Beekjuffers boven de Beerze

wandelt deze zomer naar een uitspanning. Deze week: boshuis Venkraai in Oisterwijk (slot).

Beekjuffers met glanzend blauwzwarte, doorzichtige vleugels dansen boven de Beerze, waarin gele plomp uitbundig bloeit. Veldkeien veroorzaken kleine stroomversnellingen in het riviertje. Over de oevers ligt een blauw waas van moerasvergeetmijnietjes. Het is een mooie zomerzaterdag, maar er is niemand, alleen opmerkelijk veel schimmels die in de weiden lopen te grazen.

Wel zien we in de verte groepjes mensen over de Kampina fietsen. Wij willen aan de zuidzij om die grote, stille heide heen en lopen naar de bosrand waar we een met gras begroeid pad volgen dat om frisgroene akkers heen slingert. Het waait stevig vandaag, soms stuift uit verse voren een gordijn van zand het bos in.

Dan zweeft een dreunende discobeat over de landerijen. We doorkruisen een evenemententerrein waar vandaag start en finish van de Ten Tough Miles plaatsvinden, maar met de wind in de rug laten we het lawaai al gauw weer achter ons. Uit ruig grasland vliegt met roffelende vleugelslag een vogel op die we niet kennen. „Roodbruin op rug en staart, blijft laag bij de grond, zo groot als een duif”, noteren we. Thuis opzoeken! Kan het een kwartelkoning zijn?

Dan staan we opeens aan de oever van een ven. Het water klotst woelig tussen slanke berkenstruiken en vliegdennen, onzichtbare kikkers kwaken luidruchtig tegen het decor van een donker sparrenbos. In een bankje staat gekerfd: „Je bent zo mooi anders dan ik…’’ In een diep uitgesneden beekdal speuren we naar ijsvogeltjes, op een tak vlakbij laat een goudvink zich eens rustig bezichtigen.

We hebben onderweg geen behoefte gevoeld om te rusten maar zijn nu toch blij dat we door een tunnel van struikgewas aan het eind van een zandpad zicht krijgen op een vol fietsenrek, een huis met rood-witte luiken en mensen die daar in de zon zitten. Dit moet boscafé Venkraai zijn, een oase.

Ze noemen het een huiskamercafé en binnen zie je waarom. Er kunnen maar een paar tafeltjes staan. Er liggen pluche kleedjes op, en tegen de wand hangen heiligenbeeldjes. Boven de toog staan wijnvaatjes en een opgezette pauw. Oude reclameschilden bevelen ‘100 % uit graan gestookte graanjenever’ aan. Natuurmonumenten kocht de vennen precies honderd jaar geleden aan, om te verijdelen dat er leuke villaatjes omheen gebouwd werden. Toen moest er ook een boswachter komen en die woonde hier aanvankelijk.

Mensen die op zespersoonsfietsen het natuurgebied verkend hebben, parkeren ze bij het boscafé en puffen opzichtig uit. Je kunt er veel soorten bier bestellen en een ‘snaaiplank’. Helaas geen bitterballen, die voor ons de kroontjes op iedere wandeling zijn. We laten de Venkraai achter ons en lopen langs een snoer van vennen, die liggen te kabbelen in het strijklicht van de late zon, het dorp Oisterwijk in.