Bruggen bouwen blijft altijd beter

Verwacht geen babyboom nu China stopt met éénkindpolitiek. Om de vergrijzing het hoofd te bieden zullen grijsaards langer moeten doorwerken, betoogt Rudi Westendorp.

‘Beruchte éénkindpolitiek verandert niets aan prognose van krimp en vergrijzing’, kopte deze krant dinsdag. Dat riep meer vragen op dan dat het antwoorden gaf. Waarom geen bevolkingsexplosie? En waarom zou China aan het gewicht van haar ouderen ten onder gaan? Het antwoord ligt in een variabele die maar nauwelijks besproken werd: geld.

Wanneer in 1979 de éénkindpolitiek wordt afgekondigd, is de economische status van China ronduit marginaal. Afgemeten aan het bruto nationaal inkomen – de internationale rekeneenheid – is dat minder dan 500 dollar per persoon per jaar. Dat is inmiddels gestegen tot meer dan 8.000 dollar. Ter vergelijking: de Nederlandse burger heeft met 40.000 dollar nog vijf keer meer te besteden. Geld is belangrijk om in basale behoeften te kunnen voorzien. Het is ook een middel om burgers veiligheid en stabiliteit te garanderen in een vijandige omgeving. Daarom is er een sterke positieve relatie tussen het bruto nationaal inkomen en de levensverwachting.

Die levensverwachting is hoog omdat sterftecijfers zijn gedaald, te beginnen op vroege leeftijd. Hadden vrouwen de gewoonte om onder barre omstandigheden zes à zeven kinderen te baren, gemiddeld bleven er maar twee à drie tot volwassen leeftijd in leven, voldoende om de soort in stand te houden. Wanneer al die pasgeborenen, peuters en kleuters blijven leven neemt de bevolking sterk toe. Het aantal pasgeborenen overtreft dan het aantal overlijdens en dit ‘geboorteoverschot’ heeft in alle ontwikkelende landen geleid tot een snelle bevolkingsgroei. Zo ook in China, maar daar is die golf gebroken met éénkindpolitiek.

De afgelopen tien jaar hebben mijn collega’s en ik in het noordoosten van Ghana onderzoek gedaan naar de bevolking die daar in rap tempo tot ontwikkeling kwam. In de loop van tien jaar zagen wij de sterftecijfers sterk dalen, en parallel daaraan het aantal geboortes. Hadden vrouwen in 2003 nog gemiddeld zes à zeven kinderen, tien jaar later was dat tot twee à drie gedaald zonder dat daar een actieve bevolkingsstrategie aan ten grondslag lag. Alsof ouders voelden dat de omstandigheden waarin zij leefden sterk verbeterd waren. Dat zij niet meer hoefden te investeren in een grote kinderschare, maar overtuigd waren dat een aantal van twee à drie voldoende was om nageslacht te garanderen. Daarom is er een sterke negatieve relatie tussen het bruto nationaal inkomen en het geboortecijfer. De Chinese regering kan dus met gerust hart de teugels laten vieren. Moderne ouders willen minder kinderen en die explosie van pasgeborenen in China komt niet.

Zal China dan imploderen onder de ‘grijze druk’, het aantal niet-werkende ouderen dat door de werkenden moet worden onderhouden? De grijze druk verdubbelt van 20 procent nu naar 50 procent in 2040, en dat getal is in China en Nederland opmerkelijk gelijk. In reactie op deze ontwikkeling pleiten sommigen voor het krijgen van meer kinderen. Een kortzichtige oplossing. Allereerst zal de bevolking daardoor blijven groeien. Het is maar de vraag of we daarop zitten te wachten. Een tweede en principiëler argument is dat iedere geboortegolf na verloop van tijd zal leiden tot een toename van de grijze druk omdat ook pasgeborenen eens oud zullen worden. Een cirkelredenering die volgende generaties met de schuld achterlaat.

Het is verontrustend dat de angst voor grijze druk zo groot is geworden dat de doorontwikkeling van onze samenlevingen daardoor tot stilstand komt. Grijze druk is slechts de uitkomst van een rekensom. In China ligt de leeftijd van pensionering voor mannen op 60 jaar en voor vrouwen op 55 jaar. .

Rudi Westendorp is hoogleraar ouderengeneeskunde in Leiden en directeur van de Leyden Academy on Vitality and Ageing. In januari 2014 verschijnt zijn boek ‘Oud worden zonder het te zijn - hoe baas te blijven over onze eigen toekomst’.