Bomen

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde Cavia. Feuilleton over haar leven en lotgevallen.

Meestal was de verwarde cavia als eerste op de afdeling, ten einde een half uur rustig niets te kunnen doen, om vervolgens langzaam ‘de dag in te glijden’, zoals ze het stiekem noemde. Vandaag echter hoorde ze in de hal al dat er binnen iemand aan het bellen was.

„Ja, nee joh”, hoorde ze de persoon kordaat zeggen. „Nee, ben je mal. Natuurlijk niet. Iederéén heeft een vleesboom... Nou goed, niet iedereen. Maar bijna iedereen. Alleen de meeste mensen weten het niet eens... Ja, tuurlijk! Ben je mal. Ik heb ook een vleesboom, dat mag je best weten.”

Cavia twijfelde of ze verder moest luisteren. Maar ja, niet-luisteren kon bijna niet. De bellende persoon had nogal een goed-projecterende stem. Voorzichtig keek Cavia naar binnen. Er zat een roodgekrulde vrouw met één bil op het bureau van Cynthia.

„Ja, de dokter zei, je kunt hem van buitenaf voelen! En ik al die tijd maar denken dat het door de constipatie kwam! Zó’n bult!” De vrouw lachte hartelijk. „Henk zei toen ook al, ik kan door de vleesbomen het bos niet meer zien! Ja, haha... Nou, genoeg geklaagd! We gaan aan de slag! Ja toch! Dag lieverd, kop op hè!” De vrouw legde lachend de hoorn neer. Cavia besloot dat dit het moment zou zijn dat zij binnen moest komen. Ze deed zo luidruchtig mogelijk de deur open.

„Hallo!”, riep de vrouw met de vleesboom direct. „Jij móét Cavia zijn!”

„Ja”, antwoordde Cavia.

„Ik ben Marja!”, riep de vrouw. „En ik zat bij distributie, maar nu had ik het aan mijn rug gekregen, dus kom ik hier een tijdje!”

„Goh, o”, bracht Cavia uit.

„Voor zolang als nodig, hoor!”, riep Marja geruststellend, „Koffie? Thee?”