Paardenvissersschelp

Hoewel garnalen lekker genoeg zijn als garnalen, dus zonder dat je er erg veel mee doet, is het soms ook leuk om er wel iets mee te doen. Garnalenkroketten maken bijvoorbeeld, er gaat weinig boven garnalenkroketten en kroketten maken is leuk werk. Het heeft alleen als nadeel dat kroketten ook gefrituurd moeten worden en daar heb je dan weer niet altijd zoveel zin in.

Al denkend over garnalen begon ik eens wat te bladeren in Noord-Atlantisch viskookboek van Alan Davidson en daar trof ik een gerecht aan met een heel eigenaardige naam: Paardenvissersschelp.

Paardenvissers? Wat zijn dat voor vissers? Het bleken vissers te zijn die gezeten op een paard aan de Belgische kust door de branding reden, op zoek naar schelpdieren en kleine visjes. En die paardenvissers aten dan, zegt men, hun garnalen in een biersaus, en dienden dat op in lege sint-jakobsschelpen.

Nu, na uitproberen bleek dat je geen paardenvisser hoeft te zijn om dat lekker te vinden. Heerlijk is de beetje bittere biersmaak met de zoete garnalen, weer eens wat anders dan de gebruikelijke zurige wijnsmaak.

Dit is een makkelijk, smakelijk en ook nog eens visueel aantrekkelijk voorgerechtje. Koop er in Nederland gepelde garnalen voor.

per 2 personen

klontje boter

1 middelgrote ui

2 ons champignons

1 el maïzena

2 dl bier (kan ook alcoholvrij bier zijn)

2 ons Hollandse garnalen

2 lege sint-jakobsschelpen

Hak de ui, snij de champignons in plakjes en bak ze in een koekenpan tot de ui lichtbruin is.

Bestrooi met peper en zout en vervolgens met de maïzena.

Roer goed door en giet er het bier bij. Blijf roeren tot een glanzende, lichtgebonden saus ontstaat. Proef op peper en zout.

Doe de garnalen erbij, laat die even goed warm worden en giet de ragout in de lege sint-jakobsschelpen.