Reanimatie van de Rainbow-pocket

Voor de vakantiekoffer kiest Arjen Fortuin vier herdrukken in voordelige uitgaven.

Harlan Coben: Niemand vertellen. Vertaald door Sabine Mutsaers. Rainbow, 302 blz. € 5,–

Ze zijn wit! Alles zou een mens verwachten van de Rainbow-pockets, de reeks die jarenlang gele strepen in menige lowbudgetboekenkast trok, maar niet dat de doorstart van de bijna gesneefde pocketreeks niet geel meer zou zijn.

Dat de serie zelfs in het tijdperk van het e-book nog commerciële logica volgt, blijkt uit een mini-prijsvergelijking van Harlan Cobens Niemand vertellen. Dat boek kost als digitaal bestand € 7,99, terwijl Rainbow voor de pocket, op heel behoorlijk papier, maar 1 cent meer vraagt.

Coben, door Bas Heijne uitgeroepen tot ‘de hedendaagse meester van het knaleffect’, vertelt het verhaal van een oude, schijnbaar opgeloste moord: die op Elizabeth Beck, vrouw van een kinderarts. Hij geeft zijn speurneus mooie wijsheden over het detectivevak mee: „Intuïtie was in veel gevallen een manier op de bochten af te snijden, een handige techniek om harde bewijzen en feiten te vervangen door iets dat veel ongrijpbaarder was.” In hedendaagse rechtszaken heet dat tunnelvisie. Ook een mooie: „Seriemoordenaars zijn, wat u elders ook mag lezen, geen gewoontedieren.”

Sándor Márai: De nacht voor de scheiding. Vertaald door L. Székely en M.H. Székely-Lulofs. Rainbow, 207 blz. € 8,–

Niet alleen Coben hanteert een dodevrouwenplot, dat doet ook Sándor Márai. Hij werd in 1939 al zo goed vertaald door de schrijfster Madelon Székely-Lulofs en haar man dat De nacht voor de scheiding nog steeds leest als een trein. Feitelijk is het een literaire thriller avant la lettre: een rechter ziet dat hij de volgende dag de scheiding moet uitspreken tussen een schoolvriend en een meisje met wie hijzelf ooit half onbegrepen maar toch onuitwisbare blikken uitwisselde. De rechter – als Márais meeste personages balancerend tussen twee tijdperken – heeft het moeilijk met dat soort zaken: „Terwijl hij dan de scheiding uitsprak, werd hij bekropen door het gevoel dat hij de menselijke wil boven de wil van God verheven had.” Intussen blijkt deze scheidingszaak ingewikkelder, want de nacht voordien meldt zich de jeugdvriend met de mededeling: „De rechtszitting kan morgen niet doorgaan omdat ik vanmiddag mijn vrouw heb vermoord.”

Robert Hughes: Barcelona. De grote verleidster. Vertaald door Kees Mollema. Rainbow, 175 blz. € 8,-

Het interessantste aan Robert Hughes’ bestseller is de manier waarop hij je voorbij de algemene bekoringen van de meest geliefde stad van Spanje (pardon, Catalonië) leidt. Dat heeft te maken met het moment waarop Hughes voor Barcelona viel: in 1966 – toen veel van de nu breed uitgevente charme nog in het verborgene zat: „De stad was een immense asbak, schuilgaand onder een laag vuil en gruis.” Hughes vist mooie anekdotes uit die asbak, tot en met de helderblauwe ogen waaraan Gaudí de opdracht voor het maken van de Sagrada Familia dankte. Vertel overigens niet verder dat ook volgens Hughes de Santa Maria del Mar de mooiste kerk van de stad is.

Louis-Ferdinand Céline: Dood op krediet. Vertaald door Frans van Woerden. Rainbow, 638 blz. € 10,–

Dubbelpocket, dubbele prijs, maar wat er vooral ontbreekt is de disclaimer op de roman (stiekem nog mooier dan de Reis naar het einde van de nacht) waarin Céline zijn befaamde stijl met de drie puntjes introduceerde. „Lees dit boek niet als u deze week nog moet werken…” Dat zouden ze op de kaft moeten zetten… Want het komt er echt niet meer van… Pak het maar op, in de winkel desnoods en lees: „We zijn weer alleen… Alle is zo traag, zo zwaar, zo treurig… Nog even en ik ben oud. Dan is het eindelijk afgelopen. Zoveel mensen zijn er bij me geweest. Ze hebben wat gezegd. Veel was het niet. Ze zijn weer weggegaan. Ze zijn zielig, oud en sloom geworden, ieder in z’n eigen hoekje.”