ABN Amro mag naar de beurs, maar wel beschermd

Het kabinet wil ABN Amro in zijn geheel naar de beurs brengen en tegelijkertijd voorkomen dat de bank opnieuw een speelbal wordt van grote beleggers. Gaat dat samen?

Illustratie Pepijn Barnard

Van minister Dijsselbloem (PvdA, Financiën) hoeft het niet meer. Wat hem betreft is het niet nodig dat de staat aandeelhouder van ABN Amro blijft als de bank weer naar de beurs gaat. Dat zei hij deze week althans op een bijeenkomst van zijn partij, nadat iemand in de zaal hem een vraag had gesteld over de toekomst van de staatsbank. Dijsselbloem zei dat hij „zonder aandeelhouder te zijn” kan „garanderen” dat er niet weer wantoestanden uitbreken die belastingbetalers miljarden zullen kosten.

Daarmee liep Dijsselbloem vooruit op de officiële bekendmaking van zijn plannen met ABN. Zeer binnenkort stuurt hij een brief hierover naar de Tweede Kamer. Mogelijk gebeurt dat morgen na de ministerraad al, of volgende week vrijdag. De Nederlandse financiële sector zit met spanning op de brief te wachten.

Eén ding is nu dus al duidelijk: er komt een volledige beursgang van ABN Amro. En hoewel Dijsselbloems voorgangers Bos en De Jager dat ook als uitgangspunt hanteerden, is het besluit toch controversieel.

„ABN Amro gaat niet naar de beurs”, schreef de PvdA vorig jaar nog in haar verkiezingsprogramma. In het regeerakkoord dat de partij later met de VVD sloot, is deze stelling verlaten. Daarin staat dat ABN Amro terug naar de beurs kan als de financiële sector weer stabiel is, maar ook dat andere mogelijkheden worden onderzocht.

Dat laatste is ook de uitdrukkelijke wens van een grote meerderheid in de Tweede Kamer. In februari riepen zij Dijsselbloem in een motie op om alternatieven te onderzoeken die „betere waarborgen bieden voor maatschappelijk verantwoord bankieren”. Zij noemden onder andere een grotere rol voor institutionele beleggers, het aanhouden van een minderheidsaandeel of een gouden aandeel, en een coöperatieve structuur.

Een beursgang van ABN Amro is politiek alleen haalbaar als de staat enige vorm van controle over de bank houdt, meldde deze krant afgelopen zaterdag. Onder andere de PvdA en CDA hebben ernstige twijfels over een volledige terugkeer van de bank naar de markt. Nu inmiddels bekend is dat Dijsselbloem juist dat voor ogen staat, rijst dus de vraag met welke maatregelen hij het maatschappelijk belang zal waarborgen.

Vermoedelijk wordt er een beschermingsconstructie opgetuigd die ABN Amro moet behoeden voor een nieuwe vijandige overname. Hierin bestaan allerlei varianten, zoals de uitgifte van prioriteitsaandelen, certificering van aandelen en structuurregelingen. Maar eigenlijk is er maar één die te verenigen is met Dijsselbloems woorden: preferente beschermingsaandelen.

Daarmee verleent het bedrijf een optierecht aan een bevriende partij (in dit geval de staat) om aandelen te kopen. Die aandelen dienen om het belang van de overnemende partij te verwateren en zo diens plannen te blokkeren. Ze worden pas uitgegeven op het moment dat een vijandige overname dreigt, als een gifpil die op het gewenste moment tevoorschijn kan worden getoverd. En als het gevaar is geweken worden ze weer ingetrokken. Zo hoeft de staat dus geen gewone aandelen aan te houden.

De kamerfractie van Dijsselbloems coalitiepartner VVD is geen voorstander van een beschermingsconstructie. „Als de staat de mogelijkheid houdt om in te grijpen als het misgaat, blijft het speelveld tussen de drie grootbanken ongelijk”, zegt VVD-Kamerlid Aukje de Vries. „Rabobank en ING worden niet op die manier beschermd.” De partij wil daarom het liefst „een gewone marktgang”.

Voor Eddy van Hijum, fractiespecialist van het CDA, gaat een constructie met preferente aandelen juist niet ver genoeg. „Het raakt niet aan de kerndiscussie die we nu moeten voeren, over de vraag wat de maatschappelijke oriëntatie van banken is”, zegt hij. „Er is iets misgegaan in de cultuur binnen banken. Met preferente aandelen bescherm je alleen tegen een vijandige overname, dat heeft weinig invloed op de cultuur.”

Henk Nijboer van de PvdA verwacht dat deze vragen aan de orde zullen komen in Dijsselbloems reactie op het rapport van de commissie-Wijffels. Die deed in juni een reeks aanbevelingen om de bankensector dienstbaarder aan de maatschappij te maken. Ook deze brief kan elk moment naar de Kamer gaan.

Een constructie met preferente aandelen kan worden gezien als een compromis tussen de regeringspartijen. Een volledige beursgang is de wens van de VVD, een vorm van controle die van de PvdA. De kans is groot dat deze oplossing het aandeel ABN Amro minder aantrekkelijk maakt voor beleggers, maar de schade zal beperkt zijn vergeleken met de situatie waarin de staat aandeelhouder blijft.

Opmerkelijk is wel dat met een nieuwe beschermingsconstructie de geschiedenis van de bank deels wordt omgekeerd. Voordat ABN Amro werd opgekocht, opgesplitst en later genationaliseerd, had de bank een beschermingsconstructie in de vorm van gecertificeerde aandelen. Die hief topman Groenink in 2004 op, in lijn met de zojuist verschenen code-Tabaksblat. Destijds was de gedachte dat de positie van aandeelhouders juist moest worden versterkt.