Dat wereldrecord van 2,45 meter moet eraan

Al twee decennia staat de 2,45 meter van de Cubaan Javier Sotomayor in de boeken als wereldrecord hoogspringen. Maar ze zijn er nu dichtbij.

„Nog tien centimeter erbij en ik sta bij de volgende WK op het podium”. Douwe Amels zegt het met een vette knipoog na de finale hoogspringen, gisteravond in Moskou. Want de Nederlandse kampioen is met een persoonlijk record van 2,28 meter nog ver verwijderd van de 2,41 waarmee de Oekraïner Bogdan Bondarenko wereldkampioen werd.

Maar Amels verliet allerminst ontmoedigd het Luzhniki-stadion. Integendeel, hij had genoten en was geïnspireerd geraakt door het hoge peil. „Wat een fantastische wedstrijd”, concludeerde hij na een finale waar voor een podiumplaats over 2,38 meter – inderdaad tien centimeter hoger – gesprongen moest worden. De Qatarees Mutaz Essa Barshim en de Canadees Derek Drouin kronkelden naast Bondarenko over die hoogte en werden beloond met respectievelijk zilver en brons.

De titel van Bondarenko had Amels voorspeld. Vanwege zijn „bizarre progressie”. Met oprechte verbazing: „Die jongen sprong begin dit jaar nog 2,31 en nu al 2,41.” Lachend: „Die lijn wil ik ook volgen.”

Dat zal niet gebeuren. Omdat Bondarenko een uitzonderlijk talent is en Amels met zijn trainer Rini van Leeuwen voor de weg van de geleidelijkheid heeft gekozen. Amels: „Het is belangrijk ervaring op te bouwen. Wie snel heel hoog springt, is gevoelig voor blessures.”

In Moskou was Amels nog niet goed genoeg voor een finaleplaats. Maar die komt er, voorpelt de 21-jarige rechtenstudent uit Delft. „Ik denk dat ik die capaciteiten heb. Na mijn Europese titel onder 23 jaar, vorige maand in Tampere, is er bij mij de overtuiging erin geslopen dat er meer in zit. Volgens onze delegatieleider Joop Alberda moet een topsporter onbegrensd denken. Nou, dat doe ik dan maar.”

Waarna Amels zijn blik richt op de twaalf hoogspringers die hem twee dagen eerder uit de finale hielden. Iedereen wipt over de aanvangshoogte van 2,20, de barrière die Amels bij de kwalificatie opbrak. Zijn aandacht gaat speciaal uit naar de Brit Robert Grabarz en Kabelo Kgosiemang uit Botswana, omdat hij die twee heeft leren kennen tijdens een springmeeting bij zijn club Ilion in Zoetermeer. Helaas voor hem behoren zij tot de eerste afvallers.

Bij een hoogte van 2,32 typeert Amels de kanshebbers. Barshim springt in zijn ogen het makkelijkst. De Amerikaan Erik Kynard heeft zijn sympathie vanwege diens explosiviteit. Met krachtspringers als Donald Thomas van de Bahama’s, de verrassende wereldkampioen van 2007, en de Rus Ivan Ukhov heeft hij weinig affiniteit. Amels houdt van de technische, snelle springers. „Aan Thomas kun je wel erg goed zien dat hij uit het basketbal komt. Hij springt vanuit een lage kniehoek, alsof hij uit de losse pols naar een basket jumpt.”

Als er bij 2,35 meter nog zeven springers in de strijd zijn, vertelt Amels wat voor hem de kern van het hoogspringen is. „Dat elementaire aspect van simpelweg over een latje springen. En dat zoiets eenvoudigs een spannend gevecht van wel twee uur kan opleveren. Je ziet ook onmiddellijk resultaat. De lat blijf liggen, of niet. Bij verspringen bijvoorbeeld moet je altijd maar op de afstand wachten.”

Op 2,38 gaat Amels er eens goed voor zitten. „Dit is een serieuze hoogte, nu wordt het een mentaal spelletje.” Om kort daarna uit te roepen: „Wat doet Bondarenko nou? Hij slaat 2,38 over. Dát is bluffen. Ik vind het bizar. Hij moet wel heel veel vertrouwen hebben.”

Drouin springt als eerste over 2,38 en Barshim volgt in vloeiende stijl. Amels: „Ik had Barshim die 2,38 eerlijk gezegd niet gegeven. Omdat ie geblesseerd is geweest aan zijn onderrug. De vraag was of hij voor de WK op tijd fit zou zijn. Ja dus.”

Als Ukhov op 2,38 – de hoogte waarop hij vorig jaar in Londen olympisch kampioen werd – drie keer faalt, stelt Amels simpel vast dat in Moskou geen Rus het podium zal halen, omdat de tweede Russische finalist, Aleksandr Shustov, die er met zijn zonnebril uitziet als een KGB-agent, al was afgehaakt op 2,35.

En dan flitst het scorebord op: 2,41. „Het staat er echt. Had ik niet verwacht”, zegt Amels. „Het zegt alles over mijn generatie. Die springen hoger dan jaren gedaan is. En allemaal jongens tussen de 20 en 24 jaar, hè. Dat hebben we jaren niet gezien. Jaaah, dat wereldrecord van de Cubaan Javier Sotomayor gaat er binnenkort aan. Wordt ook wel tijd, twintig jaar na dato.” De Cubaan sprong in 1993 in Salamanca over een hoogte van 2,45 meter.

Bondarenko, een slungel op een gele en een rode schoen en met de merkwaardige gewoonte zich in de concentratiefase tegen het hoofd te slaan, mist op 2,41 bij zijn eerste poging.

Het is pas zijn derde sprong van de avond. „Hij was te gehaast”, analyseert Amels, om vast te stellen dat bij diens tweede, geslaagde poging alles weer klopte. „Ongelooflijk wat er gebeurt. Bondarenko springt al voor de tweede keer dit jaar over 2,41. En Barshim heeft al 2,40 gehaald.”

Nadat de hoogte voor Drouin te hoog was gegrepen, wordt de ontknoping ook een psychologisch gevecht tussen Bondarenko en Barshim, die zich dankzij een betere reeks dan Drouin al verzekerd weet van zilver. De Qatarees laat na één foutsprong op 2,41 de lat op 2,44 leggen. Bondarenko countert door die hoogte over te slaan. Als Barshim erin zou slagen om voor het eerst van zijn leven de grens van 2,44 te slechten, wordt Bondarenko gedwongen om een wereldrecord te springen om kampioen te worden. De Oekraïner laat het erop aankomen. Hij lijkt te denken: doe jij je best maar, jongen.

De eerste van Barshims twee resterende pogingen gaat mis, ruim mis. De laatste ook. Bondarenko is de nieuwe wereldkampioen. Zoals Amels voorspeld had.

Als toetje volgt een wereldrecordpoging. „Kom op, kom op”, moedigt Amels hem aan. „Geef ons dat wereldrecord.”

Het lukt Bondarenko niet, al was hij er met zijn tweede sprong dichtbij. Hij aait de lat met zijn billen. „Er zat net de weinig rust in zijn sprong”, concludeert Amels, die met de adrenaline van een liefhebber het Luzhniki-stadion verlaat. In de wetenschap dat hem als hoogspringer nog veel werk wacht. „Pff, wat was dit een hoog niveau, zeg.”