Kies uw favoriete fragment van Zomergast Johan Simons

Vanavond is Zomergast theaterregisseur Johan Simons aan de beurt om Wilfried de Jong en de rest van Nederland een fragmentkeuze voor te schotelen. In aanloop naar zijn keuze zet nrc.nl zelf alvast drie fragmenten op een rij die de Zomergast typeren, maar we willen graag ook uw favoriet weten én welke vraag u Simons zou stellen.

Foto EPA / Frank Leonhardt

Vanavond is Zomergast en theaterregisseur Johan Simons aan de beurt om Wilfried de Jong en de rest van Nederland een fragmentkeuze voor te schotelen. In aanloop naar zijn keuze zet nrc.nl zelf alvast drie fragmenten op een rij die de Zomergast typeren, maar we willen graag ook uw favoriet weten én welke vraag u Simons zou stellen.

Een van de beste theaterregisseurs van Nederland

Johan Simons, wie is dat eigenlijk? In het rijtje van Zomergasten tot nu toe (Beatrice de Graaf, Nelleke Noordervliet en Hans Teeuwen) is hij waarschijnlijk de minst bekende. Onterecht, want Simons (Heerjansdam, 1946) wordt gezien als een van de beste theaterregisseurs van Nederland, en zelfs van Europa. Nog onterechter omdat hij juist zijn regisseurscarrière begon met het maken van theater dat voor iedereen was - Griekse tragedies uitgevoerd op het Nederlandse platteland, waar niet alleen de rijke kenners uit de theaterwereld op af hadden moeten komen.

Simons begint na een opleiding tot danser aan de Rotterdamse Dansacademie en een opleiding tot acteur aan de Toneelacademie Maastricht in 1976 als acteur en regisseur bij de Haagsche Comedie. Hij wordt niet genoeg vrijgelaten als acteur en vindt de weg naar vrijheid uiteindelijk wel als theaterregisseur. In 1979 start hij zijn eigen gezelschap, Het Wespetheater, en in 1982 Het Regiotheater. In 1985 ontstaat daaruit Theatergroep Hollandia. Daar vindt hij met muzikant en componist Paul Koek het genre van muziektheater op locatie uit. Het doel: op locatie spelen voor de gewone man.

Hollandia fuseert met het Zuidelijk Toneel tot ZT Hollandia, en in 2005 gaat Simons naar NT Gent. Simons regisseert ondertussen nog twee opera’s in Parijs, en is tussen 1999 en 2009 gastregisseur in afwisselend Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Sinds 2010 is hij regisseur en intendant van de Münchner Kammerspiele, en in 2015 wordt hij weer artistiek leider van NTGent. Ondertussen regisseert hij ook nog voorstellingen bij Toneelgroep Amsterdam: aankomend seizoen gaat daar Dantons dood in première.

‘Zeg dat het goed komt’

Wie alles, of veel, wil weten over Simons, moet eigenlijk deze documentaire van Ireen van Ditshuyzen zien: Johan Simons: Zeg dat het goed komt (2011). Van Ditshuyzen volgde hem twee jaar lang. Op reis, thuis met vrouw en kinderen, en vooral werkend aan voorstellingen. Aan de hand van fragmenten uit toneelvoorstellingen laat Van Ditshuyzen de verschillende kanten van zijn oeuvre zien, terwijl acteurs met wie hij regelmatig werkt Simons naspelen.

Geïnterviewd wordt Simons voor de documentaire niet, maar in het begeleidend commentaar weet hij een aantal voor de regisseur typerende zinnen uit te spreken:

“Daar heb ik niks mee, met de laatste Kerst. Het is altijd de laatste dag van je leven.”
“Ik wilde vroeger zendeling worden. Ik wil dat nog steeds, alleen zonder God.”
“Ik haatte rijke kinderen.”
“Ambitieus. Ja, dat ben ik. Ik ben de baas. Iedereen luistert naar me, en doet wat ik wil.”
“Je moet niet blijven doen wat je kan. Ik wil altijd meer, hoger.”
En bij de gedachte aan een nieuwe voorstelling: “Paniek. Het is doodeng, iedere keer weer. Maar ik ben een gokker, net als mijn vader. Alleen ik heb nog nooit écht verloren. Ik heb voorstellingen gemaakt die mislukt zijn, maar ook toppers. Elke keer weer ben ik er bang voor.”

Bekijk de hele documentaire:
Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Simons wil het hebben over passie

Waar gaat Simons het zelf eigenlijk over hebben in Zomergasten? In een interview begin juli met NRC Handelsblad zegt hij:

“Ik ga het in Zomergasten hebben over wat acteren is, en wat spreken is. Waarom Obama zo’n goede spreker is. En over passie: waarom grote kunstenaars als Jeroen Willems en Jacques Brel van binnen zijn opgebrand. Ik wil mijn favoriete acteurs laten zien: Pierre Bokma, Sandra Hüller, Elsie de Brauw [zijn vrouw, red.]. Misschien ook fragmenten uit eigen toneelregies: De val van de goden, Sentimenti.”

Andere te verwachten fragmenten van Simons: over het platteland, waar hij zelf geboren werd, over kunstenaars die hij goed vindt, en over de positie van kunst en cultuur in de maatschappij.

Johan Simons IN DRIE VIDEO’S

Voorafgaand aan de uitzending vanavond selecteren wij drie fragmenten om Simons zelf alvast een beetje te leren kennen. Met bijkomend nadeel dat juist dit onderwerp - zowel het theater, dat niet vaak wordt opgenomen, als de theaterregisseur, die zelden voor de schermen verschijnt - zich bij uitstek slecht leent om in video’s van een paar minuten gevangen te worden.

Johan Simons en het locatietheater
Met Paul Koek vond Simons het locatietheater uit. Spelen voor de gewone man, tussen de gewone mensen, gebruikmakend van wat de omgeving, in tegenstelling tot het steriele theater, aan mogelijkheden biedt. Helaas bleef de gewone man uiteindelijk vooral thuis en bleek het publiek voornamelijk te bestaan uit hooggeschoolden. Simons zei daar vorig jaar in een interview met NRC Handelsblad over:

“Ik heb in 1985 ZT Hollandia opgericht en toen hadden wij als regel: voorstellingen maken voor mensen die dat niet of nauwelijks kennen. Wij hebben ook de stad verlaten, heel consequent, en zijn het platteland opgegaan. Ik denk dat wij zo’n beetje de eersten waren die op locatie gingen spelen en daar ook toneelliteratuur brachten, dus echte Griekse stukken, en ook boerenstukken, natuurlijk. Maar binnen een jaar zaten daar de happy few uit Amsterdam, omdat dat heel bijzonder scheen te zijn.”

“Er waren echt wel mensen uit dat dorp die kwamen kijken, maar daarvan waren er natuurlijk maar drie of vier bij al die dertig voorstellingen die je deed, die vervolgens dachten: ‘Wat geweldig dit, theater, kunst! Dat ga ik volgen.’ Theater is geen massakunst. Dat kan ook niet. Een theatervoorstelling maak je voor hooguit achthonderd mensen, of als je een hele grote zaal hebt tweeduizend mensen per avond. Het is een heel fijnzinnig medium. Het gaat om een reflectieve ruimte, om het maar even heel pathetisch te zeggen, die je met elkaar schept; de mensen die op het toneel staan en de mensen die daar in de zaal zitten.”

Ter voorbeeld dit fragment uit Simons’ afscheidsvoorstelling bij ZT Hollandia: locatietheater in de voorstelling Fort Europa. De voorstelling vindt plaats op het Südbahnhof van Wenen, in zeven monologen van Tom Lanoye over mensen die Europa willen verlaten:

Johan Simons en het belang van theater en kunst
Simons gaf begin juli al aan bij Zomergasten fragmenten over de positie van kunst in de maatschappij te willen tonen:

“Ik ga het verschil uitleggen tussen kunst en cultuur, want dat is niet hetzelfde. Kunst moet cultuur kritisch beschouwen. Ik wil het hebben over de andere positie van kunst in Duitsland. Duitsland heeft een aanbodcultuur, die uitgaat van de aanbieder. Nederland heeft een vraagcultuur, uitgaand van de vragende partij. In Duitsland is kunst geïntegreerd in het leven. Zij staat niet los van politiek en bedrijfsleven. Daarom zijn die Moffen ook zo goed, ze hebben een gelaagde samenleving.”

Ook in de documentaire van Van Ditshuyzen komt dit thema aan bod. De beleving van kunst in Duitsland, tegenover die in Nederland, is iets wat Simons steeds weer tegen de borst stuit. Hij zei daarover vorig jaar in de krant:

“Je moet de vrijheid hebben om dingen te ontdekken waarvoor nog niet direct een publiek voorhanden is. Als je de Duitse situatie neemt, dan zie je dat de kunst daar gesubsidieerd wordt omdat de politiek het belangrijk vindt dat kunstenaars de mensen meenemen of provoceren, nieuwe ontdekkingen laten doen over het leven, over zichzelf.”

“Je hebt in Nederland de vermenging gekregen van populaire cultuur en elitaire cultuur, een vermenging van cultuur an sich – tot cultuur hoort alles. Kunst is daar naar mijn idee een apart segment in en dat is voor een deel misschien elitair, maar de elite heb je nodig in een maatschappij.”

“Kunst is heel autoritair en gaat niet over democratie en gaat ook niet over meerderheid van stemmen. Je moet de gelegenheid krijgen als kunstenaar. De gemeenschap betaalt daaraan mee – om een hoogwaardige samenleving te ontwikkelen. Als wij alleen maar André Rieu zouden horen of Rob de Nijs, dan zakt de samenleving in.”

Goede kunst moet zich volgens Simons niet zelf bedruipen, die heeft subsidie nodig:

Johan Simons en het durven denken
Zoals al blijkt uit zijn pleidooi voor subsidie, ook voor kunst die geen massa trekt en niet populistisch is, vindt Simons dat theater niet alleen vermaak moet zijn. Zijn theater wordt in toenemende mate politiek; theater met een moraal, dat aanzet tot nadenken. Over zijn keuze voor onderwerpen bij de Münchner Kammerspiele zegt hij in NRC:

“We kiezen voor een repertoire dat onherbergzaam, onberedeneerbaar, risicovol, ijskoud, demonisch, maar ook liefdevol en troostrijk is. Dat kan, als het maar van een reflectie op de mens en de samenleving getuigt.”

In 2007 ontvangt Simons de dr. J.P. van Praag-prijs van het Humanistisch Verbond, waarbij hij door de voorzitter van de jury wordt omschreven als een theatermaker die “getuigenis aflegt van zijn bewogenheid met wat er tussen mensen en in de samenleving gebeurt”. Dat begint bij zijn locatietheater, waar hij klassieke toneelstukken voor iedereen toegankelijk wil maken, en groeit uit in zijn latere werk in de theaters van grote steden, voorstellingen waar de intimiteit tussen toeschouwer en acteur, het individualisme in de samenleving of juist de betrokkendheid tussen mensen, en het creëren van nieuwe denkkaders centraal staan. Wat moeten we bijvoorbeeld denken van de voorstelling Kasimir en Karoline (NTGent, 2009), waarin Kasimir de zin uitspreekt: “Elk intelligent mens is een pessimist.”

Het Humanistisch Verbond schrijft:

“Stond hij [Simons, red.] vroeger met Hollandia met zijn rug naar Amsterdam om midden in de wereld te kunnen staan, nu verlangt hij ernaar om deel te nemen aan een politiek-maatschappelijk debat en zoekt hij daarom het centrum van de samenleving op waar de kans het grootst is dat hij mensen treft die zich daar ook mee engageren.”

In 2009 bezorgen “zijn zoekende geest, zijn werkwijze en zijn keuze voor theaterstukken met maatschappelijke thema’s” Simons een Eredoctoraat van de Universiteit van Gent:

“Het is de grootste uitdaging van deze tijd en dus de verdienste van Johan Simons om te geloven dat we mogelijkheden kunnen creëren. Hij creëert theater dat de buik en het hoofd in gaat en via emoties het denken laat zien. [...] Het theater van Johan Simons is één van die vrijplaatsen waarin een mechanisme van weerbaarheid kan ontstaan; analyse, luciditeit en troost als alternatief voor doemdenken en fatalisme.”

“Heb het lef om te weten”, zegt Simons in feite met elke voorstelling:

Get Adobe Flash

Wat is uw favoriete fragment van Johan Simons, en: welke vraag zou u hem vanavond willen stellen? Laat het weten in de comments!