Günter Grass (ex-SS): Lafontaine is vuile verrader

De geschiedenis van de Duitse sociaal-democratie staat bol van partijtwisten. Maar Nobelprijswinnaar Günter Grass weet welke sociaal-democraat zich het meest verraderlijk heeft gedragen: Oskar Lafontaine, de tweede man van de SPD die overliep naar de postcommunistische Die Linke. In een interview zegt Grass, zelf lid van de SPD: „Er is in de geschiedenis van de sociaal-democratische partij geen vuiler verraad dan dat van Oskar Lafontaine jegens zijn kameraden.”

Grass doelt op zijn breuk met de SPD in 1999. De gesneefde kanselierskandidaat was toen partijvoorzitter én minister van financiën onder partijgenoot Gerhard Schröder. Plots trad Lafontaine af. Hij verweet Schröders rood-groene regering „slecht teamwerk”. En dat in een interview met Bild. Later werkte hij mee aan de oprichting van Die Linke, waarin ook de ex-communisten van de PDS uit de DDR fuseerden.

Dat getuigde van „karakterloosheid zonder weerga”, zegt Grass (85) in het boek Was würde Bebel dazu sagen. August Bebel (1840-1913) is een aartsvader van SPD. In haar 150-jarige bestaan heeft ze vele splijtende conflicten gekend. Zo scheidde in 1917 de anti-oorlogsfractie zich af en stichtte de Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands (USPD), waarbij de grootheden Eduard Bernstein en Karl Kautsky zich kortstondig aansloten. Eind 1918 scheurde de USPD zelf en splitsten de communisten zich af in de KPD.

De later herenigde SPD kende nog vele dramatische schisma’s. Zo was de partij verdeeld over de machtigingswet, waarmee Hitler in 1933 de laatste oppositie uitschakelde. Een deel van de partij stemde in de Rijksdag voor.

Lafontaine heeft de bal onmiddellijk teruggekaatst. „Grass kan veel dingen niet meer volgen”, aldus Lafontaine (69). Refererend aan het SS-verleden van de schrijver zei Lafontaine: „Sinds Grass sociaal-democraten als Karl Schiller (minister van Financiën tijdens bondskanselier Willy Brandt) onder druk heeft gezet om hun naziverleden te openbaren, terwijl hij zelf zijn lidmaatschap van de Waffen SS verzweeg, kan hij zich beter niet meer over karakterkwesties uitlaten.”