De Badeend maakt ons weer kinderen

Florentijn Hofman is de maker van de Badeend, het gele gevaarte dat dit jaar wereldwijd een hype werd. ‘Ik noem mezelf nooit kunstenaar.’

De Staalman in Amsterdam, 2012
De Staalman in Amsterdam, 2012

Florentijn Hofman (36) zou deze maand eigenlijk met zijn vriendin en drie jonge kinderen kamperen op een camping van Staatsbosbeheer. „Lekker primitief, dat vinden wij heerlijk.” Maar het is een vakantie in Taiwan geworden. „Toen ik in Hongkong was, kwamen de Taiwanezen langs. Of ik begin augustus de tour van de Badeend langs drie steden wilde komen presenteren. Nee, dat wilde ik niet. Mijn vakantie met mijn gezin is heilig, zei ik.. ‘Dan neem je je familie toch mee’, zeiden ze. En dus vliegen ze ons nu allemaal in.”

Florentijn Hofman is de kunstenaar achter de Badeend, het 15 meter hoge gele gevaarte dat dit jaar een wereldwijde hype werd nadat het de havens van Sydney en Hongkong was binnengesleept. Drie dagen voor hij naar Taiwan vertrekt somt hij in zijn studio in het Rotterdamse havengebied zijn reisschema op: „Na Taiwan ben ik één dagje thuis. Daarna ga ik naar Azerbajdzjan, Sint Petersburg, Beijing en Pittsburgh. In oktober ben ik pas weer terug.”

De Badeend is bijna overal waar hij sinds 2007 opduikt een succes: in Frankrijk, België, Brazilië, Nieuw-Zeeland en Japan. Maar de gekte is nu compleet: „De Badeend lag gemiddeld op één plek per jaar. Dit jaar worden het er zeker negen”, zegt Hofman. „Sinds Hongkong heb ik méér dan driehonderd aanvragen gekregen. Ik heb ze nog niet eens allemaal kunnen bekijken.”

Ruim acht miljoen mensen kwamen in mei en juni in Hongkong naar de Badeend kijken. Een ongekend succes voor winkelcentrum Harbour City, de opdrachtgever die jaarlijks een kunsttentoonstelling organiseert. Onverwacht kwamen er veel Chinezen uit de Volksrepubliek, uren stonden ze op de kade in de rij om zo dicht mogelijk bij de eend te komen. Harbour City had de lokale reclameman S.K. Lam ingehuurd. „Hij begreep de mogelijkheden van de Badeend beter dan wie ook daarvoor.” Hofman deed twee weken lang vijf tot zeven interviews per dag. Een foto van Hofman met de populaire zanger/acteur Andy Lau ging in China razendsnel op internet rond.

„Twee Chinese steden boden tegen elkaar op om de Badeend als eerste in China te krijgen”, vertelt Hofman. „Ik heb niet gekozen voor het geld, maar voor de mooiste plek: in Chongqing, waar de belangrijkste rivier van China, de Yangtze, samenkomt met de Jailing.” In oktober maakt de Badeend zijn Amerikaanse debuut in Pittsburgh, maar Azië is voorlopig de belangrijkste bestemming. „Na Chongqing komt hij in zes andere steden. Ik heb er zelfs mijn prijs voor verlaagd om er meer te laten zien dan we van plan waren.” De reden: de grote hoeveelheid illegale kopieën van zowel de Badeend als de souvenirs (zie kader).

Nog daarvoor begint de tour langs drie havensteden in Taiwan. Keelong maakte in juli bekend dat de Badeend in die stad zijn eerste permanente ligplaats zou krijgen. „Onzin”, zegt Hofman. „Mijn kunst is altijd tijdelijk. Zij willen echter zo alle aandacht krijgen. Dat zegt iets over Taiwan, over de enorme concurrentie tussen de steden. Zoals het kopiëren van de Badeend iets zegt over China. Jullie stagneren door te kopiëren”, heb ik al gezegd.

De Badeend is zo in al zijn onschuld een katalysator. „De Badeend zegt iets over de plek waar hij ligt. Hij werkt als een vergrootglas. Toen bekend werd dat hij naar Hongkong zou gaan, kreeg ik een brief van een vrouw die vertelde hoe blij ze was dat dit symbool naar ‘die verdorven’ stad zou komen.” Die katalysatorrol noemt Hofman als „een van de drie lagen” van de Badeend. „De tweede is de vraag waar de drang vandaan komt om hem te willen zien. Het is de ontdekking van vorm en kleur in combinatie met zijn omvang. Bovendien is hij hol, inhoudsloos. We zien de dunne buitenkant en vullen zelf in wat we over hem denken.”

En de eend laat volgens Hofman zien hoe klein de wereld is. „De Badeend brengt zelfs de indrukwekkende Victoria Harbor van Hongkong terug tot een badkuipje”, zegt hij. „We moeten als kinderen blijven kijken en spelen. Daarom zijn al mijn werken zo groot. Je moet je ego laten varen ten opzichte van dat grote beeld.”

Yogho!Yogho!

Het idee voor de Badeend kreeg Hofman in 2001 tijdens een bezoek aan Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. „Er was toen een reclamespot van Yogho!Yogho!, waarbij je een speedboottocht kon winnen. De uitsmijter was: ‘En voor je ouders hebben we ook iets leuks: een heerlijke vette badeend’. Terwijl ik naar al die Hollandse landschappen keek, bleef dat ‘heerlijke vette badeend’ door mijn hoofd denderen en zag ik hem in die landschapen opdoemen. Ik ben het museum uitgesneld en heb direct de producent van Yogho!Yogho! gebeld. Zij gaven me 10.000 gulden voor een haalbaarheidsonderzoek, maar wilden daarna niet verdergaan.” In zijn atelier hangt nog een wereldkaart uit 2001, waar hij badeendstickertjes opgeplakt heeft. „Ik wilde toen al dat hij de hele wereld over zou gaan.”

Hij moest daar zes jaar op wachten, de Badeendrage kwam pas in 2007 op gang. In die periode woonde en werkte Hofman vanuit een verpauperde wijk in Schiedam. Zonder ooit subsidie te krijgen. „Ik heb het nooit aangevraagd. Dan moet je een aanvraag schrijven, maar ik ben geen schrijver. Ik ben een maker.” Wel was hij op de Hogeschool voor de Kunsten in Kampen al begonnen met sponsors benaderen en te leren hoe je aandacht in de media krijgt. Op zijn iPad laat hij zijn eerste projecten zien: het blauw verven van afbraakpanden in Rotterdam en de Vlaardingse Reus, een konijn van afvalhout.

In 2007 had Hofman zoveel naam gemaakt dat het grote festival Kunst aan de Loire hem naast onder anderen Anish Kapoor en Daniël Buren uitnodigde een werk langs de rivier te maken. De Badeend landde naast een onderzeebootbunker in Saint Nazaire. De eend trok de meeste bezoekers tijdens het festival. De lokale bakker ging Badeendbroodjes bakken, zoals in Hongkong dit jaar rijstsculpturen van de Badeend werden gemaakt.

Vanaf dat moment combineerde Hofman de Badeend, die steeds groter werd, met andere projecten. Hofsman kunstwerken zijn altijd groot. Zoals het Uitkijkkonijn dat hij vorig jaar in Nijmegen opbouwde en waarin je kon klimmen om uit te kijken over de Waalsprong. Of de elf meter hoge Staalman, een beer met een kussen onder zijn arm in de opgeknapte achterstandswijk rond het Staalmanplein in Amsterdam.

Hofmans beelden moeten evenementen opleveren. Zoals bij Zircus Zeppelin 470, waarbij Hofman verkleed als circusdirecteur door het gebied reisde waar de nieuwe provinciale weg N470 moest komen en 470 mensen uitnodigde mee te vliegen met de grootste zeppelin ter wereld. „Zo konden ze van boven zien hoe die weg het groene landschap tussen Rotterdam, Delft en Zoetermeer doorsnijdt.”

Hofman toont een foto van een groot konijn leunend tegen een standbeeld in Orebrö in Zweden. „De meeste mensen wisten niet dat daar een standbeeld stond.” In Portugal bekleedde hij in Abrantes met de bevolking een bronzen beeld met kinderklei. „Mensen zullen daar nu nog jaren terugdenken aan de tijd dat het beeld felgekleurd was. Je doet iets met de publieke ruimte door er eerst iets weg te halen en het dan weer terug te geven.”

In zijn atelier hebben kunstwerken sporen achtergelaten. In zijn kantoor staan dierenpoppetjes, speelgoedafval dat hij ergens heeft gevonden. Vaak staat daarbij een modelletje van het werk dat Hofman erop heeft gebaseerd. In zijn kleine atelier staan grotere modellen, waaronder een inktzwarte mol met een feesthoedje. „Die durfden ze niet aan in Houston”, zegt hij. „Ik had hem gemaakt als mol die te diep heeft gegraven en met olie is doordrenkt. Zij vonden hem lijken op Tar Baby, een sprookjesfiguur die wel in verband wordt gebracht met racisme. Kan het niet in rood of geel, vroegen ze. Dat doe ik niet, zo heb ik het niet bedacht.”

40.000 plastic zakjes

In de loods naast het kleine atelier ligt een warrig hoopje doelnetten met plastic zakjes erop. „Dat zijn twee slakken die in Angers in Frankrijk over een trap naar de kathedraal kropen”, vertelt Hofman. „De 40.000 plastic zakjes zijn door een stagiair voor mij op kleur gesorteerd.” Een slinger met grote vlaggetjes hangt dwars door de hal. „Gemaakt als ontwerp voor het Grachten 400-Festival, maar ik ben afgewezen. Hij hangt er nog van een kinderfeestje hier.” Hofman wijst op een bergje geel plastic. „Die blazen we ook op bij een kinderfeestje. Dit is de eerste Badeend.”

Eén kunstwerk in wording is niet te zien. De fundamenten van het Feestaardvarken zijn net vertrokken. „Dat wordt het grootst buitenbeeld in Nederland, dertig meter lang en negen meter hoog. Gespoten van beton, maar zo geconstrueerd dat het ondanks een gewicht van tonnen verplaatsbaar is.” Het werk wordt op 12 september onthuld in het centrum van Arnhem, als cadeau van het honderdjarige Burgers Zoo. „Een aardvarken slaapt 23 uur per dag. Ik beeld hem af met een gouden feestmuts en hij ligt op dat plein uit te rusten van 48 uur feest”, zegt Hofman. Ondanks zijn gewicht is ook dit werk tijdelijk, het stukje land waar het feestvarken op ligt is van een projectontwikkelaar en als hij het verkoopt zal het werk weg moeten. „Eigenlijk hoop ik dat een museum met een beeldentuin als het Kröller-Müller het dan wil overnemen.”

De kunst van Hofman is weinig in musea te zien. Alleen het modernekunstmuseum in Kobe in Japan heeft een kikker bovenop het pand van architect Ando staan, Het Domein in Sittard heeft 3 Caniches (poedels) aangekocht en Z33 in Hasselt heeft een Badeend. De kunstkritiek besteedt weinig aandacht aan hem. „Ik noem mezelf nooit kunstenaar en wat de kunstwereld van mij vindt laat me koud. Ik ben beeldenmaker, ik ontwerp. Ik ben er niet om mezelf een plaats in de kunstgeschiedenis te geven en bouw geen academisch verhaal rond mijn kunst. Ik maak alles voor mezelf, ik wil weten of ik het kan. Technisch, met de verschillende materialen en in die grootte waarin ik werk.”

Het Feestaardvarken is voorlopig het laatste project dat Hofman in Nederland verwacht te kunnen doen. „Er is hier waarschijnlijk geen geld meer om mijn projecten uit te voeren”, zegt hij. Onlangs was hij in de Chinese stad Chengdu voor een nieuwe opdracht. „Ik werd meegenomen naar de bekende Chinese kunstenaar YangMian. ‘Jij bent op dit moment de bekendste Europese kunstenaar in China’, zei hij tegen me. Wie weet heeft hij gelijk. Het schept mogelijkheden in een land waar veel gebouwd wordt en er geld is voor buitenkunst. Daar kan ik als ondernemer van profiteren. Want uiteindelijk ben ik natuurlijk ook ondernemer.”