Daar komen de vrouwen

Wielrennen is een mannensport. Wás een mannensport. Fietsvrouwen van Nederland verenigen zich.

Het was een mooie, groene Gazelle TVM. Echt een goede fiets voor iemand die eens wil kijken of dat wielrennen iets voor hem is. Minder geschikt voor de bergen, maar een prima fiets voor vlakke wegen. Dit vertelde de fietsenmaker aan mijn toenmalige vriend. Ik stond erbij te luisteren. De fietsenmaker zag mij niet staan. Ik aaide over een band, alsof ik het profiel controleerde. Maar ik had net zo goed buiten kunnen wachten, de fietsenmaker sprak overduidelijk liever met een man.

Dit was in 2009. We zijn inmiddels vier jaar verder, en er is in de tussentijd ontzettend veel veranderd. Was een vrouw op een racefiets een paar jaar geleden nog een uitzondering, inmiddels zie je ze overal. Neem de toerversie van de Amstel Gold Race. Was in 2002 maar 1,7 procent van de deelnemers vrouw, in 2013 lag dat percentage al op 15.

Waar komen deze vrouwen vandaan? En waarom hebben zij nu pas het wielrennen ontdekt? De fietsende vrouwen die ik spreek noemen verschillende redenen. Omdat je op de racefiets lekker buiten bent. Omdat je vrij bent om te gaan en te staan waar je wilt. Omdat je zo nog eens iets ziet. Zoals Floortje Gierman (27, zie kader Hellas) zegt: „Als ik in de bergen fiets, kan ik zo genieten van de omgeving. Hoe het landschap verandert, van loofbomen naar naaldbomen, naar rotsen. Die schoonheid zie je als je op de fiets zit.”

En fietsen kun je bij uitstek in een groep doen. Je hoeft er niet van buiten adem te raken, dus het is de perfecte bijkletssport. Je kunt samen koffie gaan drinken, maar je kunt ook samen op de fiets stappen. En dan is er de praktische verklaring. Veel van die nieuwe wielrensters zijn afkomstig uit andere sporten. Een aantal jaar sloeg heel Nederland aan het lopen, met hardloopcoach Evy Gruyaert op de mp3-speler. Maar hardlopen is een high-impact sport: spieren en gewrichten krijgen flinke klappen te verduren. Vrouwen die door het hardlopen geblesseerd zijn geraakt, krijgen dikwijls het advies om de racefiets eens te proberen: veel minder blessuregevoelig. Dat fietsen kenden ze bovendien vaak al, van het spinnen op de sportschool. Vrouwen die daar al hebben geroken aan het genot van jezelf afbeulen op twee wielen, maken sneller de overstap naar een echte fiets.

Fabrikanten en winkels hebben nu ook veel meer aandacht voor vrouwen. Waren er tien jaar geleden nog amper frames voor vrouwen, en liet het aanbod aan wielerkleding voor vrouwen te wensen over; vandaag de dag is dat wel anders. Bijna alle grote merken hebben inmiddels aparte fietsen voor vrouwen. Met kleinere frames die beter passen bij de relatief langere vrouwenbenen (mannen hebben naar verhouding een langer bovenlijf) en zadels met een uitsparing in het midden om de gevoeligste delen te ontzien. Slimme fietsverkopers maken de debutantes warm met gratis fietscursussen bij aankoop van een racefiets. Ook qua kleding is er een grote sprong voorwaarts gemaakt. Het is fijn dat er inmiddels wielerbroeken voor vrouwenbillen zijn, en dat je je niet meer hoeft te vertonen in een veel te groot, lubberend mannenshirt.

De nieuwe doelgroep wordt extra geprikkeld door fietsers als Leontien van Moorsel, die met haar Leontien Ladies Ride jaarlijks duizenden vrouwen aan het fietsen krijgt. Giant is begonnen met een aparte afdeling voor vrouwen: LIV/Giant; met niet alleen vrouwenkleding maar ook georganiseerde wielertochten voor vrouwen.

Al die vrouwen zie je nu op ’s heren wegen. In alle soorten en maten. Van groepjes vrouwen die vrolijk kletsend niet harder dan een kilometer of 25 per uur gaan, tot fanatieke kilometervreters die hun wedstrijdlicentie aanvragen en de mannen het snot voor ogen fietsen. Maar hoe ze ook fietsen: ze zijn here to stay. De mannen mogen bij elk plaatsnaambordje angstig achterom kijken. De vrouwen komen eraan.

Nynke de Jong (1985) schreef met Marijn de Vries , uitgeverij LJ Veen