Kamelenmelk, paardenburger

Jamie Oliver lanceert een nieuw eettijdschrift in een krimpende markt. Gekke gerechten blijven in, maar koks willen ook terug naar de eenvoud.

Zou het een teken aan de wand zijn? In de week waarin bekend werd dat het stoute mannenblad FHM, bekend van de verkiezing van het Buurmeisje van het Jaar, er op papier mee stopt, werd Jamie Family gelanceerd. Een blad voor een ander type man: voor de vader die in houthakkershemd woeste picknicks op poten zet. Of die zelf popcorn maakt met het kroost, in de smaken spek en maple syrup of Mexicaans.

Jamie Family is een special van het al langer in het Nederlands verschijnende Jamie Magazine (oplage: 28.000). De inhoud wordt deels uit het Engels vertaald – vandaar de maple syrup – maar er is ook genoeg Nederlandse inbreng. Er zijn tips voor goed gevulde broodtrommels (‘out of the box-denken’); de kinderen van de Jamie Family Man verruilen hun boterhammen en pakjes sap voor frittatarolletjes en roodfruit-smoothies.

Het blad interviewt Jonathan Karpathios, die stopte met koken op sterrenniveau toen hij vader werd, en restaurant Vork en Mes begon met producten uit zijn eigen kwekerij. Hij is duidelijk van de Jamie Oliver-school: kinderen eten heus wel groente als je ze maar laat helpen met de bereiding ervan. Ouders zouden van hem twee vierkante meter in de tuin moeten vrijmaken en wat gaatjes in de grond stoppen. „Als je eenmaal de aarde aan je handen hebt gevoeld, wil je niets anders meer.”

Zo’n tijdschriftlancering blijft dapper, want ook de foodbladen hebben het niet makkelijk in de huidige markt – al vergaat het ze iets beter dan de traditionele mannenbladen. Stijger in het genre is Foodies, met een betaalde oplage van 22.555 verkochte exemplaren in het laatste kwartaal, tegen 17.000 het jaar daarvoor, maar de oudere en bekendere titels als Elle Eten en Delicious zien hun oplagen dalen.

De oplagestijging van Foodies verbaast niet: het augustusnummer heeft originele onderwerpen. Er is een reportage over een kamelenmelkerij in het Brabantse Berlicum, waar de kamelen namen dragen als Chantal en Nina. Boer Frank verkoopt ook bonbons van de kamelenmelk.

Ook loopt een redacteur een dagje mee bij de abdij in het Limburgse Echt waar het Livar-varken wordt gehouden. Eerst knabbelen de varkens aan haar laarzen, daarna moet ze een karkas uitbenen en worstjes maken.

Kom daar maar eens om in Delicious: dat mist lekkere leesverhalen en lijkt eerder een maandelijks kookboek dan een magazine, zo veel recepten bevat het. Een special over ‘brave burgers’ redt het augustusnummer: de kookschrijvers van Mister Kitchen bakken daarin hamburgers van ondergewaardeerd vlees als geit en paard.

Elle Eten zit beter bovenop de tijdgeest. Uiteraard beschrijft het de trend onder de Nederlandse topkoks: Ron Blaauw die zijn twee sterren ‘teruggaf’ en Sergio Herman die zijn driesterrenrestaurant sluit. Ze willen weg van de poeha, terug naar het eenvoudige, eerlijke eten.

Zelf lijkt het tijdschrift die gang ook te maken, zeker in de styling en fotografie. Geen glimmende schalen meer, maar boerengerechten gefotografeerd op houten planken.

Ook de interviews zijn modest. Het magazine spreekt de Surinaams-Nederlandse kok Patrick Rechards, beroemd van zijn barbecuestand op het Kwaku Festival en van zijn uitgebreide maaltijden voor bekende voetballers als Stanley Menzo en Royston Drenthe. Rechards is onbedoeld modern: „Een pom maak je zoals pom hoort te worden gemaakt, dus niet met iets raars als piccalilly.”