Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

‘Een goede toga straalt gezag uit’

Gerrit Gombert uit Groningen maakt toga’s. De ambachtsschool is het begin, „de kneepjes van het vak leer je in de praktijk”.

Elke naad die hij stikt moet nut hebben. Bijdragen aan de vorm van de toga. De stof moet mooi vallen. Het mag niet te strak zitten, niet te losjes, en mag absoluut niet kreuken. Die jasjes van tegenwoordig, die met de knoop dicht wel erg strak zitten rond het middel, daar snapt Gerrit Gombert (80) helemaal niets van. „Die trekken als een mieter.”

Met zijn vrouw Truus (81) bestiert Gombert een winkel en atelier in het hart van Groningen, tegenover de Der Aa-kerk. Vroeger hadden ze ook een ruitersportkledingzaak. Voorin staan rekken vol toga’s zonder mouwen of kragen, nog te repareren mantels, tafels en stoelen voor de klant en een bescheiden pashokje. Achter is het atelier.

Gerrit Gombert maakt er toga’s en maatkleding voor mannen, al doet hij dat laatste al enige tijd nog maar sporadisch. Zo’n vijftig toga’s per jaar maakt hij, voor advocaten, rechters en professoren. Meer laat zijn leeftijd niet toe, zegt zijn vrouw.

Een goede toga straalt waardigheid en gezag uit, vertelt Gombert, en maakt de drager vertegenwoordiger van zijn of haar professie. „Hun geboorte begint hier.” Hij glundert als zijn vrouw vertelt over die keer dat een hoogleraar, bijna gepromoveerd, uit het pashokje kwam, huilend: „Kon papa dit maar zien”.

Een goede toga maken, vervolgt Gombert, is tijdrovend en heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Er is geen handboek voor, zegt hij. „De ambachtsschool is pas het begin. De kneepjes van het vak leer je in de praktijk.”

Hij leerde het in deze zaak, die zijn grootvader in 1925 begon. Al heeft hij van zijn voorvaderen zelf niet zoveel meegekregen; zijn grootvader en vader overleden toen hij nog een tiener was.

Toen hij ongeveer vijftien was, verruilde hij het gymnasium voor de ambachtsschool. „Een nare ervaring”, zegt Gombert nu. Liever was hij naar de universiteit gegaan. „Maar mijn vader heb ik op zijn sterfbed beloofd voor het gezin te zorgen.” Droogjes: „Dat moet je dus nooit doen.”

Zijn opa leerde het vak van kleermaker op de vakschool in Dresden. Hij trok daarna een tijd rond als Wandergesell. Vrij vertaald betekent dat: reizende leerling. Het was destijds gebruikelijk dat een ambachtsleerling als afsluiting van zijn opleiding op verschillende plekken ervaring opdeed. Zo ook zijn grootvader. Hij trok door Duitsland langs ateliers, totdat hij zijn meestertitel had.

Aan de muur hangt een herinnering aan die tijd, een oorkonde, in krullende letters staat de behaalde titel geschreven. Verder aan de wand: een trouwfoto, een lintje van de koningin en foto’s van Gombert in het atelier door de jaren heen.

Spijt heeft Gombert uiteindelijk nooit gehad van zijn overstap. Er viel genoeg te ontdekken in het vak van kleermaker, vertelt hij. „Iedere keer dat je iets maakt, moet je je vakmanschap bewijzen.” Nu knipt, naait en meet hij om de tijd door te komen. Daarom staat hij, bijna 81 jaar oud, doordeweeks nog elke ochtend om half acht in het atelier.

Opvolgers hebben de Gomberts niet. „Ik heb me er bij neergelegd”, zegt hij daarover. Hun twee kinderen hebben het vak nooit geleerd. Hun dochter is docent klassieke talen en hun zoon is al geruime tijd ziek. Hij woont in een verzorgingstehuis.

Vast personeel hebben ze al jaren niet meer. „Te veel drukte.” Er is genoeg talent, zegt Gombert. Maar die schrikken terug voor de hoge kosten die het beginnen van een eigen zaak met zich meebrengt, meent hij. En een florissante tijd is het niet: degenen die het wel deden, heeft hij bijna allemaal zien sneuvelen.

Al zal een markt voor handgemaakte toga’s altijd wel blijven bestaan, denkt hij. De vraag is al jaren stabiel. „We hebben nooit klanten hoeven zoeken.”

Maar wie die toga’s dan gaat maken, dat weet hij niet. Niet zomaar iedereen kan het, zoveel is duidelijk. Dan zit de kraag te los, of kreukt het. „Amateuristisch prutswerk”, noemt Gombert dat.