Wat te doen met de collectie? Molukse

Sinds de sluiting van Museum Maluku in Utrecht, is er discussie over de collectie Delen gaan nu naar het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, en naar Barak 1B in Vught

Verslaggever

Rijen kogelgaten. Rond de linkerschouder, de ribben en de hals. Het zwartleren jasje van Max Papilaya, de doodgeschoten leider van de treinkaping in 1977 bij het Drentse De Punt, was tot vorig jaar een van de topstukken van Museum Maluku in Utrecht. Nu ligt de jas in een loods, net als de rest van de collectie. Het museum is gesloten. Huib Akihary, oud-directeur en secretaris van de stichting Houd MuMa Open: „Die collecties vormen het geheugen van de Molukse gemeenschap. Het is uniek dat dit op één plek bijeengebracht is. Mijn kinderen moeten een plek hebben om hun roots te kunnen bekijken.”

In 1990 werd het Moluks Historisch Museum – later Museum Maluku – in Utrecht geopend. Een museum met een roerige geschiedenis. Het was in 1986 door de Nederlandse regering geschonken aan de Molukse gemeenschap, die vanaf 1951 een moeizame intrede in Nederland maakte. In dat jaar werd een groep van 12.500 Molukse ex-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) naar Nederland overgebracht als „tijdelijke oplossing” voor de politieke problemen die in Indonesië ontstonden na de soevereiniteitsoverdracht en de opheffing van het KNIL-leger. De militairen wilden met hun gezinnen terug naar hun eigen dorpen, nadat de Republik Maluku Selatan (RMS) in 1950 werd uitgeroepen. Indonesië verbood hen terug te keren, omdat ze aan Nederlandse kant hadden gestaan. Enige oplossing bleek de militairen naar Nederland over te brengen. Daar werden ze direct ontslagen uit militaire dienst en moesten ze wonen in barakkenkampen, zoals het voormalig Duitse concentratiekamp Vught.

Aanslagen

De slechte behandeling in Nederland zette kwaad bloed bij de Molukkers. Molukse jongeren radicaliseerden. Het leidde tot een reeks dodelijke aanslagen in de jaren zeventig, waaronder de treinkaping bij De Punt onder leiding van Papilaya, waarbij zes Molukse gijzelnemers en twee treinpassagiers gedood werden. In 1986 tekende toenmalig premier Lubbers ‘vrede’ met de Molukkers in Nederland. Een breed pakket maatregelen werd aangeboden, zoals het Moluks Historisch Museum. Later werd de subsidie voor het museum met 8 miljoen gulden afgekocht.

Dat geld was snel op. Usman Santi, voorzitter van de stichting Moluks Museum: „In 2006 was al bekend dat er bezuinigd moest worden.” Henk Smeets, tot 2003 directeur van het museum en schrijver van het boek In Nederland gebleven over Molukkers in Nederland: „Helaas heeft het oude bestuur nagelaten te bezuinigen, waardoor het huidige bestuur gedwongen was te sluiten.” Het museum had jaarlijks circa 8.000 bezoekers. Santi: „Veel te weinig.”

Het museum is van iedereen

Oktober vorig jaar sloot Museum Maluku. Santi vertelt dat hij er „alles aan gedaan” heeft het museum te redden. Toch is de beslissing het museum te sluiten volgens oud-directeur Akihary te snel genomen. Met een aantal gelijkgestemden richtte hij de stichting Houd MuMa Open op. Volgens Akihary treedt het museumbestuur te veel op als eigenaar van de collecties. Akihary: „Het museum is aan de gemeenschap geschonken, het is van iedereen. Het bestuur beheert slechts. Dan kun je dus niet zomaar zelf beslissingen nemen.” Santi: „Laten we elkaar geen verwijten maken. We hebben alle mogelijkheden om het pand te behouden onderzocht, maar het was niet meer mogelijk.”

Veel Molukkers hebben hun archieven en persoonlijke bezittingen aan het museum ge schonken. Afspraken werden daar niet over gemaakt. De rechter bepaalde in april na een rechtszaak, aangespannen door Houd MuMa Open, dat het museum geen delen van collecties aan andere musea of instellingen mag schenken, maar alleen onder bepaalde condities in bruikleen geven.

En dat gaat gebeuren. Delen van de collectie zullen tentoongesteld worden in Barak 1B in Vught en in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem - wanneer is nog onbekend. Akihary gaat akkoord met het in bruikleen geven van objecten onder strikte voorwaarden, maar wil blijven vechten voor een nieuw Museum Maluku. De stichting is bezig geld in te zamelen voor een bodemprocedure, zodat via de rechtbank definitief afgedwongen kan worden dat de collecties als geheel eigendom blijven van de Molukse gemeenschap.

Santi heeft contact gehad met de familie van Max Papilaya, over het leren jasje dat nu in de opslag ligt. Toestemming om het elders te exposeren is er nog niet, maar de familie staat er niet onwelwillend tegenover.