De polsstok was niet langer haar maatje

Polsstokhoogspringster Jelena Isinbajeva tilde de sport naar een acceptabel niveau. Gisteren nam ze bij de WK afscheid, voor eigen publiek, met goud.

Nog één keer perste Jelena Isinbajeva de laatste krachten uit haar lijf. Nog één keer bracht de Russin de mentale kracht op om de beste te zijn. Nog één keer bracht ze het publiek in extase, haar publiek, in haar land. De polsstokhoogspringster nam gisteravond in Moskou afscheid zoals het een groot kampioene betaamt: met de wereldtitel.

Welbeschouwd een bovenmenselijke prestatie. Want Isinbajeva was een sportvrouw op retour. Ze werd in 2012 weliswaar nog wereldkampioen indoor, maar die drie jaar daarvoor en het jaar erna brachten haar veel sportieve tegenslagen. De onaantastbare atlete kon opeens niet meer winnen. Ze verspeelde in 2009 en 2011 de wereldtitel en kon in 2012 op de Spelen in Londen geen derde olympische titel binnenhalen.

Tussendoor, in 2010, had ze een sabbatical genomen. Isinbajeva was in dat jaar verzadigd, mentaal uitgemergeld door de prestatiedruk. Ze wilde niet meer. Isinbajeva wilde even geen diva zijn, maar een gewoon leven leiden.

De rust deed haar mentaal goed, hoewel ze bij de rentree merkte dat hoog springen opeens niet meer vanzelfsprekend was. Ze had moeite haar oude niveau te bereiken. Ondanks haar prevelgebedjes voorafgaande aan elke sprong was de polsstok niet langer haar maatje.

Tot gisteravond op de WK in Moskou. Toen kon ze de oude, vertrouwde gevoelens nog een keer oproepen. Toen lag ze als vanouds met een petje op haar hoofd, afgezonderd van haar concurrenten, in diepe concentratie. Toen kon ze bij elke sprong de adrenaline weer door haar lijf jagen.

Isinbajeva sprong als vanouds. Eerst over 4,65 meter, toen over 4,75 meter, vervolgens over 4,82 meter en uiteindelijk over de 4,89 meter, de hoogte waarop haar laatste concurrenten, de Amerikaanse Jennifer Suhyr en de Cubaanse Yarisley Silva, moesten passen.

De 31-jarige Russin kan met opgeheven hoofd vertrekken. Ze heeft veel betekend voor het polsstokhoogspringen, dat tot diep in de vorige eeuw als een curiositeit voor vrouwen werd gezien. De buitenwereld keek meewarig naar het gestuntel met de stok. Want dat was het in de meeste gevallen. De sport was bij de vrouwen te slecht ontwikkeld om serieus te worden genomen.

Pas met de entree van Isinbajeva kwam de acceptatie. De Russin tilde de discipline naar een acceptabel niveau. Na een aarzelend begin met een sprong over de schamele vier meter in 1998 wipte ze tien jaar later als eerste atlete over de vijf meter. Een kunststukje dat ze vaak zou herhalen met als hoogtepunt 5,06 meter, nog steeds het wereldrecord.