Syrische oppositie: 1.300 doden bij gifgasaanval van vandaag

Een man die de vermeende gifgasaanval in Damascus overleefde, rust op de vloer van een moskee in de stad.
Een man die de vermeende gifgasaanval in Damascus overleefde, rust op de vloer van een moskee in de stad. Foto Reuters / Bassam Khabieh

Volgens een belangrijk figuur binnen de Syrische oppositie, George Sabra, zijn er 1.300 mensen omgekomen bij de gifgasaanval in Damascus van vandaag.

Op een persconferentie in Istanbul zei Sabra:

“De misdaden van vandaag zijn [...] niet de eerste keer dat het regime chemische wapens heeft gebruikt. Toch is dit een keerpunt in hun operaties. [...] Dit keer was het doel uitroeiing, in plaats van terreur.”

Andere leden van de oppositie spraken eerder vandaag over 650 doden.

Het Syrische regime ontkende dat het leger chemische wapens heeft ingezet. Volgens een bron op de Syrische staatstelevisie zit er ‘geen enkele waarheid’ in de beweringen.

VN, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland willen onderzoek

Saoedi-Arabië riep de VN Veiligheidsraad vanmiddag op om snel bijeen te komen om de gifgasaanval te bespreken. Het inspectieteam van de Verenigde Naties dat momenteel in Syrië zit, wil de berichten over een gifgasaanval in Damascus onderzoeken. Groot-Brittannië en Frankrijk stelden dat ook al voor.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, minister Timmermans, zei vandaag vanuit Brussel (waar hij is voor overleg over Egypte) dat hij ‘zeer verontrust’ is over de berichten vanuit Damascus. Hij noemde het cruciaal dat de VN meteen toegang krijgen tot het gebied waar de aanval zou hebben plaatsgevonden. “Nu de EU toch in Brussel bijeen is, zal ik voorstellen dat de EU de VN oproept meteen met een onderzoek ter plekke te beginnen.”