Groot en groen

10 kilo houtskool gaat er snel doorheen.
10 kilo houtskool gaat er snel doorheen.

Nooit zal op de menukaart de koekenpan bij naam genoemd worden waarin eieren worden gebakken. Maar het kan je overkomen; een menukaart belooft een entrecote uit een Big Green Egg. De jongste jaren dwepen chefs ermee. En culischrijvers. Het Big Green Egg is een fenomeen. Maar wat is het precies? Een gebakken oven. Aardewerk, ofwel keramiek. Een keramieken groen geverfde vaas met bolle kop. De kop kan open en zit met een scharnier vast aan de romp. Omdat de hittebron een gloeiend vuur is van houtskool waar een rooster boven past, kan de oven ook als barbecue dienen, als grill.

Het model komt uit Japan, is in de Verenigde Staten nagemaakt, werd Big Green Egg genoemd, wordt nu in Mexico gebakken en opnieuw is er namaak, uit India en China. Het Big Green Egg is er in verschillende maten, duurder dan de duurste barbecue van blik. De Nederlandse importeur van een goedkoper stenen ei uit China, naar model van het Amerikaanse, zegt op zijn website (dutsjii.nl) dat het zijne beter is, maar waarschuwt voor goedkope nep: „De Dutsjii wordt door Chinese fabrikanten nagemaakt, laat u niet misleiden door de gelijkenis. In detail is de kwaliteit van een beduidend lager niveau.”

Gebakken ovens en stenen fornuisjes waren er al, overal ter wereld, sinds mensen vuur gingen gebruiken. In een groot deel van de wereld zijn ze er nog, als enige warmtebron om op of in te koken. Er zijn gebieden, in Afrika, waar ze dringend nodig zijn. Veel mensen koken er op houtvuur of houtskool maar doen dat bij gebrek aan een oventje inefficiënt. Ze verspillen warmte. Hout wordt schaarser en moet steeds verder weg gesprokkeld worden. Op of in een oventje kan met veel minder brandstof goed gekookt en gebakken worden.

Zuinig stoken hoeven wij rijke Amerikanen en Europeanen niet en het Big Green Egg is er niet speciaal om gemaakt. Maar het kan wel. Stuur iemand met zo’n ding voor weken weg naar een oord zonder aardgas en elektrische stroom, maar waar wel wat te eten is te vinden. Als hij na twee dagen ziet dat hij al meer dan de helft van de tien kilo houtskool verstookte die hij meekreeg, gaat hij subiet anders te werk. Zindelijker.

Het winter barbecueseizoen begint. Ik mag het waterdichte groene ei beproeven van de importeur. Een groot model, binnendoorsnee 50 centimeter. Ik kon er een levende chef bij te leen krijgen voor lessen in culinair barbecuen, wat dat ook wezen moge. Heb ik beleefd afgewezen. Overleven doe je niet met een chef mee. Er moet drie kilo houtskool in voor een beetje fik. Ik kijk of zuiniger het kan. Ja, dat kan! Hoort u van.

Wouter Klootwijk schrijft wekelijks op deze plek over eten en keukenbenodigdheden