Kabinet-Rutte II moet nu snijden én de economie aanjagen

Het kabinet voelt druk om groei voorop te stellen. Minister Asscher noemt werk nu „de belangrijkste prioriteit”, terwijl het tekort op de begroting oploopt.

Bestuursvoorzitter Giovianni Colauto wil het Amsterdamse model, dat focust op luxe merken, ook gaan toepassen bij de andere filialen.
Bestuursvoorzitter Giovianni Colauto wil het Amsterdamse model, dat focust op luxe merken, ook gaan toepassen bij de andere filialen. Foto’s Olivier Middendorp

Eigenlijk moest de consument het doen. Dit voorjaar riep premier Rutte op lustig te kopen om de sombere economische voorspelling van het Centraal Planbureau „te verslaan”. Maar zo makkelijk gaat dat niet, blijkt uit de vooruitblik van het CPB en de cijfers van het CBS over het tweede kwartaal van dit jaar.

Juist het beroerde consumentenvertrouwen maakt dat Nederland achterblijft bij andere Europese economieën. En export alleen kan geen einde maken aan de krimp. Dat verhoogt de druk op het kabinet, dat na het weekend de onderhandelingen hervat over de begroting voor volgend jaar.

Kan het kabinet zorgen voor economisch herstel? Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) zei gisteren dat het kabinet niet tornt aan de afspraak het overheidstekort vanaf volgend jaar met netto 6 miljard euro extra terug te brengen. Niet minder dus, maar ook niet meer – ondanks het hogere voorspelde tekort. Met EU-begrotingscommissaris Olli Rehn is immers al afgesproken dat 6 miljard de bovengrens zal zijn. Maar de kritiek neemt toe: extra bezuinigen en lasten verzwaren is op korte termijn schadelijk voor de groei, en dus voor de werkgelegenheid. En daar zit nu juist de pijn: de werkloosheid groeit, en zal door de voorgenomen extra bezuinigingen volgend jaar voorbij de 700.000 schieten. Bijna eentiende van de beroepsbevolking zit dan zonder baan. Dat ligt zeker bij de PvdA gevoelig. Tegelijk moet het kabinet vasthouden aan structurele hervormingen die op korte termijn pijnlijk zijn, maar op de langere nodig voor herstel.

Malaise is erfenis uit verleden

De oppositie is unaniem in zijn oordeel: de aanpak van Rutte is mislukt. Volgens CDA-leider Buma „moet het roer om”. D66 vindt dat het kabinet „maanden niets heeft gedaan”. Geert Wilders (PVV) verwijt het kabinet „alleen maar dom bezuinigen” en vindt dat Rutte moet opstappen. Dat de middenpartijen CDA en D66 in de felheid van hun kritiek opschuiven richting PVV en SP, is lastig voor het kabinet, dat straks in de Eerste Kamer steun buiten de coalitie nodig heeft. „Als het kabinet door blijft gaan met verkeerde beslissingen, dan steunen we dat niet”, zegt Buma. „Economisch herstel en nieuwe banen krijg je nooit met belastingverhogingen.” Je kan het ook niet bereiken door de middenklasse zo zwaar te belasten.”

Economen delen deze mening. „Dit kabinet heeft geen enkele groeistrategie”, zegt Rick van der Ploeg, PvdA’er en oud-staatssecretaris. „Ze hebben geen idee hoe uit het dal te komen – noch in Nederland, noch in Europa. Het is gewoon: bezuinigen, en maar wachten tot de economie bijtrekt.” Hij verwijt zijn partij dat ze meewerkt aan het strenge bezuinigingsbeleid. „Ze hebben een schop onder hun reet nodig”.

Maar valt het uitsluitend de coalitie aan te rekenen dat het economisch herstel in Nederland uitblijft? Het antwoord is nee. Dat Nederland het verhoudingsgewijs zo slecht doet, heeft te maken met drie structurele problemen: de huizenmarkt, de banken en de pensioenen.

Ongeveer een miljoen huizen staan onder water – de hypotheekschuld is hoger dan de waarde – waardoor de eigenaren de hand op de knip houden. De stroom aan negatief nieuws rond pensioenen maakt dat veel mensen liever sparen voor later dan nu geld uitgeven. En de banken – die aan hun kapitaalbuffers moeten werken – zijn niet scheutig met kredieten aan het bedrijfsleven. „De problemen waarmee we nu te maken hebben zijn vooral een gevolg van gebrek aan consumentenvertrouwen”, zegt de Tilburgse hoogleraar economie Lans Bovenberg. „Dat kan je dit kabinet niet verwijten”.

Die structurele problemen zijn een erfenis van eerdere kabinetten: paars, de kabinetten Balkenende en Rutte I. Jarenlang weigerde men in te grijpen in de hypotheekrenteaftrek en bij expansieve banken en verzekerden politici dat pensioenen waardevast waren.

Rutte had alleen oog voor tekort

Wat Rutte II wél verweten kan worden, is dat het te weinig heeft nagedacht over groei. Als we de overheidsfinanciën op orde brengen, zo was de redenering in navolging van vorige kabinetten, komt de groei vanzelf. Quod non. „Ze hebben een blinde vlek gehad voor noodzakelijke economische groei”, zegt Bovenberg.

Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher, vicepremier namens de PvdA, zette gisteren de toon voor de onderhandelingen over de begroting van 2014. Herstel van de werkgelegenheid moet nu „de belangrijkste prioriteit” zijn, zei hij. Het kabinet moet „een balans” vinden tussen bezuinigen, hervormen en investeren. Hij belooft een „investeringspakket”. Maar dat moet binnen de opdracht passen om 6 miljard extra om te buigen, bovenop de al eerder afgesproken 45 miljard. Die extra bezuinigingen zouden de verwachte groei van volgend jaar (0,75 procent) wel eens te niet kunnen doen, vrezen economen.

Groei door banen te creëren

Wat dan wél te doen? Groei en werkgelegenheid stimuleren, zegt Lans Bovenberg. Hij constateert een paradox: om schulden af te lossen, moeten we eerst schulden maken. De financiële wereld kijkt inmiddels meer naar de groeipotentie dan naar de tekorten. „Zonder groei krijg je de financiën niet op orde.” Van der Ploeg heeft zijn twijfels bij zo’n rigoureuze ommezwaai van het kabinetsbeleid. „Het is te laat om alsnog expansief beleid [niet bezuinigen maar investeren, red.] te voeren. Daarmee wakker je alleen maar de inflatie aan.”

En het allerbelangrijkste, zeggen economen: vaart maken met structurele hervormingen op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en de pensioenen. Maar precies voor deze maatregelen is een meerderheid in de Eerste Kamer ongewis.