Sta eens stil bij zitten – en beweeg meer op kantoor

Kantoren moeten dynamischer worden ingericht. Statafels en zitballen: we moeten bewegend werken, vindt

Peter-Jan Mol.

Paul Rosenmöller is zijn politieke handigheid nog niet kwijt. Zijn pleidooi voor cao-bemoeienis met leefstijl heeft stof doen opwaaien. VNO-NCW en MKB-Nederland vinden niet dat afspraken over de gezondheid van werknemers moeten worden vastgelegd in de cao. Zij vinden dat bedrijven genoeg doen om de gezondheid van hun werknemers te bevorderen. Maar afspraken vastleggen in een cao is één, zorgen voor naleving ervan is twee. Gedragsverandering dwing je niet zomaar af. Straffen en belonen doen afbreuk aan de intrinsieke motivatie van mensen, toonden onderzoekers Mirre Stallen en Alan Sanfey van de Radboud Universiteit onlangs nog aan. Zij concluderen dat mensen een sterke drang voelen hun gedrag aan te passen aan dat van anderen. Te meer als zij zich met deze anderen identificeren.

Dit conformisme is bruikbaar om ook op de werkvloer tot gezonder gedrag te komen. Neem nu bewegen op het werk. Wie heeft het idee gezondheidsrisico’s te lopen door zittend werk? „Ja maar buiten het werk beweeg ik meer dan voldoende”, hoor ik menigeen zeggen. Wat een schok is dan de boodschap dat langdurig achtereen zitten flinke gezondheidsrisico’s met zich meebrengt – onafhankelijk of iemand voldoende sport of beweegt.

Wat moet je hiermee als werkgever of arboprofessional? Mensen verbieden niet langer dan een uur achtereen te zitten, kan niet. Een optie is het aanpassen van de werkomgeving. Er is inmiddels flink wat meubilair op de markt dat ons in staat stelt dynamisch te werken: statafels, zitballen, fietsbureaustoelen en zelfs loopbanden met een werkblad.

Veel mensen blijven urenlang op hun werkplek zitten, laten koffie voor zich halen en eten achter de computer. Als we ze verleiden regelmatig ‘dynamisch’ te werken, leidt dat tot veel gezondheidswinst. Nog los van het feit dat bewegend werken de creativiteit stimuleert en dat staand vergaderen tot korter overleg en snellere besluitvorming leidt.

Hier komt het conformisme ook weer om de hoek kijken. Al wandelend op een loopband telefoneren of fietsend op een bureaustoel overleggen, ziet er misschien raar uit. Maar als we het een collega zien doen, die we verder heel normaal vinden, en we zien het de directeur doen – ach dan willen we het misschien ook zelf wel eens uitproberen.

Ik pleit er daarom voor dat directeuren en facilitymanagers beetje bij beetje hun ‘kantoorvloot’ dynamiseren en mensen de mogelijkheid bieden om zittend en bewegend werk af te wisselen.

Laat ze dan zelf het goede voorbeeld geven.

Peter-Jan Mol is adviseur bij het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, een nationaal kennisinstituut dat een vitale samenleving nastreeft, waarin iedereen actief is.