Vloerbedekking van gras

John Jansen van Galen wandelt deze zomer elke week naar een uitspanning. Deze week: Theehuys Anserdennen in Ansen.

Theehuys Anserdennen
Theehuys Anserdennen

Een brink met dorpspomp en muziektent, een herberg met een fraaie houten veranda, bij de verweerde kerktoren het beeldje van een meisje dat in een boek verdiept is: Lammechien, het zusje van Bartje, die in de gelijknamige streekroman niet voor bruine bonen bad. Jawel, we zijn in hartje Drenthe. Er is rommelmarkt in Ruinen, zodat het even duurt eer we het dorp verlaten, langs de korenmolen uit 1625 die pas in 1964 naar zijn huidige plaats is verhuisd – omdat hij daar mooier uitkwam. Door zacht golvend land van weiden en akkers, omsloten door boomsingels, dwars over een camping, gaan we naar het Dwingelderveld en zien al gauw het gul begroeide sedumdak van het bezoekerscentrum, dat de natuur van deze provincie in kort bestek samenvat: heide, jeneverbes, een ven, een vlindertuin en ruim uitzicht over landerijen.

We volgen een smal zandpad langs het Drosteveen, waar geen toeristisch paaltje of pijltje meer te zien is, zodat we ons even in pure natuur wanen. De oevers van het Achterlanderveen zijn geel van de wederik, het donkere paars van de eerste heidebloesem staat naast het zachtroze van erica. In de verte steken de radiotelescoop van Dwingeloo en de vuilverbranding van Wijster af tegen bosranden, maar verder is het één weidse verlatenheid, haast onherbergzaam en woest onder het nevelige regengordijn dat over de vlakte nadert.

Even later ruist de bui op ons neer. Op de brede zandweg die bijna twee kilometer lang door het bos slingert is moeilijk uit te maken of we nog nat worden van de regen dan wel doordat de wind de laatste druppels uit het bladerdak veegt. Dan zien we door het struikgewas heen afgespannen paarden onder de bomen staan bij een huifkar met de dissels omlaag: daar is het ‘Theehuys Anser Dennen’!

Ik herinner mij van lang geleden een schamele, houten uitspanning, een bron van herrie die Natuurmonumenten liefst weg wou hebben. Men koos eieren voor zijn geld, liet een pront nieuw gebouwtje neerzetten en verving de i van theehuis door een y. En ziedaar: nu is er een kleine oase, door bos omgeven, waar Drentse bramenwijn wordt geschonken en ‘thee met zonne-energie’. We bestellen een Anserdenner Smikkel, die bestaat uit kloeke sneden donker brood, royaal belegd met rundrookvlees en boerenkaas.

Dan lopen we verder langs eeuwenoude hoeven met rieten daken. Negen paarden draven sierlijk door ruig grasland. Twee ooievaars kuieren in een wei, een buizerd vliegt op, een zilverreiger zweeft over een vaart. Een jongetje met bloot bovenlijf snijdt gras onder de berken. „Voor vloerbedekking!”, roept hij en wijst ons trots in het bos zijn boomhut in aanbouw. Een Bartje van onze dagen.