Hé peuter, een beetje meer ambitie graag

Peuters moeten op jongere leeftijd naar school om achterstand te voorkomen Dat vindt de gemeente Amsterdam De peuters zijn niet zinvol genoeg bezig op de opvang

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers.
Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Redacteur Jeugd & Gezin

Amsterdam wil het nu écht eens serieus gaan aanpakken. Bijna de helft van de peuters in Amsterdam heeft problemen met taal. Ze hebben nu al recht op een aantal uur voorschoolse educatie, zonder kosten. En leren spelenderwijs taal op peuterspeelplaatsen en kinderdagverblijven. Maar dat moet nu dus serieuzer en ambitieuzer worden aangepakt, zo liet de gemeente deze week weten via de Volkskrant.

Er komen nieuwe organisaties, waarin speelzaal, opvang en voorscholen samengaan, en die onder verantwoordelijkheid van een basisschool komen. En alle peuters, ook die zonder taal- of ontwikkelingsachterstand, kunnen daar gebruik van maken. Kosteloos. Kinderen die meer moeite hebben met taal krijgen meer dagdelen, maar de bedoeling is dat alle peuters door elkaar zitten.

Het is een forse wijziging ten opzichte van het huidige systeem. En het gaat uit van een groot vertrouwen dat voorschoolse educatie de beste manier is om taal- en ontwikkelingsachterstand tegen te gaan. Maar is dat wel zo?

Ja, zegt senior onderzoeker Annemiek Veen van het Kohnstamm-instituut. Er zijn aanwijzingen dat een voorschool kan helpen bij taal- en ontwikkelingsachterstand, maar er is ook nog veel onduidelijk. Zoals welke programma’s werken, en voor welke groepen kinderen. Hoe groot de groepen moeten zijn, en hoe intensief de aanpak. „Er zijn enorm veel verschillende factoren die een rol spelen bij het beoordelen van de effectiviteit, dat maakt het moeilijk.” Er is in Nederland nog geen onderzoek gedaan dat voldoende rekening houdt met die factoren, zegt Veen. Er wordt vaak verwezen naar buitenlands onderzoek, maar de vraag is of de situatie daar altijd vergelijkbaar is met Nederland.

Anderzijds: er zijn weinig alternatieven waarvan wél vaststaat dat ze werken, zegt Veen. Eigenlijk maar twee dingen. Schakelklassen in het basisonderwijs. Daarin krijgen leerlingen meestal gedurende één schooljaar in een kleine groep intensief taalonderwijs.

Het andere dat werkt: zo vroeg mogelijk beginnen met het wegwerken van taalachterstand. Onderzoeker Hilde Kalthoff van het Nederlands Jeugdinstituut: „Als je pas begint als ze vier zijn, ben je te laat.” Zij is groot voorstander van een algemene voorschool voor alle kinderen als basisvoorziening. „Net als in Scandinavische landen.”

Het vrije spel is te vrij

Een basisvoorziening zou ook goed zijn om segregatie tegen te gaan. Verreweg de meeste kinderen met een taal- en ontwikkelingsachterstand komen uit gezinnen waarin de ouders laag opgeleid zijn en vaak wordt er in de gezinnen niet voldoende Nederlands gesproken. Als je voor die kinderen apart voorzieningen creëert, houd je de tweedeling in stand, zegt Kalthoff.

Paul Leseman denkt bovendien dat ook kinderen die géén achterstand hebben gebaat kunnen zijn bij een goede algemene voorschool. Leseman is hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht, met bijzondere aandacht voor onderwijsleerproblemen. Er is veel ruimte voor verbetering in de opvang en stimulering van peuters. „Ik verwacht dat verbetering van de opvang van peuters in een verder geïntegreerd stelsel maatschappelijk relevant effect zal hebben.”

Te vaak, zegt hij, zijn de activiteiten in de kinderopvang ‘zorgactiviteiten’: „Eten, slapen, plassen.” Terwijl je tijdens de lunch ook interessante gesprekken kunt hebben, zoals in het gemiddelde middenklassegezin gebeurt.” En het vrije spel is vaak wel erg vrij, zegt Leseman: in de opvang zijn kinderen gemiddeld 30 procent van de tijd niet zinvol bezig, blijkt uit onderzoek. Dat klinkt op zich onthaast, maar de praktijk is dat kinderen doelloos rondzwerven, vaker ruzie maken en niet echt spelen met de materialen. „Terwijl ze met een beetje begeleiding samen aan een treinbaan kunnen werken, waarbij ze moeten overleggen.”