Wij Roma zijn vervloekt

Sporen van India, Arabië en de Balkan in de muziek van de Roma.
Sporen van India, Arabië en de Balkan in de muziek van de Roma.

Latcho drom (Tony Gatlif, 1993) Ned. 2, 00.05 – 01.45 uur

„De hele wereld haat ons / we worden verjaagd / we zijn vervloekt / we moeten ons hele leven verder trekken”. Dit is een van de liedjes uit Latcho drom, Tony Gatlifs tweede film.

Wie het werk van Gatlif (1948) kent, weet dat de tekst slaat op het Roma-volk. De Algerijns-Franse regisseur, zelf van Roma-afkomst, toont in al zijn films op exuberante manier het moeizame bestaan van zigeuners. Daarbij gebruikt hij altijd veel muziek, met liedjes die melancholie uitdragen, maar die ook krachtig de ontberingen overstemmen: levensvreugde wint het van zelfmedelijden.

Latcho drom (Goede reis) begint in Noordwest-India, met een beeld van stromend water: een sterke metafoor die de bron aanduidt waaruit de Roma-cultuur zo’n duizend jaar geleden is ontstaan. In zijn muzikale documentaire laat Gatlif zonder dialogen de voortdurende trektocht zien van de Roma: van India, via Egypte en Turkije, naar Europa.

Naast een fysieke reis westwaarts, is ook een muzikale ontwikkeling te horen. In elk van die landen horen we een lied, vaak vergezeld van een dans. Het begint met Indische klanken, dan horen we de Arabische invloed, waarna in Hongarije en Roemenië de muzieksoort ontstaat die we het meest associëren met de zigeuners: opzwepende feestmuziek met viool, cimbalen en staande bas.

De film eindigt in Spanje, met een door merg en been gaande flamenco: „Sommige avonden ben ik jaloers op je hond die je met zoveel meer respect behandelt”. Zowel geografisch als muzikaal – flamenco heeft Moorse invloeden – zijn we dan bijna terug bij af.