Onverslaanbare supertoeristen

Illustratie Gijs KAst

Er valt niet tegen hen op te adviseren. Van het geheime museum, dat alleen jij dacht te kennen, hadden ze al twee weken geleden via internet de speciale rondleiding gereserveerd door de crypten, waarvan jij niet eens wist dat ze bestonden. Ze vertellen je er prachtige verhalen over. Jij knikt om de illusie in stand te houden dat jij alles vanzelfsprekend veel beter weet.

Daarna raad je een klein, verborgen restaurantje aan. Ze vertellen je dat ze daar al drie keer zijn geweest en heus niet omdat het in de Lonely Planet stond, maar omdat ze thuis al via een vriend van een vriend contact hadden gelegd met de eigenares.

‘Met Rebecca? Zij is een goede vriendin van mij.’

‘Nee, met de oude eigenares. Zij heet Maria. Via haar kregen we het tafeltje aan het raam. En ze heeft speciaal voor ons nog één keer cima gemaakt. Ken je de cima van Maria?’

Grommend begin je over het museum voor oosterse kunsten op Piazza Corvetto. Ze zeggen dat dat natuurlijk op hun lijstje stond, maar dat het gesloten bleek voor een verbouwing. Dat was wel een teleurstelling. Maar die harnassen uit de I Chin-periode hadden ze toch al beter gezien in Kiev.

‘Maar dat drieluik van Joost van Cleve in de San Donato was wel echt een verrassing, dat moeten we wel zeggen. Dat hadden we nooit op die plaats verwacht. En vooral omdat het zo overduidelijk uit zijn vroege periode stamt, toen hij, zoals jij uiteraard beter weet dan wij, toch voornamelijk met heel andere thema’s bezig was. En dat soort verrassingen is toch uiteindelijk de reden om op reis te gaan. Vind je niet?’

Je appartement kijkt uit op de San Donato, maar het is nog nooit in je opgekomen om daar naar binnen te gaan. Ook al heb je nog nooit eerder van hem gehoord, begin je Joost van Cleve grondig te haten.

‘Maar morgen is onze laatste dag. We gaan natuurlijk nog even naar het kinderpostzegelmuseum en daarna naar de tentoonstelling over Antarctica. En daarna gaan we nog één keer bij Maria eten. Ze heeft iets speciaals beloofd. Maar dan hebben we nog een uurtje over. Waar moeten we volgens jou naartoe? Jij woont hier.’

Grimmig bijt je in het rietje van je cocktail. ‘Naar Marassi’, zeg je. ‘Naar het stadion.’ Daarna kijk je mismoedig naar de bodem van je glas. Je begint heel erg veel trek te krijgen in kebab.

Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Twee weken lang observeert hij vanaf zijn terras Nederlandse toeristen.