Alwéér slechte cijfers voor ons

Het CBS, het CPB en Eurostat kwamen gisteren met cijfers over de economie Het goede nieuws: de recessie in de EU is voorbij Het slechte nieuws: de Nederlandse economie blijft achter bij de rest

foto istock

Verslaggevers

Goed nieuws gisteren voor de eurozone. De recessie is voorbij, meldde het Europese bureau voor de statistiek Eurostat. De zeventien lidstaten van de Europese Unie deden het gemiddeld 0,3 procent beter dan in het voorgaande kwartaal.

Maar voor Nederland gaat dat niet op. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Centraal Planbureau (CPB) kwamen gisteren allebei met slecht nieuws. De economie blijft krimpen, de werkloosheid stijgt en het begrotingstekort neemt toe.

De eurozone groeide in het tweede kwartaal van dit jaar met 0,3 procent. Duitsland, de grootste economie van de muntunie, groeide boven verwachting met 0,7 procent. Dat was de grootste stijging in ruim een jaar. De tweede economie, Frankrijk, groeide in dezelfde periode met 0,5 procent en is daarmee uit de recessie. Grootste groeier was Portugal, met 1,1 procent.

Nederland kromp echter met 0,2 procent, waarmee de recessie nu al vier kwartalen aanhoudt. Schrale troost is dat de daling wel elk kwartaal kleiner werd.

Dit is geen incident

„Wij blijven achter ten opzichte van andere landen in het eurogebied”, zei voormalig directeur van De Nederlandsche Bank Lex Hoogduin gisteren in een reactie. „Dit is geen incident. Het gaat niet slechts om één kwartaal.”

De prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) lieten gisteren zien dat de verschillen tussen Nederland en de opkrabbelende Europese economie alleen maar groter dreigen te worden. Zowel de groeicijfers als de verwachtingen voor het begrotingstekort werden in negatieve zin bijgesteld.

Het CPB gaat voor komend jaar uit van een economische groei van 0,75 procent. In de juniraming werd nog een groei van 1 procent verwacht. Ook met het tekort gaat het de verkeerde kant op, ondanks de ingezette bezuinigingen door het kabinet. Het planbureau verwacht voor komend jaar een tekort van 3,9 procent, terwijl de verwachting in juni nog op 3,7 lag. Voor dit jaar komt Nederland onverwacht uit op 3,0 procent. Aanvankelijk luidde de prognose 3,5 procent, maar de kosten van de redding van SNS Reaal worden, anders dan verwacht, niet in het begrotingstekort opgenomen.

De afgelopen weken waren er allerlei berichten die duidden op een heel licht herstel in de eurozone. Vorige maand waren de inkopers in de industrie volgens een peiling voor het eerst in anderhalf jaar licht positief over de economie. In juni kromp de werkloosheid in de eurozone voor het eerst in twee jaar, zij het zo minimaal dat het nog niet te zien is in het percentage; dat staat nog op 12,1.

De Nederlandse werkloosheid steeg in juli juist sneller dan in de drie maanden ervoor. Gisteren maakte het CBS bekend dat er in juli 19.000 werklozen zijn bijgekomen, terwijl dat in april tot en met juni gemiddeld 11.000 was. Er zijn nu 694.000 werklozen.

Zo zijn er meer indicaties dat Nederland uit de pas loopt met de eurozone als geheel. In juni steeg de industriële productie van de eurolanden, in Nederland kromp die. De omzet van de detailhandel daalde hier sterker dan gemiddeld. En door de inflatie van 3,1 procent zien Nederlanders hun spaargeld ook nog eens verdampen, terwijl de inflatie van de eurozone als geheel met 1,6 procent redelijk stabiel te noemen is.

Waardoor blijft Nederland zo achter?

Nederlandse consumenten geven al twee jaar lang telkens minder uit. In het tweede kwartaal lagen de bestedingen 2,4 procent lager dan een jaar geleden. Dit cijfer is nog enigszins vertekend doordat we meer hebben uitgegeven aan stookkosten door het koude voorjaar.

„Het probleem met de consumptie is specifiek Nederlands”, zegt Lex Hoogduin. „Op een aantal terreinen hebben wij problemen die op de bestedingen drukken: de huizenmarkt, de pensioenen en de zorg. Voor de crisis ging het ons op die gebieden voor de wind.”

Hij legt uit: „Tot ongeveer 2008 leefden we in de illusie dat we na 35 jaar werken met pensioen konden, dat we dan 70 procent van ons laatst genoten salaris zouden krijgen en dat ons pensioen ook nog voor inflatie werd gecorrigeerd. Voor de huizenmarkt golden soortgelijke optimistische gedachtes. Huizenprijzen bleven altijd stijgen, je kon een tweede hypotheek nemen om nog wat extra’s mee te kopen. Nu moeten we aanpassingen doen en dat zet de bestedingen onder druk.”

De ontnuchtering maakt consumenten somber. Hun vertrouwen in de economie is tijdens de crisis sterker gedaald dan waar ook in het eurogebied. „Dat zou je niet verwachten”, zegt Hoogduin, „en er is objectief ook geen aanleiding toe, maar het is wel zo. Dat zet ook extra druk op de bestedingen.”

Ook Carsten Brzeski, macro-econoom bij ING, ziet de slechte binnenlandse vraag als het belangrijkste obstakel. „De Nederlandse economie moet het nu alleen hebben van de export, niet van andere dingen. En de export is ook niet zo goed.” Terwijl veel eurolanden het rustiger aan zijn gaan doen met bezuinigen, beraadt het kabinet-Rutte zich dezer dagen op 6 miljard euro aan extra bezuinigingen. Dat tast de koopkracht aan, en als de bestedingen terugvallen, daalt ook de werkgelegenheid. Zowel Hoogduin als Brzeski ziet de bezuinigingen als een rem op de groei, maar niet als een probleem dat uniek is voor Nederland. „Natuurlijk spelen de bezuinigingen mee”, zegt Hoogduin. „Maar die zijn er in Frankrijk en Griekenland ook.”

Tot extra bezuinigingen zullen de nieuwe cijfers niet leiden; dit voorjaar is het streven naar een maximaal tekort van 3 procent al losgelaten.