Prins in Nederland, burger in Londen

Prins Friso hield er niet van om in de schijnwerpers te staan. Eenmaal, in 2006, sprak hij in Londen uitgebreid over zichzelf. „Een klant bij Goldman kan het niet schelen of ik prins Friso ben of Jan Jansen.”

Een zwangere Mabel Wisse Smit met prins Friso in februari 2006 op de Millenniumbrug in Londen.
Een zwangere Mabel Wisse Smit met prins Friso in februari 2006 op de Millenniumbrug in Londen. Foto Vincent Mentzel

Zijn vader, prins Claus, had halverwege de jaren negentig Friso aangespoord één keer in het openbaar over zichzelf te spreken. „Zodat mensen beter weten wie jij bent”, had hij gezegd. „Ze kennen je niet.”

Prins Friso sprak in februari 2006 uitgebreid over zichzelf. Met Mabel aan zijn zijde vertelde hij over zijn leven als zakenman, over de relatie met zijn vader, over de affaire van Mabel met drugsbaron Klaas Bruinsma.

De gesprekken vonden plaats in hun achttiende-eeuwse huis aan de Thames, in West Londen, wandelend door de stad, in restaurant The Brackenbury en op zakenbezoek bij kleine investeerders en bevriende bankdirecteuren.

In het kleine kantoor aan huis, knooppunt van internationale investeringen en ruimtevaartonderhandelingen, wikkelde hij zijn conference calls af. De destijds eenjarige Luana leerde op leren sloffen lopen langs de randen van de glazen salontafel. Op de badkamer op de eerste verdieping hing de was over een rek te drogen. In de kast naast de schouw stond een bronzen beeld van een peuter, voorover gebogen, met het hoofd op de grond: Friso als kind van één. Zijn moeder, die het beeld had gemaakt, vertelde hem later dat hij zijn hoofd vaak te zwaar vond en dat hij het daarom vaak op de grond legde.

Op tafel lagen Magnum fotoboeken en de moderne bijbels voor economen: The World is Flat van Thomas Friedman en Globalization van Jagdish Bhagwati. Voor de deur stond een compacte vierdeurs BMW. „Professioneel zijn er voor ons in Londen meer mogelijkheden dan in Nederland en het is een fantastische stad om te wonen. We worden hier bijna niet herkend”, zei Friso.

Friso Venorange

In een lichtbeige jack en met een canvas tas over zijn schouder nam hij een taxi naar Jermynstreet. Op de bovenste verdieping van een verbouwde fabriek schudde hij de hand van Manish Madhvani, Indiase partner in een kleine investeringsbank. „Friso Venorange”, stelde hij zichzelf voor. Hij torende boven zijn gastheer uit. Niet uitbundig, een beetje stug. Er volgde een gesprek over halfgeleiders, mobiele tv’s en distributienetwerken.

De zakenpartners keken er van op toen ze achteraf hoorden dat ze met een prins hadden gesproken. Zij wisten het niet en hij zei het niet – dat was meestal zo, zei hij, en dat beviel hem het best.

Prins Friso, de tweede zoon van koningin Beatrix, overleed gisteren aan de gevolgen van een skiongeluk in Oostenrijk. Hij werd op vrijdag 17 februari bedolven onder een lawine en raakte daarbij in ernstige ademnood.

Na het skiongeluk bij Lech was Beatrix bijna elke vrijdagavond naar het gespecialiseerde Wellington Ziekenhuis in Londen gegaan, waar ze haar comateuze zoon voorlas. Op zondag vloog ze dan weer terug. Als iemand voorzichtig informeerde naar het lot van haar zoon, antwoordde ze: „Wij zijn in Gods hand.” Sinds 9 juli verbleef hij weer in Nederland, in Paleis Huis ten Bosch.

Vrijheid binnen grenzen

In 1980, vlak voordat ze zou worden ingehuldigd als koningin, interviewde Ad Langebent prinses Beatrix en prins Claus op Drakensteyn. „Het is onze opgave”, zei Claus toen, „om binnen de grenzen van het mogelijke onze kinderen het gevoel te geven dat ze vrij zijn. Dat ze hun eigen leven kunnen leven. [...] Als we dat kunnen bereiken, zullen we ze enorm helpen op hun weg die zeker niet even makkelijk zal zijn.”

Langebent sprak de kinderen apart. Willem-Alexander vertelde dat hij de slechtste van zijn klas was. Friso pulkte aan de draad van Langebents microfoon. „En jij bent de tweede”, vroeg de interviewer aan hem. Friso wees naar Constantijn: „Nee, hij is de tweede.” Hij keek tevreden in de lens. Constantijn zei snel: „Hij is elf jaar, dus hij houdt u voor de gek. Ik ben namelijk tien.”

In een ander tv-interview, uit 1991, werd de ouders gevraagd naar de karakteristieken van hun zoons. Constantijn is artistiek, zeiden ze, en heel toegankelijk. Willem-Alexander is een warm en goed mens. En van Friso zei Beatrix: „Als hij werkt, werkt hij ontzettend hard en heeft hij er ook alles voor over. Maar als hij geniet van dingen, doet hij dat met evenveel enthousiasme en inzet.” Claus: „Eigenlijk een ideale toestand.”

Een normale schooltijd

Friso sprak in Londen over de grote kracht van zijn vader. Hoe hij de jongens probeerde voor te bereiden op de maatschappij. „Een normale basisschool, een normale middelbare school, een normale universiteit. De visie van mijn ouders was: met uitzondering van de oudste moeten de kinderen later een normaal leven kunnen leiden. Dan moeten we nu niet allerlei uitzonderingen maken. Volgens mij namen wij geen vrij buiten de schoolvakanties, terwijl sommige andere kinderen dat wel deden. Misschien waren we wel roomser dan de paus.

„Toen ik ging studeren, heb ik dat volgehouden en toen ik ging werken ook. Mijn carrière brengt verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Dat betekent dat ik ook wel eens niet aanwezig kan zijn op Koninginnedag. Ik moet kiezen: werk of Koninginnedag.”

Huub Oosterhuis, vriend van Claus, raakte ook bevriend met Friso. „Zo gewoon was die opvoeding natuurlijk niet. Het feit dat er altijd geld is geweest. Geen getob over de meest primaire dingen. Dat heeft een geweldige invloed op je leven.” Oosterhuis herinnert zich de aankomst van de familie op Soestdijk, na de dood van Bernhard in 2004. „De hele familie zat al in het paleis. Toen stopte er nog een auto voor het bordes. Ik zag een man de trappen oprennen. Friso. Hij was laat, buiten de orde. Die leefde niet in Nederland.”

Claus sprak in het bijzijn van Oosterhuis vaak over Friso. „Friso intrigeerde hem, omdat die zichzelf een mate van vrijheid gunde die Claus aansprak. Hij had een eigen leven. Ik denk dat de positie die Friso koos ook de positie was die Claus had willen kiezen: onafhankelijk, kritisch.”

„Mijn vader was zeker een voorbeeld voor mij, en ik denk dat ik veel van hem heb geleerd”, zei Friso zelf. „Ik bewonderde hem om de manier waarop hij met mensen omging. Hij leerde ons kritisch na te denken. Samen met mijn moeder gaf hij ons de ruimte om onszelf te ontdekken en onze eigen keuzes te maken. Hij vond het erg leuk dat ik naar Delft ging, waarschijnlijk omdat hij zelf graag werktuigbouwkunde had gestudeerd.”

Toen Friso in 1995 als fellow-consultant bij adviesbureau McKinsey begon, werd dat op zijn verzoek in de ministerraad besproken. Hij was toen nog lid van het Koninklijk Huis en tweede in de lijn van opvolging, na Willem-Alexander. Het kan natuurlijk niet zo zijn, redeneerde Friso, dat als je een bedrijf adviseert een x-aantal mensen te ontslaan, vervolgens iemand zegt: ‘Maar Friso zat in het team en dit besluit staat op gespannen voet met het kabinetsbeleid.’ Zijn werkzaamheden zouden niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen, zo werd besloten. „Natuurlijk moet hij gewoon kunnen werken”, zei premier Wim Kok.

Bankier in Londen

Drie jaar later ging Friso werken bij investment bank Goldman Sachs in Londen. Hij bereidde beursgangen voor van internetbedrijven. „Hij werkte nog harder dan daarvoor”, zegt Barbara Martens, vriendin en collega van McKinsey. „Je denkt dat je naar bed kunt, maar dan komt er een telefoontje en je moet weer aan de slag. Als je jezelf niet in acht kunt nemen, ga je eraan onderdoor.” In 2001 werd hij vicepresident van de afdeling Investment Banking. Zijn vader vond het prachtig.

„Een klant bij Goldman kan het niet schelen of ik prins Friso ben of Jan Jansen. Hij wil goed advies. En als prins Friso niet presteert, wordt hij vervangen. Zodra er winstoogmerk is, vervallen eventuele voordelen van het prins-zijn. Je ingang is misschien eenvoudiger, maar je vliegt er net zo makkelijk uit. Dat vind ik prettig. Ik zoek de omgeving op waarvan ik weet dat mijn achtergrond zo min mogelijk meetelt. Dat geeft me het gevoel dat ik eerlijker word behandeld. Ik bevind me liever in een situatie waarin ik kan worden afgerekend op mijn eigen handelen.”

Er was nog een voordeel aan werken in Londen: geen beveiliging. „Je leven is anders als er voortdurend iemand om je heen loopt die meeluistert – zelfs al wil hij dat niet”, zei Friso. „Als je met een meisje aan tafel zit, zit hij ernaast, De Telegraaf te lezen met een spa rood in zijn hand. Je wordt juist eerder herkend. Ik kan hier zomaar even koffie bij Starbucks gaan drinken.’’

In 2011 werd hij chief financial officer bij uraniumveredelingsbedrijf Urenco in het Britse Buckinghamshire. „Vanaf mijn tiende ongeveer”, zei Friso, „was ik mij ervan bewust dat Alexander koning zou worden en niet ik. Ik heb nooit gedacht: ik zou die baan van hem wel willen hebben.”

Na de dood van prins Claus, in oktober 2002, vierde de familie samen Kerstmis. Bij die gelegenheid spraken Friso en Constantijn af hun oudste broer te steunen als hij koning werd. Ze zouden regelmatig bij officiële gelegenheden aantreden, om Willem-Alexander te ontlasten. Ook Friso wilde daarom toestemming vragen aan de Staten-Generaal voor zijn huwelijk – een voorwaarde om lid te blijven van het Koninklijk Huis. In 2000 had hij Mabel Wisse Smit leren kennen, in het huis van de vriendin van zijn broer Constantijn, de tegenwoordige prinses Laurentien.

„Friso heeft altijd het beeld opgeroepen van iemand die niet aan het koningshuis mee wilde doen”, zegt Oosterhuis. „Het had gekund dat hij geen toestemming zou vragen. Mabel was er ook helemaal niet op gebrand. Maar het was de uitdrukkelijke wens van zijn moeder dat wel te doen. Na de dood van Claus had Beatrix grote behoefte een Oranje-team te laten zien.”

Mabel en de drugsbaron

„Je moet iets weten als wij ooit verder gaan.” Tijdens een wandeling in augustus 2000 vertelde Mabel Friso over haar vroegere vriendschap met de intussen geliquideerde gangster Klaas Bruinsma. Ze had geweten dat hij „in de softdrugs zat, maar niet wat er allemaal achter zat”, zoals Friso het later uitdrukte. „Denk je dat dat een probleem is”, had Mabel gevraagd.

Het wás een probleem. De vriendschap kwam ter sprake in een reeks gesprekken met toenmalig premier Balkenende, voorafgaand aan het besluit om parlementaire toestemming voor het huwelijk te vragen. In eerste instantie leek de premier ervan overtuigd dat de relatie niet meer voorstelde dan een oppervlakkige vriendschap. Maar toen een voormalige lijfwacht van Bruinsma op tv opdook en verklaarde dat Mabel wel eens op de boot van Bruinsma was blijven slapen, was Balkenende furieus. Volgens hem had het paar hem „niet volledige en niet juiste informatie” verstrekt.

Zelf begon Friso nooit over de affaire, maar als een ander het punt aansneed, kreeg hij antwoord. „Wij vonden”, zei Friso in februari 2006, „dat we tijdens de gesprekken die we met Balkenende voerden, voldoende hadden gezegd over deze contacten. We beperkten ons tot wat wij nodig en relevant achtten. De rest was privé. Daardoor is er bij sommige mensen een verkeerd beeld ontstaan. Voor die vertekening voelden we ons medeverantwoordelijk.” Uiteindelijk zouden Mabel en Friso toch geen toestemming vragen voor hun huwelijk.

Een vriendin en oud-collega zei destijds: „Friso is een kritische en zelfstandige denker. Hij is direct, down to earth. Er is geen speld tussen zijn redeneringen te krijgen. Daarom heeft het me verbaasd hoe hij dit zo de verkeerde kant op kon laten gaan. Hij is innemend en had gemakkelijk iedereen op zijn hand kunnen krijgen, als hij het probleem in simpele taal had uitgelegd. Maar dat deed hij niet.”

Tijdens het déjeuner op de huwelijksdag, 24 april 2004, bedankte Friso volgens enkele aanwezigen in zijn tafelrede de regering voor „de subtiele wijze waarop ons werd verteld dat we beter geen toestemming konden vragen voor ons huwelijk”. Zo had de premier de prins verlost van een opdracht die hij toch al niet had geambieerd: het reservekoningschap.

Jutta Chorus schreef in 2006 in NRC Handelsblad een uitgebreid artikel over haar ontmoeting met Friso en Mabel. Delen van dat artikel zijn hier opnieuw gebruikt. Dit jaar publiceerde Jutta Chorus het boek Beatrix. Dwars door alle weerstand heen.