iets klassieks’ te spelen.

Bij de uitgang van het park stond een tractor waarop biologische pompoenen lagen uitgestald.

„Alles is eetbaar”, zei ‘de boerin’, een mevrouw uit IJburg. Omdat de markt ten einde liep kon ik een hele krat kopen voor vijf euro. Wat moest ik met een krat pompoenen?

„Lekker soep van trekken!”, maar ik kon ze ook op de vensterbank zetten. „Gezellig.”

Puur gelul natuurlijk, maar ook dat is een ambacht.