‘We onderzoeken de ondergang van het Haagse matje’

Vanavond begint een nieuwe reeks van Bureau Sport, de talkshow van Jakhalzen Erik Dijkstra en Frank Evenblij: „We gaan op zoek naar de randen van de sport”.

Een tafel, een paar mannen en een hoop gepraat. Dat is hoe een sporttalkshow er normaal gesproken uitziet. De aanpak van Bureau Sport, dat vanavond aan het derde seizoen begint, is anders. De combinatie van reportages, columns, talkshow-elementen en sportuitoefening zorgt voor levendige televisie.

Zo werd in de eerste twee seizoenen – waar rond de 300.000 mensen per aflevering naar keken – epo getest, moesten gasten virtueel rennen tegen Usain Bolt, werd het toen nog onbekende standpunt van de KNVB omtrent homoseksuele sporters onderzocht, en was er een speurtocht naar de fiets van oud-wielrenkampioen Harm Ottenbros, die hij in 1976 in de Oosterschelde smeet omdat hij genoeg had van de wielersport. Wat kunnen kijkers dit seizoen verwachten?

„In dit seizoen willen we vooral sportmythes ontrafelen, en introduceren we een sportquiz”, zegt Frank Evenblij, die samen met Erik Dijkstra Bureau Sport presenteert. Bij het grote publiek zijn ze bekend als de Jakhalzen, verslaggevers voor De Wereld Draait Door. Evenblij somt de verschillen in accent op met het eerste seizoen („toen ging het vooral over de sportzomer van 2012”) en het tweede (toen de nadruk op factchecking lag).

De onderwerpkeuze is niet het enige verschil: de uitzendtijd wordt gehalveerd, van 50 naar 25 minuten. Dit heeft gevolgen voor de inhoud. „Onze reportages zijn nu korter”, zegt Erik Dijkstra. „De studiogesprekken en fact checkers worden geschrapt.” Wat er dan overblijft? Evenblij: „De column van Youp van ’t Hek. Het zelf uitproberen van sporten. En de insteek blijft: op zoek naar de randen van de sport.”

Dit seizoen proberen de presentatoren onder andere kleiduiven schieten, gewichtheffen, honkballen, waterpolo en BMX-en. „Als je dat ons op tv ziet proberen, met een profsporter ernaast, dan zie je pas hoe goed zo iemand is”, zegt Dijkstra. Sporten ze in hun privéleven ook? Dijkstra: „Ik zit nog wel eens op de racefiets. Frank racet naar het café”.

Aan veel van de verhalen in Bureau Sport zit een nostalgisch randje, met topsporters uit de jaren zeventig en tachtig die worden opgezocht. Dit komt ook terug in het decor van het programma; een politiebureau uit de jaren zeventig met bakstenen muren en tafels vol dossiermappen. Een hang naar tijden dat sport niet werd geplaagd door dopingschandalen? „Niet per se”, zegt Evenblij. „Wat wel zo is, is dat wij romantiek om sport heen zoeken, en de mooie verhalen willen brengen. Er zijn geen shows die gaan over sport, behalve het sec praten over en analyseren van wedstrijden.”

Het mooiste verhaal dat dit seizoen wordt ontrafeld, is volgens Evenblij dat over rockgroep Golden Earring: „Die hebben jarenlang in allerlei interviews verteld dat de Amerikaanse zwemmer Mark Spitz zeven keer goud won op de Olympische Spelen van 1972 omdat hij op hun hit Radar Love trainde. Maar dat nummer blijkt toen nog niet eens te zijn geschreven. Wij onderzoeken dan hoe zo een verhaal ontstaat.”

Naast deze legendes zoeken ze ook uit hoe bepaalde revoluties in sport zijn ontstaan. „Klapschaatsen werden eerst alleen door vrouwen gedragen. Op een gegeven moment is Rintje Ritsma ze gaan gebruiken”, zegt Dijkstra. Een andere revolutie: de Fosbury flop. „Dat is een manier van polsstokhoogspringen, die pas sinds de jaren zestig bestaat. En we onderzoeken de opkomst en ondergang van het Haagse voetbalmatje.”

Besteedt Bureau Sport dit seizoen aandacht aan de dopingschandalen? „Nee”, zegt Dijkstra. „Ik ben overvoerd met EPO. Kijkers zitten daar niet meer op te wachten. De aandacht voor sport op Nederlandse tv is altijd erg serieus. Terwijl humor belangrijk is, je mag best een beetje lachen.”

Bureau Sport Ned 3, 19.25-20.00 uur