Zíj stierven voor je tosti

Een kunstenaar bracht de varkens Wim en Max groot, en slachtte ze. Daar komt de ham in je tosti vandaan, wil hij het publiek duidelijk maken.

De telefoon gaat. „Ben jij van de Tostifabriek”, vraagt een man. Iris Box (25) antwoordt ja. „Ze zouden jóú moeten slachten”, schreeuwt de stem, hoorbaar door de speaker.

De twintig vrijwilligers (één vegetariër) van de Tostifabriek die de afgelopen maanden op het Oostenburgereiland in Amsterdam graan hebben verbouwd, koeien gemolken en twee varkens grootgebracht, zijn wel wat gewend: scheldkanonnades op Facebook, doodsbedreigingen op Twitter. Maar dit is wel erg direct.

Wim en Max werden gisterochtend geslacht. Voor de ham. Verder heb je nog graan nodig (voor het brood), en melk (voor de kaas) om een tosti te maken.

Het slachten van de twee varkens roept emoties op – en dat is precies de bedoeling. De Tostifabriek is een idee van kunstenaar Sascha Landshoff (25). Hij wilde ervaren wat er nodig is om een simpele tosti ham-kaas te maken. Het is ook maatschappelijk bedoeld: een project om ons bewust te maken van waar ons eten vandaan komt. De afgelopen vijf maanden stonden Wim en Max in een hok naast een café langs het water. De koeien staan er nog steeds. En het graan moet nog worden geoogst.

Wie vlees eet, moet weten waar het vandaan komt: met dat idee zijn er de laatste tijd meer initiatieven. In Tilburg, Rotterdam en langs het Annerveenschekanaal (Drenthe) staan varkenshuizen: stadsboerderijen waar omwonenden verantwoordelijk zijn voor de zorg voor een paar varkens die na een maand of acht geslacht worden. Ook hebben tegenwoordig verschillende biologische boeren in het land vleespakketten met vlees dat de naam heeft van de koe.

Wim en Max worden woensdag naar een slachterij in Kamerik gebracht. Bij het inladen spreken ze nog stoere woorden – „het zijn maar gewoon varkens” – maar geen van de vrijwilligers heeft ooit een slacht meegemaakt. Vera Bachrach (24) heeft al een voorproefje gehad, zij heeft dinsdag met een tang twee merken door de oren van de varkens moeten piercen. „Dat ging me door merg en been.”

De vrijwilligers hebben hun tent opgeslagen in een weiland niet ver van de slachterij. De wekker gaat donderdagochtend om zes uur. Om zeven uur vindt de ante mortem-keuring plaats: een veearts van de Voedsel- en Warenautoriteit controleert de papieren en beoordeelt of de dieren niet ziek zijn. Het is binnen een minuut gebeurd.

Dan zien ze in de wei naast de slachterij een dood kalf liggen. Het zou worden geslacht, maar heeft de nacht niet overleefd. Het dode dier maakt de gebeurtenis opeens heel reëel. De vrijwilligers dralen rond de trailer met Wim en Max. „Ik ben nog niet verdrietig, maar wel een beetje down”, zegt Niels van Capelle (33). „Ik heb ze net nog een mandarijn gevoerd.” Naast de slachterij staan kliko’s met bloed, huiden, pootjes.

Na een stuk of twintig schapen, wat geiten en een paar kalveren is het tegen half één ’s middags de beurt aan Wim en Max. Iris Box en Vera Bachrach hebben de varkens ook nog wat mango en aardbeien gevoerd (de slachter is daar niet blij mee, omdat er dan spanning op de maag komt staan). Iris huilt omdat „er de hele dag door zo veel dieren worden gedood”. Vera zegt: „Het lijkt wel een begrafenis.” Ze blijft kijken. Iris Box niet, die loopt weg.

Dan is het zo ver. Eerst Max, dan Wim. Een elektrische schok, een snede door de hals. Stilte, rode ogen. Ze worden aan hun achterpoten opgetakeld en lopen leeg. Het bloed wordt opgevangen in een emmer. Langs een rail worden ze het abattoir ingeschoven. Daar worden de haren eraf geschroeid. Witte neusjes, een enkele traan bij de omstanders. De slachter snijdt de ingewanden eruit, dampend. Dan gaan ze doormidden. Wim en Max zijn vlees geworden.

Vanmiddag om vijf uur worden Wim en Max door vier slagers uitgebeend. Zondag wordt alles wat geen ham wordt, opgegeten op een braderie bij de Tostifabriek. Daar zijn op 14 september de tosti’s te koop. Voor 25 euro per stuk.