Neanderthaler was uitvinder

Het gereedschap dat leerlooiers tegenwoordig nog altijd gebruiken om leer soepel te wrijven werd mogelijk uitgevonden door Neanderthalers. Want Franse onderzoekers hebben in twee zijrivieren van de Dordogne vier benen Neanderthal-werktuigen gevonden die waarschijnlijk gebruikt zijn voor het prepareren van dierenhuiden. Het zijn de oudste ‘gladmakers’ die in Europa zijn gevonden. Neanderthalers hielden de werktuigen met één hand vast en drukten het uiteinde op de huid. Door het bot over de huid te wrijven werd de huid soepel, glad en beter bestand tegen water.

De gevonden werktuigen zijn bewerkte ribben van edelherten (Cervus elaphus) of rendieren (Rangifer tarandus). De zijden van de ribben zijn gepolijst door ze over zandsteen te schuren. Ook de uiteinden zijn geslepen. Dit is de eerste aanwijzing dat Neanderthalers dit soort technieken beheersten. Hun andere werktuigen maakten ze door stenen gecontroleerd op elkaar te slaan.

De onderzoekers weten zo goed als zeker dat de Neanderthalers de benen polijsters hebben gemaakt. In dezelfde aardlagen vonden de onderzoekers een tand van een jonge Neanderthaler en vuistbijlen die op een typische Neanderthalerwijze zijn gemaakt.

Drie van de gevonden gladmakers, lissoirs in het Franse leerlooiersjargon, zijn tussen de 48.000 en 41.000 jaar oud. De vierde is ongeveer 50.000 jaar oud. Dat maakt ze tot de oudste complexe benen werktuigen die tot nu toe in Europa gevonden zijn. Moderne mensen zijn lissoirs pas later gaan gebruiken.

Het is dus mogelijk dat moderne mensen het maken van lissoirs van Neanderthalers hebben afgekeken, schrijven de onderzoekers in hun artikel dat deze week online in de Proceedings of the National Academy of Sciences verschijnt. Er zijn vergelijkbare werktuigen bekend uit Zuid-Afrika , 70.000 jaar oud, maar die techniek verdwijnt daarna weer. Een andere mogelijkheid is dat er meer oudere lissoirs van moderne mensen bestaan, maar dat die nog niet gevonden zijn. „Deze werktuigen zijn maar klein, enkele centimeters lang. Het is makkelijk om ze over het hoofd te zien”, zegt Marie Soressi, die het onderzoek leidde, aan de telefoon. „Hopelijk gaan onderzoekers er nu specifiek naar op zoek.”