Leuke vader

Ik loop met mijn dochter door het park, allebei in een jurkje, het is schitterend nazomerweer. Verderop wordt er gevoetbald. Drie blonde jongetjes rennen om een grote, slanke, net zo blonde man die onmiskenbaar hun vader moet zijn. „Wat een leuke vader”, verzucht mijn dochtertje, „moet je kijken wat hij kan met die bal.” Inderdaad een leuke man, beaam ik. Het zijn indrukwekkende kunstjes. Plotseling schopt de man de bal recht voor zich uit. „Rennen!”, roept hij tegen zijn zoontjes. „Wie het laatste bij de bal is, is een meisje!” Nou ja. Mijn dochter kijkt naar me op. Wat een bummer. „Stefan is een meisje! Stefan is een meisje!”, horen we achter ons joelen.