Opinie De kerstwarmte wijkt voor mondiale kilte

Uit de speakers van de Bijenkorf in Amsterdam klinkt sinds januari af en toe Russisch en Chinees. Een voorbode voor wat de warenhuisketen nu heeft besloten: vijf filialen gaan dicht, de resterende zeven gaan vooral een ‘premium experience’ bieden: alles draait om ‘luxe merken van internationale allure’.

Het zal strategisch vast een meesterzet zijn, en toch lijkt er iets verloren te gaan. Ooit was de Bijenkorf een weelderig paleis, deftig, chic. Het warenhuis vertegenwoordigde de wereld van artsen, advocaten, notarissen, hoogleraren – de traditionele statusberoepen. Als gewone sterveling kon je je hooguit vergapen aan de etalages met Kerst, en misschien mocht je eens per jaar met een oma of oudtante mee om er iets uit te zoeken.

Ik herinner me dat zelfs in mijn kindertijd, de jaren ’80, rond het Haagse filiaal nog een air van onbereikbaarheid hing, zoals rond het Kurhaus of Hotel des Indes. Toch was het de Bijenkorf die de normen van de goede smaak aanreikte. Elke winkel met pretentie richtte zich op het Bijenkorfgevoel.

Dat kantelde toen de merken steeds belangrijker werden, en de winkel langzaamaan alleen nog maar een overdekte marktplaats werd voor die merken, waar de consument via slimme slingerpaden langs werd gestuwd.

V&D bekeerde zich tot de ‘shop-in-shop’-formule, en ook de Bijenkorf volgde, door vloerruimte te verhuren aan Nespresso, Swarovski of Rituals. Het warenhuis is winkelcentrum geworden, en geeft de eigen identiteit uit handen aan de ‘luxe merken van internationale allure’.

Het warenhuis waar ooit de notabelen van de stad hun oude geld kwamen uitgeven, richt zich nu schaamteloos tot het nieuwe geld van de wereld. En dat spreekt Chinees en Russisch, en koopt Louis Vuitton, Hermès, Gucci enzovoorts. Alles ligt in steriele tentoonstellingsvitrines, de verkopers lijken nu op argwanende suppoosten. Al voorbij de draaideur laat een begroetmevrouw of beveiligingsbeer je al non-verbaal weten dat jij hier niets te zoeken hebt. De kerstwarmte is geweken voor de mondiale kilte, die vliegveldatmosfeer die alle bezienswaardige plekken op aarde identiek heeft gemaakt.

Het fenomeen blijft uiteraard niet tot de Bijenkorf of tot Nederland beperkt. In heel Europa zie je de voormalige plaatsen van grandeur zich op Nieuw Geld storten. Het Grand Hotel des Bains in Venetië, uitvalsbasis van Thomas Mann, verandert in een appartementencomplex voor wat wel de BRIC’s heet: Brazilianen, Russen, Indiërs, Chinezen. En die hebben, met dank aan hun geëxplodeerde economieën, bij café Florian aan het San Marcoplein de stoelen overgenomen van Casanova, Byron, Proust en Dickens. Zie ze zitten, in ‘onze’ authentieke achttiende-eeuwse interieurs, steevast naast bloedmooie meiden, die zich tooien met Louis Vuitton, Hermès, Gucci enzovoorts.

De meerderheid van bezoekers aan Saint-Tropez zijn Chinezen en Russen, die bij de Nikki Beach Club hun supersoakers met de duurste champagne staan te vullen, gewoon omdat het kan. De Chinezen betalen duizenden euro’s voor wijnen als Chateau Lafite of Chateau Margaux. En lengen die thuis met cola aan, want ze lusten helemaal geen wijn.

De BRIC’s met hun wansmaak kopen oud Europa op, en doen dat nu feitelijk ook met de Bijenkorf. In Amsterdam werkt dat waarschijnlijk wel. Daar staan de nieuwe rijken graag in de rij, en het pand is strategisch gesitueerd in de toeristische Bermudadriehoek Centraal Station – Rokin – Wallen.

Voor Den Haag heb ik zo mijn twijfels. De nette ‘oud geld’-Hagenaars komen er al niet veel meer. Die zijn door die dictatuur van luxe merken allang verjaagd naar kleine exclusieve zaakjes aan de Denneweg of de Frederik Hendriklaan.

Ach, misschien is het alleen maar halsstarrig nostalgisch, dat smachten naar het nobele oude Europa van de goede smaak. Je kunt gaan foeteren op China en Rusland, en dreigen hun Olympische Spelen te boycotten vanwege homovijandigheid of mensenrechtenschending. Je kunt ook erkennen dat de tijden nu eenmaal veranderd zijn, en je ze maar beter kunt vertellen dat de Drie Dwaze Dagen weer in aantocht zijn, in hun eigen taal. Put your mouth where the money is.