Spannend, maar geen reden voor paniek

Als kinderen naar de brugklas gaan, komen er veel onbekends op hen af. Even eng misschien, maar niet erg. „Een beetje zwemmen in die overgangsfase, dat hoort erbij. Daar leren ze enorm veel van.”

Daar gaat ’ie dan, de kersverse brugklasser, voor het eerst naar de nieuwe grote school. Slingerend op de fiets met die veel te grote tas, met drie vriendjes naast elkaar op het fietspad. Weg uit de beschermde wereld van de basisschool, op naar de grote wereld met huiswerk, tussenuren en tien nieuwe vakken. En vooral ook met nieuwe sociale regels en absolute don’ts op modegebied. De brugklas levert een hoeveelheid stress op die je niet moet onderschatten, als je artikelen in kranten en tijdschriften moet geloven. Om nog maar te zwijgen van websites als hoeoverleefikdebrugklas.nl.

„Ach, welnee”, lacht Joke Butter. Al 28 jaar geeft zij geschiedenis op het Vossius Gymnasium in Amsterdam, deels als brugklasmentor. „Die moeilijkheden waar je nu zoveel over leest, die zijn van alle tijden.” Het zijn en blijven brugklassers, wil ze maar zeggen, met precies dezelfde onzekerheden en grappige eigenaardigheden als twintig jaar geleden. „Kijk maar eens hoe ze de school binnenkomen: bleu en verlegen. Binnen een paar weken is dat over, en na de herfstvakantie zijn ze opeens vreselijk bijdehand geworden.”

Natuurlijk is de overgang groot, beaamt Butter. Brugklassers moeten zich opeens een heel nieuwe omgeving eigen maken, nieuwe regels en een nieuwe manier van leren – nog afgezien van het sociale aspect. Tegen de herfstvakantie liggen ze op apegapen, vertelt de docente. Er gebeurt immers ontzettend veel in die eerste tijd. „Maar het komt eigenlijk altijd vanzelf goed”, zegt Butter. „Dat ze een beetje zwemmen in die overgangsfase, dat hoort erbij. Daar leren ze enorm veel van.”

Op een vmbo in een achterstandsbuurt is het beeld misschien minder rooskleurig. Maar ook hier komt het overgrote deel van de bruggers vanzelf op zijn pootjes terecht, zegt Astrid Poorthuis, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Utrecht. Zij deed onderzoek naar de overgang tussen basisschool en middelbare school. „Natuurlijk zijn er kinderen voor wie de brugklas een struikelblok is”, zegt ze. „Maar het is een minderheid, en het zijn vaak kinderen die het op de basisschool ook al lastig hadden.” De sprong naar de brugklas is op zichzelf niet per se een bron van problemen, benadrukt ze.

Wel zijn er grote individuele verschillen tussen leerlingen, zegt Poorthuis. Ze onderzocht waarom de ene leerling de overstap zoveel makkelijker maakt dan de andere. Persoonlijkheidsfactoren bleken van belang. Kinderen die op de basisschool bijvoorbeeld heel behulpzaam zijn, ook voor kinderen die ze niet kennen, blijken op de middelbare school aardiger gevonden te worden dan kinderen die minder geneigd zijn om anderen te helpen. En kinderen die zich op de basisschool niet snel laten afleiden van hun werk, doen het in de brugklas gemiddeld beter – en dat geldt op alle niveaus.

Persoonlijkheidsfactoren: daar kun je als leerling of als ouder dus weinig aan doen. Toch sloeg de collectieve stress alweer toe. Cursussen voor pre-brugklassers én voor hun ouders worden bij bosjes aangeboden op internet. Die moeten de leerlingen en hun ouders voorbereiden op de sociale en praktische uitdagingen van het nieuwe leven. „Vreselijk”, reageert Butter. „Alsof alles meteen begeleid moet worden. Daarmee geef je aan het kind het signaal dat het allemaal lastig en vervelend is.” Nieuwe dingen zijn volgens Butter altíjd een uitdaging in het leven. Daar is helemaal niets mis mee. Die ‘hijgerigheid’, zoals ze het noemt, is volgens haar wél echt iets van de laatste tijd.

Klopt, zegt onderzoeker Poorthuis. We moeten beslist niet iedereen op cursus sturen. Maar voor sommige sociaal kwetsbare leerlingen kunnen zulke cursussen volgens haar toch wel heel nuttig zijn. „Als je niets doet, is de kans groot dat deze kinderen hun problemen meenemen naar de middelbare school”, zegt ze. „Als je ze duidelijke handvatten geeft, dan kunnen ze op de middelbare school misschien een nieuwe start maken.”

Jikkie Heuker beaamt dat. Zij is manager bij Indigo Utrecht, een landelijke GGZ-organisatie, die zulke cursussen geeft. „Ze zijn bedoeld voor kinderen die bepaalde sociale vaardigheden missen”, vertelt ze, „vaak kinderen met een lagere sociaal-economische status, of uit het speciaal onderwijs.” Tijdens de cursus leren zij bijvoorbeeld vrienden maken, complimenten maar ook kritiek geven en ontvangen, en duidelijker zeggen wat ze voelen en bedoelen.

Waarin deze tijd in elk geval verschilt van vroeger, is de voortdurende verleiding van internet, games en sociale media. „Op school voeren we voortdurend een strijd tegen de iPhone”, vertelt Butter. Kinderen gebruiken hem als agenda en zoeken er informatie mee op voor de lessen. „Maar op sommige momenten moet zo’n ding natuurlijk gewoon uit. Dan merk je dat ze dat niet gewend zijn.” Butter concludeert dat er blijkbaar bijna geen ouders meer zijn die zeggen dat deiPhone ’s avonds beneden moet blijven liggen. „En ondertussen raken die kinderen dodelijk vermoeid van dat alsmaar bereikbaar moeten zijn.”

Ontwikkelingspsycholoog Poorthuis denkt dat sommige brugklassers gevoeliger zijn voor dit soort verleidingen dan andere. Voor bepaalde pubers kan het geen kwaad dat het mobieltje voortdurend onder handbereik is. Maar voor kinderen die toch al snel afgeleid zijn, zouden ouders en leraren grenzen moeten stellen. „Die zelfdiscipline komt niet altijd automatisch”, zegt ze. „Sommige kinderen moeten dat echt leren.”

Maar weer blijft Butter vrolijk optimistisch. „Ook dat komt allemaal uiteindelijk heus wel goed”, zegt ze. Zij vindt dat proces vooral heel leuk. „Die eigengereidheid van brugklassers, die zoektocht naar wat wel en niet kan, die combinatie van gevoeligheid en stoerheid. Als je ze met veel geduld en liefde benadert, dan fietsen ze wel door die brugklas heen.”

En daar ligt ook volgens Poorthuis de grootste rol voor de ouders. „Blijf vooral veel met je brugklasser praten”, raadt ze aan. „Vraag regelmatig hoe hij het vindt op school, wat er goed gaat en wat niet. Vertel over jouw eigen ervaringen op die leeftijd.” Want dat is waar die brugklasstress uiteindelijk om draait; die nieuwe grote school met al die ongeschreven regels. En dat is heus in al die jaren niet veranderd.