Een grote klas, is dat nou zo slecht?

De PO-raad waarschuwde gisteren voor grotere klassen. Hoe erg is een grote klas eigenlijk? Presteren kinderen in een kleine klas beter?

Een volle klas van basisschool De Meulebeek in Oostrum, bij Venray.
Een volle klas van basisschool De Meulebeek in Oostrum, bij Venray. Foto Flip Franssen

Een leerling kwam laatst naar meester Robert Swinkels toe en wees op de natte plekken onder zijn oksels. Niet zo vreemd, want hij is de hele dag in de weer. „Kinderen hebben aandacht nodig.” Terwijl hij buiten het lokaal staat om dit te vertellen, zwelt het gefluister in de klas langzaam aan tot geroezemoes. Na een tijdje klinkt er luid geklets uit de klas. „Hoor je? Ze hebben me hard nodig.”

Zijn klas is groot. In groepjes van zes zitten de 35 kinderen in het lokaal gebogen over de rekensommen in hun schriftjes. Op het digibord staan rekensommen. Dit zijn groep 5 en 6 van basisschool De Meulebeek in Oostrum, bij Venray, ze zijn samengevoegd. 35 leerlingen in één klas is te veel, vindt Swinkels. „Het kost veel energie.”

In het zuiden zijn de kinderen na de zomervakantie gisteren voor het eerst weer naar school gegaan. Zij komen gemiddeld in grotere klassen terecht, waarschuwde de PO-Raad, de koepel van besturen in het basisonderwijs gisteren in deze krant. En grotere klassen, vindt de PO-Raad, zijn niet goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Vijf jaar geleden zat elke groep op basisschool De Meulebeek nog in een apart lokaal. Intussen is het leerlingbestand gekrompen van 200 naar ruim 160 leerlingen. Er zijn minder nieuwe kleuters, waardoor er nu relatief veel oudere kinderen op de school zitten. Daardoor komt er minder geld binnen vanuit de overheid, zegt directeur Karin Buskens. „Voor kinderen tot 7 jaar geeft de overheid meer geld.”

Die bekostiging vanuit de overheid klopt niet, vinden ook collegevoorzitter Yvonne Raaijmakers en financieel medewerker James Hendriks van het schoolbestuur waar De Meulebeek deel van uitmaakt. „Er wordt nu niet per se bezuinigd”, zegt Raaijmakers, „maar onze kosten stijgen, terwijl we niet genoeg extra geld krijgen om dat op te vangen. Het enige wat we dan nog kunnen doen is leerkrachten ontslaan. En dan krijg je grotere klassen.”

De Meulebeek is een witte school. er is geen extra geld voor bijvoorbeeld leerlingen met een achterstand. En er kan amper vooruit worden gepland, zegt Hendriks. „In november pas krijg ik geld van de overheid over het afgelopen schooljaar.” Hij moet voorzichtig omgaan met zijn begrotingen. „Want je weet niet hoeveel extra geld er aan het einde van het jaar gaat komen. Dus dan neem je voor de zekerheid geen extra leerkracht aan.”

En minder leerkrachten betekent grotere klassen en die zijn slecht voor de kwaliteit van het onderwijs. Althans dat is een heersende opinie. Maar is dat wel zo?

Het is om te beginnen lastig om te onderzoeken omdat hele kleine klassen en hele grote klassen er niet altijd zijn. En het heeft alleen zin om kinderen met ongeveer dezelfde achtergrond te vergelijken. Je zou eigenlijk grote groepen kinderen willekeurig over grote en kleine klassen moeten verdelen en die dan een flink aantal jaren moeten volgen. Onderzoeken uit respectievelijk Amerika (Tennessee) en Israël toonden een wisselend beeld.

Ondanks het gebrek aan overtuigend onderzoek was de Kamer het er midden jaren negentig erover eens dat de klassen op de basisschool kleiner moesten. Vooral in de grote steden waren klassen van 35 leerlingen geen uitzondering meer. De klassenverkleining werd ingezet in 1997. Tussen 1997 en 2002 daalde het gemiddeld aantal leerlingen van 23,7 naar 20,9.

In 2003 kon toenmalig minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) melden dat de klassenverkleining een succes was. Toch zag de Onderwijsinspectie die de klassenverkleining evalueerde geen groot effect.

Vanaf 2003 blijft de groepsgrootte redelijk stabiel, maar de laatste jaren stijgt die licht, blijkt uit cijfers uit 2012. De PO-Raad vreest dat de klassen steeds groter zullen worden.

Voorstanders van kleine groepen praten niet op basis van feiten, gestaafd door wetenschappelijk onderzoek, maar op basis van een gevoel, zegt hoogleraar onderwijspsychologie Paul Kirschner.

„Het positieve effect van kleine klassen is een broodje aap-verhaal”, zegt hij. Hij verwijst naar de meta-meta-analyse van onderzoeker John Hattie uit Nieuw-Zeeland, het betrouwbaarste en verreweg het omvangrijkste onderzoek dat hij kent. Hattie analyseerde 816 grootschalige meta-analyses uit de hele wereld naar hoe kinderen en jongeren het beste leren. Daaruit blijkt dat klassengrootte bar weinig effect heeft op de leerprestaties van kinderen. „Zaken als de betrokkenheid van ouders, vakinhoudelijke kennis van de leerkracht en directe instructie zijn vele malen belangrijker.”

Kirschner is bang dat scholen na een pleidooi zoals dat van de PO-Raad de klassen klein proberen te houden maar dan bijvoorbeeld de onderwijsassistent of remedial teacher moeten ontslaan. „Terwijl die nu juist wél groot effect hebben.”

De Amsterdamse hoogleraar Onderwijseconomie Hessel Oosterbeek vond in een recent onderzoek in Zweden in de hoogste groepen van de basisschool, waaraan hij zelf meewerkte nu juist weer wel een positief effect van kleine klassen. In Zweden worden klassen gesplitst als er meer dan 30 leerlingen in een groep zitten. Daardoor bestaan er vrij grote en vrij kleine klassen, die redelijk goed te vergelijken zijn.

Hij vond dat leerlingen in kleinere klassen niet alleen beter presteerden, maar het ook na de basisschool beter deden: ze verdienden als volwassenen bijvoorbeeld een hoger salaris.

John Hattie, zegt Oosterbeek, veegt alle onderzoek op een grote hoop. „Maar onderzoek is geen democratie: één overtuigende studie kan veel andere studies in een klap wegvagen.”

Het ministerie van Onderwijs laat in een reactie weten dat scholen vrij zijn zelf hun klassengrootte te bepalen. „Scholen maken hierin hun eigen afwegingen gebaseerd op hun eigen situatie.” En: „Dit kabinet stelt honderden miljoenen extra beschikbaar ter verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Dit geld komt beschikbaar als de onderwijssectoren inclusief de PO-Raad tot een nationaal akkoord komen.”

    • Sheila Kamerman
    • Christiaan Pelgrim