KPN is te belangrijk om te verkopen

Vitale infrastructuur dreigt in handen te vallen van een Mexicaanse investeerder. Toch kan een vijandige overname nog afgewend worden, schrijft .

De afgelopen tien jaar is een groot aantal gezichtsbepalende Nederlandse bedrijven overgenomen door buitenlandse kopers. Bekende voorbeelden zijn de energiebedrijven Essent en Nuon. Menno Tamminga, redacteur van NRC, heeft in 2009 daarover een boek gepubliceerd onder de veelzeggende titel De uitverkoop van Nederland. Hoe een ondernemend land geveild werd. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat politiek Den Haag, maar ook de spraakmakende ondernemerstop in ons land, deze verkopen kritiekloos hebben geaccepteerd.

De Nederlandse uitverkoop wordt bevestigd in een Amerikaanse studie. Daarin wordt een ranglijst over de periode 2000-2008 gepubliceerd van landen die op dit vlak per saldo een „waardeverlies” of „waardevoordeel” hebben gerealiseerd. Van de landen die een waardeverlies hebben geleden, staat Nederland wereldwijd op de vierde plaats en Europees gezien op nummer 1: ook wel aangeduid als de Gekke Henkie.

Gefundeerde kritiek op de uitverkoop, ondermeer van de vakbonden, is tot op heden altijd gesmoord met bekende teksten als: ‘Wij zijn een internationaal land, het past bij onze open economie’, ‘Het is een onstuitbaar proces’ en ‘Nederlandse ondernemingen kopen ook buitenlandse bedrijven.’

Dat laatste is zeker waar, maar de verdedigers van de verkoop van belangrijke Nederlandse bedrijven aan het buitenland vergelijken appels met peren. Ingeval een Nederlands bedrijf bijvoorbeeld een Amerikaans of Engels bedrijf overneemt, dan zijn de economische en maatschappelijke gevolgen daarvan in die grote landen minimaal. In ons relatief kleine land kunnen grote buitenlandse overnames in min of meer strategische sectoren grote gevolgen hebben. Zo heeft de Nederlandse overheid als gevolg van de verkoop van Essent en Nuon nauwelijks invloed meer op energieleveranties.

Daarnaast is bij veel verkopen vastgesteld dat ze niet in het belang waren van de continuïteit van de onderneming en van de werknemers, maar dat er sprake was van mismanagement. De verkoop werd vooral ingeven door de belangen van aandeelhouders, topmanagers, adviseurs en banken die gigantische bedragen verdienden met die verkoop. Ook bij kopers ging het vaak om snel geld verdienen door het overgenomen bedrijf kaal te plukken of op te splitsen.

Op zich horen buitenlandse overnames bij het open Nederlandse vestigingsklimaat en de toenemende internationalisering. Maar juist voor een klein land als Nederland is het van groot economisch en maatschappelijk belang waar de eigenaren van een onderneming gevestigd zijn en wie dat zijn. In tijden van economische crisis wordt dit nog eens extra onderstreept. Buitenlandse eigenaren kijken dan nog eerder naar het financiële eigenbelang en niet naar de belangen van de onderneming, werknemers en het maatschappelijk belang. Saneren doen ze het liefst niet in het eigen thuisland, maar ver van hun bed.

Uit opiniepeilingen blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking zich zorgen maakt over de verkoop van ,,bekende” bedrijven aan het buitenland. Meer dan tachtig procent was tegen de verkoop van Essent en Nuon en meer dan de helft vindt dat KPN niet aan de Mexicaanse investeerder Carlos Slim mag worden verkocht.

In 2009 zagen we voor het eerst dat de werkgevers in actie kwamen. Zo schreef werkgeversvoorzitter VNO-NCW, Bernard Wientjes, een brief aan het kabinet met de oproep om de verkoop van Essent en Nuon aan buitenlandse ondernemingen tegen te houden. Door deze verkoop raken we de zeggenschap kwijt over bedrijven die van vitaal en strategisch belang zijn voor een duurzame Nederlandse economie, aldus de werkgeversvoorman.

Het zou in lijn zijn met 2009 als Wientjes ook nu een signaal zou afgeven dat het niet in het belang van ons land is dat KPN straks de persoonlijke speelbal wordt van de Mexicaanse investeerder Carlos Slim. Die overname moet geblokkeerd worden.

Carlos Slim is geen filantroop maar een superrijke slimme zakenman die langs welke weg dan ook aan zijn overname fors wil verdienen. Hij kent alle beproefde recepten waarmee bedrijfsresultaten opgekrikt kunnen worden, zoals het afsplitsen of wegsnijden van onvoldoende rendabele onderdelen; en dat gaat ons zeker werkgelegenheid en technologische innovaties kosten.

Ook doorverkoop is een mogelijkheid, het gaat Slim vooral om de Duitse markt. Daarnaast mogen wij niet verwachten dat hij net als het huidige management van KPN in Nederland zal investeren in voor ons land zeer cruciale langlopende projecten zoals glasvezelnetwerken. Bovendien is KPN, het bedrijf dat nu nog de kapitaalmarkt op kan, straks vooral aangewezen op financieringen door ‘Mexico’. Daar wordt het (investerings)beleid bepaald.

Maar er zijn nog andere belangrijke argumenten waarom deze overname geblokkeerd moet worden. KPN is eigenaar van telefoonkabels, glasvezelnetwerken en zendmasten in Nederland. Na de overname komt deze essentiële infrastructuur van ons land in handen van een Mexicaans bedrijf, feitelijk Carlos Slim. Daarnaast zit KPN van oudsher in de haarvaten van belangrijke (vertrouwelijke) overheidsdiensten op allerlei terreinen, ondermeer staatsveiligheid en defensie.

Toch staan we niet met lege handen. Bij de beursgang van KPN is een speciale stichting opgericht die KPN kan beschermen tegen een vijandige overname door de uitgifte van speciale aandelen. Er zijn voldoende overtuigende argumenten voor het stichtingsbestuur om dit verdedigingswapen nu in te zetten.